Nijmegen (1943-1945)

 (©!!!)

1. Het laatste jaar van de bezetting van Nijmegen

September 1943

Na het toelatingsexamen ga ik naar de eerste klas van Mater Dei, het lyceum van de Ursulinen aan de Berg en Dalseweg aan de andere kant van Nijmegen. Ik krijg een tramabonnement.

Het lesrooster omvat onder andere vier uur Duits per week en geen Engels. Wij moeten van een of andere foute instantie ons geschiedenisboek inleveren (Het Rijk van de Tijd). We krijgen het later terug met blanco papiertjes over de alinea's die de Duitsers niet bevallen. Het plaksel is niet los te krijgen.

Er hangen her en der aanplakbiljetten met de tekst: "Duitsland wint voor Europa op alle fronten." Ik denk dat het taalkundig toch "in" moet zijn. Mijn zus B. legt me uit dat de Duitsers willen beweren dat het in het belang van Europa is.

Op een ander biljet staan levensgrote portretten van een man, vrouw en baby. Ik vind het een mooie plaat, maar heb meteen het gevoel, dat dat fout is. Je mag Duitse propaganda toch niet mooi vinden.

Daarnaast gaan we met kinderen uit de buurt stukken plafond zoeken als ergens een huis is gebombardeerd. Daar kun je namelijk mooi hinkelpotten mee tekenen. Ik vind een half Heilig-Hartbeeld dat te gebruiken is voor heel veel hinkelpotten.

We staan met drie schoolgenoten op het achterbalkon van de tram. Op het Keizer Karelplein stapt een wanstaltig dikke, Duitse officier in met zijn oppasser. Wij lachen naar elkaar. De Duitser wordt woedend en sommeert de oudste uit te stappen. Als dat niet snel gebeurt, trapt de officier T. de tram uit. Zij valt op het trottoir. De Duitsers stappen uit en lopen met T. tussen zich in naar de Ortskommandantur aan het plein. Op school belt de rectrix naar de ouders van T. Pas 's avonds is ze weer thuis.

Op een warme zomerdag gaan zus B. en ik naar Malden. We gaan op het veld van een boer aren lezen. We rusten even uit in de schaduw  van een korenschoof. Daar springt een geschrokken kikker uit naar voren. Wij schrikken ook. Als we naar huis gaan, ben ik vuurrood verbrand ondanks de zonnehoed van zus N.

Thuis gaan de aren in een jutezak, die dichtgebonden wordt. We slaan er met de mattenklopper op om de graankorrels uit de aren te krijgen (dorsen). Vervolgens wordt met de blaaskant van de stofzuiger het kaf van het koren gescheiden. De korrels worden in de koffiemolen gemalen. Van het meel wordt pap gemaakt of worden pannenkoeken gebakken.

Ik krijg thuis de taak iedere dag een uur rogge door de wandkoffiemolen te malen. Omdat ik daarvoor op een stoel moet staan, leg ik een boek met het Wilhelmus op de keukenkast. Al malend zing ik het. (Ik ken de eerste zes coupletten nog steeds uit het hoofd.) Alleen interpreteer ik de tekst

       Lijf en goed al te zamen
       Heb ik u niet verschoond,
       Mijn broeders, hoog van namen,
       Hebben 't u ook vertoond.

op mijn manier: Willem van Oranje biedt zijn soldaten geen gelegenheid om hun lijf en goed te wassen. Hij heeft ze immers niet verschoond.

Ik denk dat ik illegaal werk doe. Je mag het Wilhelmus niet zingen en geen graan smokkelen.  


Corry Tolhuizen
1. Het laatste jaar
2. Bombardement
3. Zomer '44
4. Dolle dinsdag
5. Bevrijding
6. Slag om Nijmegen
7. Frontstad
8. Alledaags leven
9. Winter '44-'45
10. Het front verschuift
11. Mei '45
12. Herstel
naar deel twee
 home    :     "gewone mensen"