De brug over de rivier Kwai (1943)

De auteur, Dick van Zoonen, in 1941, achttien jaar oud

In dienst

Op 7 december 1941 bombardeerden de Japanners Pearl Harbor. Wij leefden toen in Batavia en ik herinner me dat wij 's morgens om half zeven de radio aanzetten en een toespraak van de gouverneur-generaal te horen kregen die ons dit vertelde. Hij zei onder andere dat dit betekende dat behalve de U.S.A. en Engeland ook Nederland en dus ook Nederlands-Indië nu in oorlog waren met Japan.

Een van de eerste dingen die ik ging doen, was met onze chauffeur de auto vol benzine laten gooien, daarna ging ik gewoon naar school. Twee dagen later hoorden wij dat de Japanners de Engelse slagschepen Prince of Wales en Repulse in de buurt van Singapore tot zinken hadden gebracht. Ik zei toen tegen mijn ouders en mijn broer: "nu zijn wij ook de sigaar". Later vergat ik dit weer.

Ik zat toen in de zesde klas gymnasium van de C.A.S. aan het Koningsplein in Batavia. Ik had uitstel van militaire dienst om het gymnasium af te maken. Dit uitstel verviel en op 11 december 1941 moest ik mij melden bij het depotbataljon in Bandoeng. Ik ging daar samen met Meint Joustra naar toe, per trein.

Op het terrein van het depotbataljon werden wij ingedeeld in groepen van 30 man en afgemarcheerd naar een Hollands-Indische school in Gang Asmi in Bandoeng, want de kazerne was te klein. In deze school hebben wij met ca. 250 man een maand gezeten. Meint Joustra en Rob Adèr zaten daar ook. Rob is kort geleden gestorven, maar met Meint heb ik nog regelmatig contact.

Wij werden daar getraind als infanteriesoldaat, exercitie, gymnastiek en sport, schietoefeningen eerst met een geweer model 1895, al spoedig met een Lee-Enfield geweer uit 1917, vijf schoten semi-automatisch, na ieder schot de grendel overhalen. Verder afstandsmarsen van ca. 25 km per dag in de omliggende dessa's. Wat theorie over gasmaskers, rangen en standen in het leger, hygiëne, geweer schoonmaken enz.

Na een maand werden wij overgeplaatst naar de luchtdoelartillerie. Weliswaar waren alle aanwezige kanonnen reeds volledig bemand, maar er waren nieuwe stukken besteld en daar waren wij voor bestemd. Die nieuwe stukken hebben ons nooit bereikt. Training als in Gang Asmi.

Begin februari 1942 werden wij weer overgeplaatst, dit keer naar de luchtdoelartillerie in Batavia, kazerne in de straat Petodjo Djaga Monjet. Zo af en toe kregen wij een middag vrij om de stad in te gaan. Ik ging dan uiteraard naar huis en zocht ook wel oude kennissen op.

Tegen eind februari, toen Singapore al gevallen was en de Japanners steeds dichterbij kwamen, werden wij overgeplaatst naar de stukken geschut (8 cm) die in Tjilintjin, vlak bij de haven Tanjong Priok stonden. Daar hadden wij eigenlijk niets te doen, want de stukken hadden al een volledige bemanning.

Vlak voor de Japanse inval werd de lokale bevolking naar het binnenland geëvacueerd, lopend. Ik zal nooit al die mensen, die daar en masse over de smalle wegen liepen, vergeten, 5 tot 6 man naast elkaar en dan een rij zo ver als je kijken kon.

Die laatste dagen hoorden we regelmatig Japanse vliegtuigen overkomen, waar op geschoten werd, maar die niet geraakt werden . Soms viel er wel eens een bom, maar nooit dicht bij mij. Geallieerde vliegtuigen zagen wij niet.

Dick van Zoonen
In dienst
De Japanse invasie
Krijgsgevangen
De brug over de Kwai
De film
Psychische gesteldheid
Martonna
Basiskampen
Dagindeling
Houthakken
De bevrijding
Wachten op transport
Huisvesting
Voeding
Medische verzorging
Kleding
Ontspanning
Slotopmerkingen

Appendix

naar deel twee
 home    :     "gewone mensen"