home   :    index    :    ancient Mesopotamia

Kleitabletten in cyberspace


Finkel and Van der Spek. Irving Finkel (L) and Bert van der Spek (R) in the "Arched Room" of the British Museum, discussing one of the chronicles

Professor Van der Spek maakt unieke spijkerschriftbestanden via internet toegankelijk

Bezéten van astrologie waren ze, de oude Babyloniërs. Bert van der Spek is daar minder in geïnteresseerd. Maar dat ze twee millennia geleden behalve de sterrenstanden ook de graanprijzen bijhielden, boeide hem zeer.
Door Anne Pek, Ad Valvas (16 juni 2005)

Je gaat naar de natuurwinkel, koopt een zak gerst, opent die boven een litermaat en kijkt. Zonder schudden gaat er niet eens zo veel in. Maar een paar keer met de maatbeker op het aanrechtblad stampen en er kan ineens een scheut bij. Hoeveel gram gerst maakt nou precies een liter? Dus zoek je een molenaar en vraagt hem naar zijn gerstervaringen. Zo kom je beetje bij beetje tot een bruikbare hedendaagse definitie van 'een liter gerst'. Nu kan het grote rekenen echt beginnen: de reconstructie van de gerstprijzen in Babylon tussen de jaren 384 en 61 voor Christus, op basis van kleitabletaantekeningen uit deze Mesopotamische stad (zestig kilometer van het huidige Bagdad).

"Je ziet, een historicus is beunhaas op allerlei terreinen", zegt
hoogleraar Oude Geschiedenis Bert van der Spek. "Ik beheers niet alleen het spijkerschrift en de beginselen van de statistiek, maar weet inmiddels ook 'alles' van gerst. Verder heb ik uit  FAO-rapporten opgediept hoeveel calorieën een mens per dag nodig heeft en wat er gebeurt als je dieet niet gevarieerd genoeg is. Als de kleitabletten melden dat er ineens een epidemie is van schurft of blindheid, is het namelijk nuttig te weten dat dat alles te maken kan hebben met eenzijdig eten. En dus kennelijk met misoogsten of armoede."
 

Enorme gevolgen

Want dat is het bijzondere aan de kleitabletten waar Van der Spek zich afgelopen jaar met de rekenmachine in de hand over boog: ze vermelden niet alleen vrijwel van week tot week de prijzen van de gerst (en diverse andere waren, zoals dadels en wol), maar reppen ook van het weer en de waterstand in de Eufraat. En van bijzondere gebeurtenissen, zoals ziekten en hongersnood. Waardoor hedendaagse historici er allerlei interessante verbanden uit kunnen peuren.

Van der Spek realiseerde zich door zijn onderzoek bijvoorbeeld voor het eerst hoe hard de inval van Alexander de Grote in Babylon (331 v. Chr.) moet zijn aangekomen. "Natuurlijk wisten we dat het oorlog was geweest. Maar als je ziet dat die twintig jaar lang enórme prijseffecten heeft gehad, besef je pas hoe heftig de gevolgen voor de bevolking waren."

Overigens was het doel van de makers van de kleitabletten - vermoedelijk astronomen in dienst van de Babylonische tempel - helemaal niet om het nageslacht dergelijke inzichten bij te brengen. Wat hen hoogstwaarschijnlijk dreef, was de hoop grotere astrologische verbanden op te sporen.

"De Babyloniërs warenronduit bezeten van astrologie, dat wisten we al", licht Van der Spek toe. "En de waarnemingen op deze kleitabletten lijken gedaan te zijn om een link te kunnen leggen tussen de sterrenstand en allerlei andere zaken. De aantekeningen beginnen steeds met een nauwkeurige opgave van de stand van de maan en de planeten, maar daarna noteerden ze nog een hele reeks bevindingen. Dat alles zó consequent dat het geheel vergelijkbaar is met een hedendaagse dataset. Waarschijnlijk hoopten ze er uiteindelijk een oorzakelijk verband uit te kunnen distilleren tussen de stand van de sterren en het weer, de oogst, de warenprijzen en alles wat je verder graag zou kunnen voorspellen. Hoe je daar verder ook over denkt, hun aanpak was heel modern."
 

