De brug over de rivier Kwai (1943)

De auteur in 1945, tweeëntwintig jaar oud

Kleding

Bij indiensttreding kregen we uiteraard uniformen, die gezien het klimaat was gemaakt van katoen. We kregen een lange broek die van onderen heel nauw was omdat er puttee's omheen moesten, een jasje, hemd en onderbroek, sokken en soldatenschoenen (half-leer, half-linnen met kopspijkers op zolen en hakken), en dan puttee's. Van alles twee. De puttee's moest je over de onderkant van je broekspijpen en de bovenkant van je schoenen wikkelen. Tenslotte een stalen helm. Alle kleding was groen, ook ondergoed en handdoek. Eén stel kleding aan, één stel in je rugzak. Verder kreeg je een aluminium veldfles en drie etenspannetjes.

Toen we krijgsgevangen werden had iedereen in principe deze uitrusting nog (behalve de helm). Hiermee moesten we het tot het eind van de oorlog doen. Hoe het gebeurde weet ik niet meer, maar we raakten steeds meer dingen kwijt, verloren, gestolen of versleten. 

Aan het eind van de oorlog had ik nog één bij de knieën afgeknipte broek aan flarden, één jasje dat ik vrijwel nooit droeg, geen ondergoed of sokken, één paar kapotte schoenen, en een soort hele korte broek gemaakt van een paar puttee's, door mijzelf gemaakt met naald en draad. Verder had ik ook nog de etenspannetjes, veldfles en een lepel. Ook had ik een soort flanellen laken dicht genaaid tot een soort slaapzak, een kussensloop en een klamboe tegen de muskieten.

Ook bezat ik twee boeken, een Hollandse en een Engelse detective. Erg belangrijk want je kon alleen lid worden van een bibliotheek als je zelf boeken inbracht. Ik heb die jaren erg veel gelezen gedurende periodes dat er weinig werk was.
 

Ontspanning

In tijden met weinig werk, en dat was misschien de helft van de 1200 dagen, was er veel gelegenheid tot lezen en ook voor lezingen en cursussen. Ik heb er catechisatielessen gevolgd, een beetje Spaans en Esperanto geleerd en verder beschrijvende meetkunde en ook wat differentiaal- en integraalrekening. (Daarmee heb ik in Delft een half jaar kunnen winnen op mijn studie voor natuurkundig ingenieur).

Verder waren er in de rustige periodes cabaretvoorstellingen (eens in de paar weken) beurtelings in het Nederlands en in het Engels, van amateurs, maar ook van beroepskrachten zoals Wim Kan.

Verder liep ik dagelijks bij een paar mensen langs waarvan ik uit ervaring wist, dat ze zo af en toe betrouwbare nieuwsberichten hadden. Hoe ze daar aan kwamen wist ik toen niet en nu niet.
 

Slotopmerkingen

Ben ik nu kwaad op de Japanners? Nee eigenlijk niet na zestig jaar. Er waren wel een aantal sadisten bij, maar ik denk dat de meeste gewone jongens waren, die ook maar als dienstplichtige waren opgeroepen en die liever naar huis wilden. Dat ze de hoogste oorlogsleiders opgehangen hebben vind ik wel terecht.

Van de sadisten is ook een aantal (200?) op Java geëxecuteerd met de kogel, meer dan er Duitsers in Nederland de doodstraf gekregen hebben.

We konden vrijwel niet met de Japanners praten. Zij kenden misschien een tiental Engelse of Maleise woorden en wij een tiental Japanse woorden. Japans heb ik nooit serieus willen leren. Het stond me tegen, en bovendien dacht ik steeds: het is de moeite niet waard de oorlog is bijna afgelopen. Na de oorlog heb ik wel redelijk Thais geleerd. De Thais vond ik sympathiek, de Javanen iets minder, maar wel begrijpelijk, gezien de manier waarop we ze voor de oorlog bejegend hadden met ons superioriteitsgevoel.

Zoals gezegd ben ik maar één keer door de Japanners geslagen. Als je hun commando's maar opvolgde en geen dingen deed die verboden waren, had je niet veel te duchten. Ik heb blijkbaar geen heldenbloed.

Ik ben nog heel lang boos geweest op de Nederlandse regering die onze soldij over de periode van krijgsgevangenschap niet heeft willen uitbetalen. De marine kreeg het wel, want die viel rechtstreeks onder Nederland, maar wij waren KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger), vielen onder de Indische regering, en die was failliet. De Nederlandse regering liet ons stikken. Wel hebben we later (soms meer dan vijftig jaar later) verschillende malen geld van Nederland gehad voor de geleden ontberingen en het verlies aan bezittingen, maar dit mocht nooit achterstallig soldij heten.

Ik ben mij ervan bewust dat ik een aantal dingen twee keer opgeschreven heb en ook dat de volgorde niet altijd even logisch is.
 

Dick van Zoonen
In dienst
De Japanse invasie
Krijgsgevangen
De brug over de Kwai
De film
Psychische gesteldheid
Martonna
Basiskampen
Dagindeling
Houthakken
De bevrijding
Wachten op transport
Huisvesting
Voeding
Medische verzorging
Kleding
Ontspanning
Slotopmerkingen

Appendix

 home    :     "gewone mensen"