Papierrollen bij het gebouw van het Algemeen Handelsblad (©!!!)

Met een handvol dubbeltjes naar de telefooncel

Achter de computer zittend, werkend aan een artikel voor het sportblad De Scheidsrechter, besefte ik plotseling dat het nog maar betrekkelijk kort geleden is, dat ik als verslaggever van Trouw in Amsterdam met een handvol dubbeltjes naar de telefooncel aan de Weesperzijde ging om alle wachtcommandanten van de Amsterdamse politiebureaus te bellen met de vraag of er in hun wijk nog nieuws te halen was. Dat gebeurde elke avond omstreeks tien uur. Ik spreek nu over het jaar 1960 en omstreken. Niet elk huishouden had een telefoon. Wij dus ook niet. Nog maar iets meer dan veertig jaar geleden. 

Ik was als jong verslaggever bij deze oude verzetskrant aan de slag gegaan. Een geluk, aangeboden door een vriend van mijn ouders die hem van de voetbalclub kenden. Hij werkte bij Trouw en werd mijn leermeester. Hoofdredacteur was de legendarische dr. Bruins Slot, politicus van de ARP, die grote bekendheid kreeg door zijn opvattingen over de verhouding tussen Nederland en Nieuw-Guinea.

Trouw was toen nog een echte gereformeerde krant die steunde op de mensen uit het verzet. Gesina van der Molen is zo’n vervlochten naam. Net als Maarten Schakel uit de Alblasserwaard en Smallenbroek, ook geen onbekende. Hij schreef zijn ideeën op de achterkant van een sigarendoos. Dat doe ik nog, dus rook ook gewoon door. Rookpaal of geen rookpaal.

Trouw dreef ook op de politieke kracht van de ARP. De Haagse inbreng in Trouw was dan ook ruim bemeten. Aan sport op zondag deden we niet, al is de Olympische medaille van Sjoukje Dijkstra wel in de kolommen terechtgekomen. De krant bracht zaterdagvoetbal. Typisch dat wij wel op de zondagavond de krant maakten. Bij de toenmalige Rotterdammer was het nog erger. Daar begonnen de redacteuren om twaalf uur ’s nachts. 

Mijn baas op de stadsredactie was Ger Lak, die in de oorlog op zijn motorfiets met Trouw onder zijn jack de Duitse controles probeerde te omzeilen. Ik realiseer mij nu ook dat tussen 1960 en 1945 maar vijftien jaar lag. Trouw huisde toen in het oude gebouw van De Telegraaf aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal, schuin tegenover café Scheltema, pal achter de Kalverstraat en de Dam, en ook niet te ver van Hoppe aan het Spui. Voorwaar een inspirerende omgeving. Ik leerde er niet alleen schrijven maar ook drinken.

Ter geruststelling, verslaggevers reden op de fiets door de stad, gingen met de tram of liepen. Naar het Hekelveld bijvoorbeeld waar Het Vrije Volk zat. De collega’s trof je in de kroeg aan de overkant. De Volkskrant werkte ook aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal, net als De Tijd en het Algemeen Handelsblad. Een echte Fleetstreet derhalve. Nu is dat allang niet meer zo, de tijden zijn veranderd. Trouw woont met De Volkskrant aan de Wibautstraat en De Telegraaf in Sloterdijk.
 

Primitieve omstandigheden

Ik schilder deze achtergrond om duidelijk te maken dat wij in die tijd onder primitieve omstandigheden werkten, maar niemand leed daaronder. Kopij voor de krant waren getikte velletjes, geproduceerd op schrijfmachines (Olivetti of Remington) die je in een museum nog wel eens tegenkomt. Foto’s werden voorgelegd aan de chef redactie, die vooral op de kosten lette.

Deze chef-redacteur moet een hekel hebben gehad aan Huib Hendrikse, onze Ruslandkenner (tijd van de Koude Oorlog). Huib was een meester in het schrijven van de aanhef van zijn artikelen. Hij was soms een dag bezig om de eerste zes zinnen te vinden. Zijn prullenbak was overvol. Hij verbruikte veel papier. Overigens is de aanhef nog steeds belangrijk omdat de entree bepaalt of een lezer doorgaat. Wij noemden de aanhef de ‘zak’. Klinkt wat banaal. De verslaggevers van het wat deftiger Handelsblad gebruikten dan ook een andere benaming: manchet…

De meesten van ons woonden ‘in’, omdat er nog een tekort aan woonruimte was. Telefoon thuis hadden wij aanvankelijk dus ook niet. Maar dan was er nog mister Amsterdam, Piet Mijksenaar, de voorlichter van de stad die wachtlijsten kon manipuleren. Hij zorgde ervoor dat je een keurige zwarte telefoon kreeg met draaischijf en ook een woning. Een auto had je ook niet. Daar moest je zelf voor zorgen. Het werd altijd weer een Lelijke Eend, maar de fiets was vervoermiddel nummer één. Wat later ben ik nog op reportage geweest in Noord-Holland op een scooter, een enorme luxe.

