Nijmegen (1943-1945)

 (©!!!)

5. De landing van de parachustisten

Zondag 17 september 1944

Vader is jarig. Als we naar de kerk lopen zien we bij H. een deel van de meubels nog op het trottoir staan. O.a. de piano.

Als we weer thuis zijn, zien we de lucht ineens vol parachutisten. Er wordt geschoten. Na het bombardement is een discussie ontstaan, of je in een kelder wel zo veilig bent voor bommen. Je kunt levend begraven worden. Er wordt besloten, dat we gaan schuilen in de inpandige ruimtes in huis. Er wordt een tekenplank op het toilet gelegd. Daar zit moeder met J. op schoot. Ik kan er net dwars bij zitten.

Halverwege de middag moet ik ruilen met zus B. Vader staat dan met zus N. en mij gearmd in de ruimte boven aan de keldertrap.
Na enkele uren gaan we weer naar de huiskamer. Op straat lopen vluchtelingen voorbij, richting westen. Ze vertellen dat de Hitlerjugend hun huizen in brand stak.

Ik heb de euvele moed te vragen wanneer we de taartjes gaan eten. Daarvoor heb ik eerder margarine, suiker en bloem naar de bakker gebracht. Moeder reageert verontwaardigd: "op straat lopen vluchtelingen".

We gaan niet naar bed. Zusje J. en ik mogen op de divan liggen. Niet comfortabel met kleren en schoenen aan. De ouderen zitten in fauteuils. Ik slaap nauwelijks, hoor buiten schieten en in de kamer het gefluister van de anderen.
 

Maandag 18 september 1944 en daarna

We leven in het onzekere. Aan wie zijn we overgeleverd? Aan de overkant van de straat loopt een Amerikaan, beladen met wapens. Voor hem lopen twee heel jonge Duitse soldaten met de handen boven hun hoofden. Waar worden die krijgsgevangenen naar toe gebracht?

Er sluipen Duitsers door onze straat. Ze loeren naar binnen, waarschijnlijk bang voor scherpschutters. We gaan achter de kasten staan om niet gezien te worden.

We weten van radio Oranje, dat de infanterie van het tweede Britse leger onderweg is. Eindhoven is al bevrijd. Maar er wordt richting Nijmegen fel gevochten.

Op schoten ver weg na, is het stil. We wachten.

Ik sta bij de bakker in de zijstraat in de rij. Dan horen we aanzwellend gejuich. Aanvankelijk wil niemand haar plaats in de rij opgeven, maar plotseling lost de rij zich op. We rennen naar de hoek van de straat. In de verte komen twee rijen Engelse soldaten over de fietspaden aan. Ze dragen hun geweren over hun ene schouder en bloemen in de andere hand. Mensen plukken inderhaast bloemen uit hun tuinen. De Engelsen worden Tommies genoemd. Zij hebben veel kleinere helmen dan de Duitsers.  


Corry Tolhuizen
1. Het laatste jaar
2. Bombardement
3. Zomer '44
4. Dolle dinsdag
5. Bevrijding
6. Slag om Nijmegen
7. Frontstad
8. Alledaags leven
9. Winter '44-'45
10. Het front verschuift
11. Mei '45
12. Herstel
naar deel zes
 home    :     "gewone mensen"