De watersnoodramp (1953)


Landkaart van het rampgebied uit het Vrije Volk, februari 1953 (©!!!)
Ten tijde van wat Zeeuwen "de ramp" noemen, woonde ik in de Spanjaardstraat in Middelburg. Op zaterdag 31 januari 1953 mocht ik met mijn vader mee naar de boulevard in Vlissingen.

Het water van de Westerschelde beukte tegen de walkant en spatte uitbundig over mijn vaders Ford V8. Mijn vader hield van dit natuurgeweld en wilde, als het stormde, altijd naar Vlissingen. De mooiste sport voor ons was de auto uitrennen, en voordat de golf de wal raakte weer droog de auto in springen. In de auto waren we veilig, dat was een kolos.

Ik herinner me dat mijn vader het portier van de auto (aan de zeekant) niet kon openen. De wind was te sterk. Hij draaide zijn portierraam open, en door de luchtdruk woei spontaan mijn deur open. Dat was schrikken. We kregen hem met grote moeite dicht toen mijn vader zijn portierraam weer had opgezwengeld.

Halverwege de boulevard had de zee een gat geslagen en gaapte er een diepe, kolkende afgrond. Aan de rand van dat gat stond een man, leunend tegen de storm in, om goed te kunnen kijken. Hij hing in een hoek van 60 graden boven de krater. Dat beeld vergeet ik nooit.

De motor van de Ford weigerde dienst. Mijn vader liet de wind de auto de Coosje Buskenstraat inwaaien en kreeg aldus de achtcilinder weer aan de praat.

's Nachts ging het zo tekeer dat ik heb liggen rillen van angst op mijn zolderkamertje. De volgende dag hoorden we het geronk van helikopters, en het gejank van sirenes. Het was goed mis in Zeeland.

Middelburg ligt wat hoger op het eiland Walcheren, dus het water bereikte ons niet. Ironisch genoeg hadden we die dag helemaal geen water, want de waterleiding werkte niet meer. Als misdienaar moest ik 's middags dienen in het lof, en we hoorden voortdurend het gekletter van de vallende kerkdakpannen.

Mijn vader werd ingeschakeld bij de hulpverlening en kwam met gruwelijke verhalen thuis over verdronken mensen en vee. Voor mij ging daarna het leven gewoon door. Voor velen (1836 mensen en hun nabestaanden) zou het nooit meer hetzelfde zijn.

Wim Adriaansens
Apeldoorn
 home    :     "gewone mensen"