De bezetting van Arnhem

De Van Goghstraat in Arnhem
in de jaren dertig 

Dolle Dinsdag

De vijanden van de Duitsers waren de Engelsen, Schotten, Amerikanen, Canadezen, Fransen, Belgen en natuurlijk de Nederlanders. Die landen hadden een bondgenootschap gesloten dat ze samen de Duitsers zouden verslaan. Ook de Russen en de Polen hoorden bij die club. Samen noemen we dat de 'geallieerden'. Vanaf het begin van de oorlog hadden die landen zich op de strijd tegen de Duitsers voorbereid. Ze hadden geweren en kanonnen gemaakt, vliegtuigen, tanks en oorlogsschepen. Ze hadden heel veel soldaten opgeleid, vliegvelden en havens aangelegd. Je snapt dat ze daar een paar jaar voor nodig hadden. Maar in 1944 waren ze daarmee klaar en konden ze met het gevecht tegen de Duitsers beginnen.

Dat hele leger moest natuurlijk wel eerst over zee vervoerd worden en aan land gebracht in Frankrijk. De Duitsers probeerden dat tegen te houden. Langs de hele kust van Noorwegen tot Spanje hadden ze een verdedigingslinie aangelegd: bunkers met kanonnen, prikkeldraad door de duinen, landmijnen op het strand, allemaal om ervoor te zorgen dat de geallieerden er niet door konden.

Je snapt dat toen deze eenmaal aan de landing begonnen, er vreselijk hard gevochten werd. Tienduizenden soldaten zijn daarbij gesneuveld. Maar aan het einde van de dag waren de geallieerden door de Duitse verdedigingslinie heen. Dat gebeurde op 6 juni 1944. Die dag wordt D-Day genoemd. Ik herinner me nog dat toen Wim en ik 's avonds in bed lagen, mijn vader met een blij gezicht bij ons kwam en vertelde dat de geallieerden in Frankrijk geland waren. Maar ik snapte daar niets van want ik was pas zeven jaar.

De geallieerden rukten op door Frankrijk en na een paar maanden hadden ze Parijs al weer veroverd. En in de weken daarna werden de Duitsers uit heel Frankrijk en België verjaagd.

In Nederland verlangden de mensen natuurlijk ook naar het einde van de oorlog, de bevrijding. Nu kon je niet iedere avond de televisie aanzetten om te kijken hoe de oorlog verliep, want tv was er toen nog niet. Ook naar de radio luisteren was niet zo heel gemakkelijk, want de Duitsers hadden alle radiotoestellen in beslag genomen. Veel mensen luisterden stiekem naar de Engelse radio of naar een Nederlandse radiozender die vanuit Londen uitzond: Radio Oranje. En daardoor wisten de mensen toch dat de geallieerden snel oprukten. Ook de Duitsers wisten dat natuurlijk.

15 Augustus was in de katholieke kerk altijd een feestdag die je moest vieren alsof het zondag was. Die dag werd gevierd dat Maria in de hemel was opgenomen. Je hoorde die dag dus naar de kerk te gaan. Op 15 augustus 1944 was het schitterend zomerweer en misschien waren we daarom wel allemaal vroeg naar de kerk geweest. Rond een uur of één zaten we in de tuin te spelen of te lezen toen er ineens het gebrom van vliegtuigen te horen was. Het kwam steeds dichterbij en na een poosje zagen we een hele groep toestellen ten noorden van Arnhem overvliegen. Ze vlogen dicht bij elkaar, schitterend in de zon. We probeerden ze tellen; het waren er wel meer dan vijftig. Een poosje later leek het of er een aardbeving plaatsvond. In de verte dreunden de ontploffingen en we voelden de grond trillen. Mijn vader wist gelijk dat ze het vliegveld Deelen hadden gebombardeerd. Hij kon dat weten want hij had daar gewerkt, maar dat vertel ik je nog.

Op een morgen in september hoorden we een heleboel auto's over de Amsterdamseweg rijden. Dat was raar, want er reden bijna geen auto's meer. We gingen kijken en zagen dat er allemaal Duitse legerauto's naar de stad reden. Ze kwamen dus van de kant van Utrecht en gingen richting Duitsland. De oudere mensen zeiden dat de Duitsers op de vlucht sloegen en wij stonden langs de kant van de weg te juichen.

's Middags nam mijn moeder ons mee naar de stad om bij het station te gaan kijken wat daar gebeurde. Ook daar zag je allemaal Duitse soldaten met hun wapens en plunjezakken op weg naar de trein.
Voor het station was toen nog een plantsoen met een hekje erom heen. Mijn moeder stond bij dat hekje en op een gegeven moment joeg een soldaat ons weg. Mijn moeder was heel flink en zei tegen hem: 'Donder zelf maar op!' De soldaat werd kwaad en nam mijn moeder mee naar een hogere soldaat. Wij werden vreselijk bang en riepen maar: 'Mama, mama!' Misschien heeft dat wel geholpen want even later kwam ze weer naar ons toe en konden we weer blij naar huis gaan.

De volgende dag waren de Duitsers weer gewoon terug en ging het leven weer verder alsof er niets gebeurd was. De mensen zeiden dat de oorlog toch nog niet voorbij was.

Veel later heb ik gehoord dat dat op dinsdag 5 september 1944 is gebeurd. Die dag heeft de naam 'Dolle Dinsdag' gekregen, omdat iedereen een beetje dol was. De Duitsers die in paniek wegvluchtten en de Nederlanders die blij waren dat de oorlog bijna afgelopen was.
Maar die was nog niet afgelopen. Die zou nog acht maanden duren. En het ergste moest nog komen

(Deel één)
 
naar deel 4
 home    :     "gewone mensen"