Oorlogswinter in Apeldoorn

 

Mensenjacht

Ik heb je al eens verteld dat mijn vader nogal wat geld had verdiend met het handelen in 'Belgische shag'. Daardoor had hij een spaarpotje waaruit hij in die maanden in Apeldoorn het huishouden kon betalen.

Maar het gemeentebestuur van Apeldoorn had ook een voorziening getroffen waardoor al die duizenden evacués aan geld geholpen werden waarmee ze boodschappen konden doen. Hoe dat precies in zijn werk ging, weet ik niet, maar het is een paar keer gebeurd dat mijn vader met een pakketje geld thuis kwam. Het leuke was dat dat allemaal gloednieuw geld was. Het kwam zo van de drukkerij af. Er waren toen geen munten meer van één of twee-en-een-halve gulden, daarvoor waren er briefjes, net als voor de tientjes. Vader kwam dan thuis met een pakketje rijksdaalders, het bandje zat er nog om. Ik zie nog hoe hij zijn duim over zo’n briefje haalde en die was dan helemaal blauw van de drukinkt. Zelfs als jochie van zeven jaar begreep je dan al dat dat nooit zo heel goed geld kon zijn.

Wij wisten als kind ook al wat 'zwarte handel' was. Al de levensmiddelen moesten eerlijk onder de mensen verdeeld worden, daarvoor was een heel systeem ingevoerd, dat ze distributie noemden. Je kreeg dan bonnen die je moest inleveren bij het kopen van aardappelen, boter, suiker, enzovoort. Maar er waren ook mensen die nog voorraden hadden van voor de oorlog, of boeren die vlees of graan achterhielden. Die verkochten dat dan tegen heel hoge prijzen of ze ruilden het tegen waardevolle artikelen, zoals tafelzilver of gouden ringen en broches. De mensen die handelden in artikelen zonder dat ze daar bonnen voor vroegen, waren 'zwarthandelaren'. Die hadden natuurlijk heel veel geld. Daarom werd er langs de wegen ook heel streng gecontroleerd of mensen niet stiekem met etenswaren op reis waren.

Omdat in Duitsland bijna alle mannen soldaat moesten worden, was er daar een heel groot tekort aan mensen die in de fabrieken konden werken. De Duitsers probeerden dan ook heel veel Nederlandse mannen zover te krijgen dat ze in Duitsland gingen werken, of ze namen mannen gevangen en voerden deze weg naar werkkampen in Duitsland. Ook werden mannen gevangen genomen die in Nederland voor de Duitsers moesten werken bij het aanleggen van loopgraven of stellingen waar kanonnen in konden worden gezet of het aanleggen van vliegvelden.

Op een gegeven moment werd bekend gemaakt dat alle mannen tussen 18 en 40 jaar zich moesten melden om te werken en als dat niet gebeurde dan zouden ze door de politie worden opgehaald. Zo'n actie noemden ze een razzia. In november 1944 werd bij ons in de buurt ook een razzia gehouden. Politiemannen gingen huis aan huis zoeken of ze mannen konden vinden. Nu was er tegenover ons een klein boerderijtje. De boer was al vrij oud, dus die hoefde niet bang te zijn om meegenomen te worden. Bij ons in huis waren zeker drie mannen die misschien gevangen konden worden: mijn vader en de twee zoons van mevrouw Voorhorst. Ik weet nog dat die zich op zolder verstopt hadden. Hoewel mijn vader toen al 43 jaar was, had hij zich toch ook maar verstopt, want de Duitsers hadden wel mannen nodig. Die politiemannen hadden er beslist niet veel zin in om Nederlandse mannen te vangen, dus ze keken niet zo heel goed zodat bij ons in huis niemand gevonden werd.

Op een gegeven moment zagen we dat ze wel de boer van de overkant meenamen, maar die ging lachend mee. En inderdaad, 's avonds kwam hij weer vrolijk wandelend terug. 

Eén keer gebeurde er iets heel ergs. Mijn vader kwam uit de stad thuis en huilde heel hard. Hij was vreselijk ontdaan. Hij had beslist iets heel ergs meegemaakt. Nou, dat was ook zo. De dag daarvoor hadden de Duitsers een aantal mannen doodgeschoten. Zij hielden namelijk mensen in de gevangenis vast als gijzelaars. Die mensen werden vastgehouden om te voorkomen dat de Nederlanders dingen deden die de Duitsers niet wilden. Zoals overvallen op treinen, het bevrijden van gevangenen of het vermoorden van hoge Duitse officieren. Gebeurde dat toch, dan schoten de Duitsers een aantal gijzelaars dood. En om de mensen maar goed te leren wat de gevolgen van hun daden konden zijn, legden ze de dode gijzelaars ergens in de stad neer en dwongen alle mensen er langs te lopen en vooral goed te kijken. 
Dat was in Apeldoorn ook gebeurd. Mijn vader had over straat gelopen en was ineens vastgegrepen en gedwongen langs de dode gijzelaars te lopen, samen met honderden andere mensen. Je snapt wel dat je dan vreselijk ontdaan bent. 

In die Apeldoornse maanden hebben we ook kerstmis gevierd. Veel weet ik daar niet meer van, maar wel herinner ik me dat we op een middag allemaal naar een zaal gingen in de Hoofdstraat, vlak bij de Mariakerk. Ik herinner me dat daar een heel grote kerstboom was, dat er gezongen werd en dat er een dominee wat vertelde. Het feest was namelijk door de Hervormde Kerk voor de evacués georganiseerd. We zullen ook wel wat te snoepen hebben gehad, maar wat dat is geweest, herinner ik me niet.

(Deel één)
 
naar deel 13
 home    :     "gewone mensen"