Museum Amsterdam-Noord


Veel belangstelling voor de geschiedenis Amsterdam Noord is er nooit geweest. Ten onrechte, vindt oud-psychiater Henk Ras, want de dorpen aan de overkant van Het IJ hebben zich eeuwenlang geheel onafhankelijk van de hoofdstad ontwikkeld. Vanaf volgend voorjaar krijgt Noord daarom zijn eigen museum.

Museum Amsterdam-Noord

Door Henk Schutten

Collega's verklaarden Henk Ras voor gek toen hij in 1968 als psychiater een praktijk begon in Amsterdam-Noord. "Ik was afkomstig uit Oud-West en Noord werd gezien als een wat achterlijk stadsdeel."

Ras, die opgroeide in het Zeeheldenkwartier, is maar al te goed bekend met de misverstanden die er bestaan over Noord. Tot zijn eenentwintigste was hij welgeteld drie keer in Noord geweest. De aversie van stedelingen tegen het gebied aan de overkant van Het IJ zat er al vroeg in, volgens Ras.

"Sinds de veertiende eeuw was dit het gebied waar de lichamen van ter dood gebrachte misdadigers naartoe werden gebracht. Op de Dam of de Nieuwmarkt waren zij achtereenvolgens gemarteld, geradbraakt en gevierendeeld en daarna roeide de beul de lichamen over Het IJ waar ze opnieuw opgehangen werden, ten prooi aan de vogelen des hemels en de elementen."

Het lugubere schouwspel diende als afschrikwekkend voorbeeld voor iedereen die ook het slechte pad op overwoog te gaan. Iedereen kon vanaf Het IJ, de belangrijkste toevoerweg naar Amsterdam, en de bebouwde zuidelijke oever, de lijken zien hangen op het Galgenveld. Het was een plek die door Amsterdammers meestal zoveel mogelijk gemeden werd.

Eigenlijk is die situatie in de loop der eeuwen nauwelijks veranderd. Ondanks alle ambitieuze projecten die momenteel langs de oevers van Het IJ worden gerealiseerd is de weerzin van Amsterdammers tegen het gebied aan de overkant van het water nog steeds niet verdwenen. Voor de geschiedenis van dorpen als Holysloot, Ransdorp, Zunderdorp, Buiksloot, Nieuwendam, Schellingwoude en Durgerdam is daarom nooit veel belangstelling geweest.

"Amsterdam telt meer dan veertig musea, maar niet één daarvan staat in Noord," zegt Ras. Ten onrechte, vindt hij. Want Noord heeft zich in de loop der eeuwen geheel anders ontwikkeld dan de stad. De geschiedenis van verschillende dorpen gaat veel verder terug dan die van de stad Amsterdam, vertelt Ras. "Holysloot werd al genoemd op een oude landkaart in 1164. Ransdorp was in de Late Middeleeuwen net zo  belangrijk als Amsterdam. De kerktoren uit 1526 is daar nog steeds het bewijs van."

Dat de dorpen over een rijke historie beschikken is altijd een goed bewaard geheim gebleven. In folders over Amsterdam staat vermeld dat de stad nog slechts twee houten huizen uit de Middeleeuwen telt, een in het Begijnhof, en een in de Oudezijds Achterburgwal. Grote onzin, volgens Ras. "In Noord staan twaalf houten huizen, maar daar sturen ze geen toeristen naar toe."

De plannen voor een eigen museum ontstonden toen een buurman van Ras in de tuin van zijn woning aan de Buiksloterdijk een opmerkelijke vondst deed. "Hij was in de grond aan het spitten en stuitte eerst op enkele pijpekopjes en een kannetje. Daarna kwam een grote, vrijwel gave, kruik tevoorschijn. Hij groef die zorgvuldig uit en maakte hem schoon. Het ging om een zeer grote Baardmankruik, waarschijnlijk Rijnlands, zeventiende eeuw. Dat was voor ons het sein dat Noord wel degelijk cultuurhistorisch erfgoed herbergt. Als men er maar  aandacht voor heeft."

>Museum A'dam Noord >>

>Hoe kunt u helpen? >>

>Contact >>

>> In de pers >>


Het badhuis

Bij de plaatselijke politici vonden de plannen voor een eigen museum een gewillig oor. Van de eigenaar, de Stichting Stadsherstel, zal het door Amsterdamse School-architect Berend Boeijinga ontworpen Badhuis in Vogeldorp, een monument uit 1918, als lokatie gehuurd worden. Ras: "Het badhuis werd tien jaar geleden overbodig, toen het dorp opgeknapt werd en alle woningen van douches werden voorzien. Sindsdien staat het leeg."

De nieuwe bestemming heeft de plannen in een stroomversnelling gebracht. Volgend voorjaar opent het Museum Amsterdam-Noord al zijn deuren. Dat betekent dat de komende maanden veel werk moet worden verricht. Ook wordt naarstig naar geldschieters gezocht, hoewel een groeiend aantal donateurs en de Rabobank al financiële steun hebben toegezegd.

