De sluiting van de Limburgse mijnen (1964)

De Willem-Sophiamijn (©!!!)
In 1965 kwam het besluit dat alle mijnen in Limburg gesloten zouden worden. Bij de ongeveer 40.000 mijnwerkers kwam dit bericht als een donderslag bij heldere hemel. Toen ik dat voor het eerst aan mijn familie en kennissen vertelde, keken zij mij aan: "Mijnen dicht? Dat is onmogelijk!"

Die sluiting is ongenadig hard aangekomen in 1965. Dit alles hadden wij to danken aan de toenmalige minister van Economische Zaken Den Uyl.

In 1966 is men begonnen met het sluiten van de mijnen tot in 1973 de laatste werd gesloten...

Toen ik de Lagere School af had ben ik naar de MULO gegaan. Deze school heb ik afgemaakt met A en B diploma. Daarna ben ik in Spekholzerheide (gem. Kerkrade) naar de mijn Willem-Sophia gegaan waar ook mijn vader als ondergronds mijnopzichter werkzaam was. Daar heb ik twintig jaar ondergronds gewerkt. Ik heb alle rangen doorlopen, van sleper tot mijnopzichter.

In 1969 werd er tegen ons gezegd: "Jongens, de Willem-Sophia gaat dicht." Waar was Frans Dohmen van de Katholieke bond?

Toen het nieuws op het plakbord in de loonhal bekend werd gemaakt, kwamen de mensen van mijn afdeling naar mij toe en vroegen angstig en hulpeloos: "Wat nu?"

Op dat pijnlijke moment kon ik er nog niets over zeggen want wij wisten ook niets. Enkele dagen later kregen wij van de directie te horen dat zij het bedrijf KAJA in Best zouden overnemen. Een fabriek waar wielen gemaakt werden. De mensen kregen daar een opleiding van ongeveer twee jaar. Elke dag reden vier of vijf bussen naar Best. Vertrek om half zeven aan de mijn en terug om half vijf. Na ongeveer een jaar was ook mijn beurt gekomen om naar Best te gaan en opgeleid te worden als baas van de kwaliteitscontrole.

Na twee jaar vond de verhuizing van Best naar Spekholzerheide plaats, in de inmiddels nieuw gebouwde fabriek op het mijnterrein. Men had ons medegedeeld dat de fabriek uitgebreid zou worden tot duizend werknemers. Vanaf het begin heb ik altijd mijn twijfels gehad, want ik dacht: "Zoveel mensen op de werkvloer oké, maar zoveel administratieve krachten en té veel toezicht in de fabriek, dat kan niet goed gaan." Mijn twijfels kwamen uit... Na zes maanden kregen vijfenzeventig personen (administratie en toezicht), waaronder ook ik, te horen dat zij ontslagen werden. Wij zaten dus weer in hetzelfde bootje als voorheen.

Ons werd toegezegd dat wij elders tewerk gesteld zouden worden. Bijvoorbeeld in een autofabriek, gordijnenfabriek, speelgoedfabriek enz. Deze aanbiedingen heb ik allemaal niet geaccepteerd met als uitleg dat ik een opgeleide mijnbouwkundige was.

Een maand na mijn ontslag kwam de personeelschef bij mij thuis met de mededeling dat hij werk voor mij had bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Na getest te zijn ben ik veertien dagen nadien mijn nieuwe loopbaan begonnen bij het A.B.P., waar ik wederom twintig jaar prettig heb gewerkt. Na veertig jaar dienst mocht ik gebruik maken van een toenmalige regeling om vervroegd met pensioen te gaan. Hier heb ik dankbaar gebruik van gemaakt.

Tot slot wil ik dit nog zeggen: Als deze mijnen boven de Moerdijk gelegen hadden, en als dan die sluiting in 1965 bekend was gemaakt, dan was dat niet gebeurd op de manier zoals dat nu is gegaan. Gegarandeerd niet! Ze hebben veel beloofd en niks gegeven. Alleen maar heel veel ellende voor Limburg, zoals altijd.  

Dhr. J. Gorissen
 home    :     "gewone mensen"