![]() |
||
Wonderen |
![]() |
|
|
In het begin
van de jaren '70 van de vorige eeuw was mijn vrouw lid van een werkgroep
"Welzijnszorg" in de parochie waar wij wonen. Daardoor kwam ze regelmatig
op bezoek bij een heel oude man die weinig meer naar buiten kwam en een
parochieel bezoek zeer op prijs stelde. Nadat hij was overleden bleef mijn
vrouw nog regelmatig zijn weduwe, mevrouw Van Mechelen, bezoeken. Na enige
tijd kwamen zij er samen achter dat ze allebei in Arnhem hadden gewoond.
Na nog verder praten bleken ze zelfs in dezelfde straat te hebben gewoond.
Het werd nog merkwaardiger toen bleek dat ze tegenover elkaar hadden gewoond.
Toen kwamen de herinneringen boven: over de parochiekerk aldaar, de pastoor en de kapelaans die ze beide gekend hadden. Tijdens een van de gesprekken vertelde mevrouw Van Mechelen dat zij vroeger wel eens een envelop met geld bij een mevrouw Van Gameren, die in de parochie woonde, in de brievenbus moest doen. Toen mijn vrouw mij dat verhaal vertelde, schoot mij een oude jeugdherinnering te binnen. Ik vroeg mijn vrouw om bij haar eerstvolgende bezoek aan mevrouw Van Mechelen te vragen of haar vader soms een speciale verering voor de Heilige Gerardus Majella had gehad. "Hoezo?" wilde mijn vrouw weten, maar ik stond erop dat zij dat eerst maar eens zou vragen. Enige tijd later, bij haar volgende bezoek, bracht mijn vrouw mijn vraag aan mevrouw Van Mechelen over. Grote verbazing van haar kant. "Hoe weet uw man dat nu?" Maar inderdaad, haar vader was een trouw vereerder van de Heilige Gerardus geweest. Niet alleen stond er bij hen thuis een beeld van deze heilige, maar hij ging ook een paar keer per jaar met de Broederschap van de Heilige Gerardus op bedevaart naar Wittem in Zuid-Limburg, waar de heilige in het plaatselijke klooster voorwerp van bijzondere verering is. Toen mijn vrouw me dat vertelde kon ik haar de geschiedenis ophelderen. Deze speelde zich af in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Mevrouw Van Gameren was namelijk de moeder van een vriend van me. Zij was een zeer vroom mens. Ze was getrouwd geweest met een onderwijzer die al op jeugdige leeftijd was overleden. Bij zijn dood was ze in verwachting van haar derde kind. Ze bleef in armoedige omstandigheden achter, met een klein pensioentje en ondersteund door de Sint-Vincentiusvereniging, de katholieke instelling voor caritas. Wij kwamen vaak bij haar thuis, want het was er
gezellig. Ondanks dat ze het heel moeilijk had, was ze een opgewekte vrouw.
Zij woonde bij haar ouders, waar zij de bovenetage in gebruik had.
Maar ik herinner me nog heel goed dat ze ons eens een keer terecht wees: "Ja, lachen jullie me maar uit, jullie weten best dat ik het absoluut niet breed heb, maar als ik echt in nood zit, dan stuur ik mijn laatste gulden naar Wittem om daar een kaars bij Sint-Gerardus op te steken. En je kunt het geloven of niet, maar binnen een paar dagen ligt er een envelop met geld op de mat..." Wonderen gebeuren nu eenmaal door mensenhanden… B. van Schaijk
Apeldoorn (de namen in deze waargebeurde geschiedenis zijn gefingeerd) |
|
![]() |
||
|
|
||