Het museum moet zowel Amsterdammers als niet-Amsterdammers kennis laten maken met de historie van de streek, aan de hand van wisselende tentoonstellingen. Aan de eerste expositie, over winkels aan het begin van de vorige eeuw, wordt al hard gewerkt. Het museum wil zich ook nadrukkelijk gaan richten op plaatselijke inwoners met een niet-Nederlandse achtergrond, zegt Ras: "Noord bestaat uit dijken, dorpen en wijken. In de dijken en dorpen wonen doorgaans de wat beter opgeleide mensen. In de wijken zijn de laatste tientallen jaren steeds meer nieuwe Nederlanders komen wonen, van uiteenlopende nationaliteiten. Misschien kan het museum bijdragen aan het een betere onderlinge verstandhouding. Want als mensen meer weten over de geschiedenis van de grond waarop ze leven en werken, versterkt dat het gemeenschapsgevoel."

Geschiedenis van Noord

Noord wordt door veel mensen nog steeds gezien als een onherbergzaam, onderontwikkeld gebied. Volgens Henk Ras kan dat negatieve imago historisch verklaard worden. "Omstreeks het begin van onze jaartelling was het gebied ten Noorden van het IJ, Waterland, net als de rest van Noord-Holland, nagenoeg onbewoonbaar. Afgezien van de kuststrook bestond het gebied uit levensgevaarlijke veenmoerassen. Dat heeft nog zo'n duizend jaar zo geduurd. Maar die tiende eeuw moet uitzonderlijk droog zijn geweest. Het veen zakte en de grond kon door boeren worden bebouwd, zonder dat ze aanvankelijk last hadden van een bedillerige landsheer."

De Waterlanders hadden sindsdien grote moeite met het accepteren van gezag. In 1268 kwamen ze massaal in opstand tegen hun landheer Jan van Persijn. Het kasteel dat hij voor zichzelf in Monnickendam had laten bouwen, werd door hen met de grond gelijk gemaakt. Na bemiddeling van Floris V werd Persijn benoemd tot heer van Amstelland, waartoe het toen al enige decennia bestaande Amstelredamme behoorde. Tussen de nieuwe Heer van Amsterdam en de Waterlanders kwam het nooit meer goed, zeker niet nadat bekend werd dat Persijn in 1296 tot de edelen behoorde die Floris V hadden vermoord.

Een eeuw later werd het schiereiland Volewijck bij Amsterdam gevoegd. In het meest zuidwestelijke puntje van Volewijck kwam een galgeput, waar ter dood gebrachte misdadigers werden opgehangen. De Galgenweg die naar het galgenveld liep, heet tegenwoordig Badhuisweg, maar de Galgenstraat en de Galgenbrug op de Westelijke Eilanden herinneren nog steeds aan deze tijd.

"Het negatieve imago van Noord is ongetwijfeld mede veroorzaakt door de associatie van dit gebied met galgen en geboefte," denkt Ras. De tegenstellingen tussen de twee gebieden werden nog eens aangewakkerd door de strijd aan het begin van de Tachtigjarige oorlog. "Amsterdam, met zijn katholieke bevolking was Spaansgezind," vertelt Ras. "De rest van Noord-Holland bestond vooral uit doopsgezinden en was op de hand van de geuzen."

De situatie escaleerde tijdens de Slag op de Zuiderzee in 1573, waar de vloot van Alva door de opstandelingen uiteindelijk verpletterend werd verslagen. Ook de taal vormde een storende factor. Ras: "De bewoners van de moerassige gebieden boven het IJ waren door de Romeinen Frisii minores, Klein Friezen, genoemd. Zij spraken oorspronkelijk een vorm van Fries, waarin vier dialecten te onderscheiden waren. In het Noorden het West-Fries en in het Zuiden van west naar oost het Kennemerlands, het Zaans en het Waterlands, waarbij het laatste het meest met het West-Fries verwant is. Het woord voor water is in het Oud Nederlands Aa, Ee of Ie, vaak met een lidwoord ervoor: en dan wordt het Die. Dat kennen we in Noord en Waterland nog steeds. Het IJ heeft ooit ook zo geheten: Dye staat er op oude kaarten."

De taal in Amsterdam werd sterk beïnvloed door vreemdelingen. Ras: "In de loop van de zestiende en zeventiende eeuw kwamen er veel immigranten naar Amsterdam, dat de naam van een veel vrijheden koesterende plaats had. Joden uit Portugal en Spanje, maar ook uit Oost-Europa en Vlamingen uit de rijke handelssteden Antwerpen, Gent en Brugge. De taal in Amsterdam werd sterk beïnvloed door het Portugees, het Jiddisch, het Brabants en het Vlaams en leek helemaal niet meer op de taal van de Waterlanders. Ze konden mekaar nauwelijks verstaan."

[Het Parool, 15 oktober 2007]

>Hoe kunt u helpen? >>

>Contact >>

>Museum Amsterdam Noord >>