U begrijpt dat de communicatie met de redactie in dezelfde sfeer verliep. Als er een verhaal moest worden doorgegeven ging dat per telefoon. De redactiesecretaresse nam dat in steno aan of op een soort grammofoonplaat. Maar ook zij moest dat verhaal weer overtikken. De velletjes tekst gingen naar de redacteuren die de kopij bewerkten en doorstuurden naar de zetterij, die dan weer aan de gang ging op die grote zetmachines, die regels in lood uitspuugden. Koppen werden in een zethaak met de hand vervaardigd. Wat een tijd, echt nostalgie.

Na de productie van lood kwam de vorm. Vorm staat voor een paginagrote ook al loden raam, waar de artikelen regel voor regel een plaats kregen. We maakten daar op een papier een voorbeeld van. Als de vorm vol was ging het geheel onder de prage [1] en kwam een groene ingedrukte pagina tevoorschijn, die weer naar de platenmakerij ging. Over de foto’s zal ik maar niet spreken. Voor mijn gevoel ging dat met hamer en aanbeeld. De nieuwsinformatie kwam ook binnen via de telexen van ANP en Reuter. Die rollen liepen dag en nacht.
 

Adembenemend

Zo werkten wij dus. Het is nog maar veertig jaar geleden dat de kranten op deze manier vervaardigd werden. En moet je nu zien. Ik weet nog dat de eerste computers kwamen. Op dit moment zit ik te tikken op de jongste generatie computers, kan corrigeren wat ik wil (Huib Hendrikse nam een nieuw velletje) en sla onderweg steeds op om het geheel niet te verliezen. In de tijd waar ik het over had kende een drukkerij een hele rij dames die velletjes papier overtikten. Die dames zijn nu verdwenen, want ik stuur mijn kopij per e-mail rechtstreeks naar de vormgever die  met behulp van weer andere grafische hulpmiddelen de opmaak verzorgt. Bij de kranten gaat het net zo. De verslaggever tikt zijn tekst, kan ook thuis of vanuit het buitenland en zendt door. Geen probleem. Dan is er de mobiele telefoon die het contact met de redactie dag en nacht verzekert en de fax als dat nodig is. Vormgevers maken de tekst op scherm op en hebben direct contact met de drukkerij. Dit verhaal is per e-mail naar de webmaster van de website gegaan en als de tijd het toelaat lees ik over een uur mijn eigen tekst. Ter geruststelling, ik kan nog steeds aardig meekomen. Maar wat ik zeggen wil is dat tussen de dubbeltjes in de telefooncel en dit moment een adembenemende korte tijd ligt.

En wat denkt u van de televisie? In de Trouwtijd hadden wij zo’n ding niet in huis. De krant had er één. Op dat gebied is er ook zoveel gegroeid. Naar de oorlog in de Golf en Irak kijken we op de televisie. Live nog wel. We zijn er altijd bij. Prinsesjes worden op tv geboren. De hele wereld is ons leefgebied geworden en ook tijd speelt geen rol meer. In een ander artikel op deze website vertel ik over de gijzeling in het Olympisch dorp. Met de technische hulpmiddelen van nu had ik nog veel meer kunnen doen. Ook in München werkte ik met Pfennige voor de telefoon. De mobilofoon en de laptop zijn ervoor in de plaats gekomen. Fantastisch toch. Een dat (nogmaals) in één werkzaam leven. Wie met de trein reist weet ook dat de mobiele telefoon een vast instrument is. De NS zouden zo’n apparaat gratis moeten verstrekken. Trekt vaste klanten aan. 
 

Gaan we er goed mee om?

Wat ik ook wil zeggen is dat wij in deze tijd gewend zijn geraakt aan snelle communicatielijnen. Daar moeten wij van profiteren en ons tegelijk afvragen of we er goed mee omgaan. De wereld bestaat niet meer uit onbereikbare gebieden. Even naar Australië bellen is een fluitje van een cent. Een artikel sturen naar Boston is simpel. Informatie zoeken via het internet eveneens. Wetenschappers kunnen voor informatie overal terecht. Ik moet wel eens aan een uitspraak van een deskundige denken (Van Cuilenburg) die mij schematisch uitlegde dat de mogelijkheden van informatie en de informatie zelf, geen gelijke tred houden met wat een mens kan opnemen. 

Rest dus de vraag: worden we rijker of armer met die stroom informatie in ons denken en beoordeling?

Chris van Leeuwen
Huizen

Noot 1:
Een prage is een persapparaat dat de loden vorm in een matrijs perste.
 home    :     "gewone mensen"