Koreaanse grondprijzen

Of het Babylonischevoorspellingswezen er ook daadwerkelijk van
heeft geprofiteerd, kan Van der Spek niet zeggen ("ze zullen niet veel slechter zijn geweest dan het KNMI"). Wat hij wel weet, is dat de tempelheren de wereld een unieke bron hebben nagelaten als het gaat om economische ontwikkelingen in de oudheid. "Dit is de enige dataset die zó veel eeuwen omvat en zó gedetailleerd de prijsschommelingen weergeeft."

Voor leken mag dat triviaal lijken, binnen de wereld der economisch historici is het een feit van formaat. Toen Van der Spek een jaar geleden tijdens een receptie zijn voormalige VU-collega Jan Luiten van Zanden over 'zijn' tabletten vertelde, was die bijvoorbeeld meteen geboeid. Van Zanden, tegenwoordig professor Economische Geschiedenis in Utrecht, beheert bij het Internationale Instituut voor de Sociale Geschiedenis namelijk een site waarop de meest uiteenlopende databases aangeboden worden, van gegevens over de bierprijzen in Gouda tussen 1360 en 1585 tot de grondprijzen in achttiende-eeuws Korea. Maar prijzen van vóór 1260 kon de site nog niet leveren. Doe wat met die data!, drong Van Zanden dus aan.

En zo komt het dat sinds twee weken iedereen die dat wil nu naar hartenlust online kan grasduinen in drie eeuwen Babylonische prijzen. Door Van der Spek zodanig gestandaardiseerd - zie de maatbekersessies - dat ze makkelijk te vergelijken zijn met de prijzen in andere tijden en regionen. Want dat is waar Van Zanden c.s. heen wil; dat al die prijzen in een groter verband bekeken worden. Van der Spek zelf heeft zich inmiddels al gewaagd aan een vergelijking tussen zijn spijkerschriftprijzen en de graankoersen in middeleeuws Napels. En wat blijkt? Over het algemeen telde een Zuid-Italiaan rond 1250 voor een kilo graan een zelfde gewicht aan zilver neer als de Babyloniërs vijftien eeuwen eerder. Van der Spek: "Het lijkt er zelfs op dat graan van de oudheid tot in de negentiende eeuw door heel Europa en het Midden-Oosten in zilver ongeveer even veel kostte."

Maar, voegt hij toe: "Wil je echt zicht krijgen op het welvaartsniveau in een bepaalde periode en regio, dan moet je ook gegevens hebben over de inkomsten. Waar we uiteindelijk heen willen, is de prijs van graan in maandlonen. Helaas melden de Babylonische kleitabletten in kwestie maar weinig over de lonen." Gelukkig kom je met circumstantial evidence ook een eind. "Zo kun je door het combineren van andere wél met regelmaat genoteerde gegevens vaststellen op welk prijsniveau er hongersnood ontstond. Waaruit je weer conclusies kunt trekken over het gemiddelde inkomen."
 

Schimmige herkomst

Datasets, looncurves - waar is Indiana Jones in dit hele verhaal? Bert van der Spek helpt ons snel uit de droom. Hij heeft de kleitabletten waarop zijn hele onderzoek gebaseerd is nauwelijks zelf in handen gehad, laat staan persoonlijk opgegraven. Als ze al ooit door een ter zake kundige opgegraven zijn. Het enige wat zeker is, is dat ze al meer dan een eeuw in het British Museum liggen en dat dat er op schimmige wijze aan kwam. Dus waar ze precies zijn gevonden en door wie - no idea.

Maar als ze al honderd jaar bekend zijn, waarom dan nu pas dit onderzoek? Dat is een lang verhaal. Waar het op neerkomt is dat het bijeenzoeken van kleitabletfragmenten en het ontcijferen van spijkerschrift op zich al enige decennia kan kosten, en het correct interpreteren en publiceren vervolgens nog eens jaren. Maar wat is zo'n eeuw als het om millennia oude gegevens gaat. Dat ze nu van kleitablet naar cyberspace verhuizen, dát telt.
 

Noot:

Van der Speks artikel plus bijbehorende Excel-sheets en grafieken zijn hier te vinden.
Ancient-Warfare.com, the online home of Ancient Warfare magazine
home   :    index    :    ancient Mesopotamia