"Humanae vitae" (1968)

Paus Paulus VI (©!!!)
De roemruchte encycliek Humanae Vitae van paus Paulus VI uit 1968 gaat bij het grote publiek door voor het wapen dat de Rooms-Katholieke Kerk in stelling bracht tegen het steeds meer toenemende gebruik van voorbehoedsmiddelen in de Westerse wereld.  Toch is dat maar een heel eenzijdige beoordeling van deze pauselijke brief. Haar waarde strekt veel verder. De titel zegt het al: de kerk geeft hier haar visie op de waarde van het menselijk leven en die kan niet anders dan heel positieve zijn.

Toch heeft geen enkele encycliek, met uitzondering van Rerum Novarum misschien, waarin Paus Leo XIII in 1891 de officiële katholieke sociale leer vaststelde, zoveel beroering gewekt bij de het grote publiek. De paragrafen over het gebruik van voorbehoedsmiddelen vormden toen al een achterhoedegevecht tegen een bijna algemeen aanvaard  gebruik. Tot het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw werd de strijd tegen ongewenste zwangerschappen voornamelijk gevoerd door de NVSH [1]. Maar voor katholieken had het toch altijd iets besmuikts gehad wanneer men toegaf zijn middelen via deze vereniging te betrekken. Zo ook de aanschaf van condooms bij drogisten, die deze artikelen enkel nog van onder de toonbank verkochten, terwijl in Duitsland de condoomautomaten al jarenlang gemeengoed waren.

Maar dan komt de pil op de markt, in 1963. Ik herinner me dat jaar nog zo goed, omdat mijn vrouw en ik in dat jaar trouwden. De opwinding over dit voorbehoedsmiddel was groot en het enthousiasme waarmee het publiek het omarmde navenant. Katholieken overwonnen hun schroom doordat medici het middel voorschreven om onregelmatige menstruatie te reguleren. Dat de vrouw daardoor periodiek onvruchtbaar was, was dan mooi meegenomen. 

De eerste jaren van ons huwelijk was het gebruik van voorbehoedsmiddelen helemaal niet aan de orde. Toen wij tijdens onze verkeringsjaren met elkaar spraken over het gezin dat we graag zouden hebben, stond het al vast dat we niet meer opteerden voor een groot gezin zoals onze ouders dat hadden gehad. Drie, misschien vier kinderen leek ons het ideale gezin. Wanneer dat er eenmaal was, zouden we wel weer verder zien.

Maar het liep natuurlijk allemaal anders. We waren een jaar getrouwd toen onze oudste zoon werd geboren, een jaar later gevolgd door een miskraam. Pas in 1967 konden we onze dochter verwelkomen. Maar deze laatste bevalling had wel heel veel van mijn vrouw geëist. Niet alleen was tijdens de zwangerschap een verhoogde suikerbelasting vastgesteld, voorteken van een naderende diabetes, maar ook had ze heel veel bloed verloren en was ze bijzonder verzwakt. Onze huisarts, die haar, zoals dat toen gebruikelijk was, bij de bevalling geholpen had, onderkende het probleem en adviseerde ons in ieder geval enige tijd rust te nemen en met een derde kind toch nog maar een poosje te wachten. Dat werd dus de pil.

Wij woonden destijds in een dorp in het Land van Maas en Waal. Apotheken kende men daar toen nog niet. De huisartsen hadden allemaal een apotheek aan huis en dus kon ik bij hem de pil afhalen. Lyndiol-5 heette die. Naar huidige maatstaven een kanon waarmee je op een mug schiet, maar iets anders was er nog niet. Ik weet nog dat ik naar het doktershuis fietste, hoe hij me uitlegde hoe het 'medicijn' gebruikt moest worden, en hoe ik met mijn nieuw verworven kennis weer thuis kwam om deze te delen met mijn vrouw. 

Wij waren nog bezig het doosje uit te pakken toen de krant op de deurmat viel. Ik haal hem op, en onder het naar binnenlopen zie ik een grote kop: PAUS VERBIEDT ALLE VOORBEHOEDSMIDDELEN. Met in kleinere letters daaronder: Nieuwe encycliek van Paulus VI: Humanae Vitae. Tja, daar stonden we dan… hilariteit!

Maar ook al waren we toen nog heel gezagsgetrouwe volgelingen van de Rooms-Katholieke Kerk, we wisten toen ook dat dit nieuws niet voor ons bestemd was. Ook niet voor andere mensen in ons dorp of streek.

De pastoors  moesten natuurlijk over de encycliek preken, dat was opdracht van de bisschop. En al die honderden pastoors in Nederland stonden natuurlijk voor hetzelfde dilemma: Letterlijk de opdracht van de paus aan de gelovigen doorgeven of met begrip voor de menselijke nood hun persoonlijke en vaak door de bisschoppen gesanctioneerde visie te geven. Een duivels probleem…

Onze eigen pastoor was een goedmoedige dorpspastoor, iemand die vanaf zijn eerste voetstappen op het seminarie voorbestemd was eens een 'beminde herder' te worden. Iemand die op zijn eigen, niet van bonhomie gespeende wijze, algemeen christelijke vraagstukken kon behandelen en waarnaar met een welwillend half oor geluisterd werd. Het leven van alle dag ging toch wel zijn gang.

Nu bood de grote pastorie van ons dorp ook onderdak aan een emeritus-pastoor uit een van de naburige dorpen, een eerbiedwaardig grijsaard van vierentachtig jaar. Hij maakte zich verdienstelijk door op zaterdag of zondag een van de zes missen op te dragen, waarbij hij het preken altijd aan een van de kapelaans overliet.

Ik ben natuurlijk geen getuige geweest wat zich in de dagen voor de bewuste preek in de pastorie heeft afgespeeld. Maar ik kan me zo voorstellen dat onze eigen goede herder met zijn handen in het weinige haar zat: "Nou moet ik toch over seks preken, dat kan ik helemaal niet, dat heb ik nog nooit gedaan, wat moet ik nou?" En die oude emeritus-pastoor: "Wanou, Mari, kunde gij da nie? A gij da nie kan, dan doe ik da toch!"

Bisschop Bekkers (©!!!)

Ik hoorde die preek van hem in de mis van zaterdag vijf uur. Een normaal bezette kerk, ofwel een 500 à 600 mensen, maakten zich op om op de vertrouwde wijze even onderuit te zakken toen de preek begon. Die oude man gaat preken, het zal wel… Maar al bij zijn eerste woorden veerden de kerkgangers op. In mijn herinnering ging het ongeveer zo:

"Beminde gelovigen. Gij zult best geschrokken zijn van de week, de krant kwam en de televisie heeft het oe (hij bleef zijn Brabantse dialect gebruiken) allemaal uitgebreid verteld: De paus verbiedt de pil en andere middelen die voorkomen dat oewen vrouw in verwachting geraakt. Dat raakt oe allemaal. Ik kan me voorstellen dat oe van de week vaak laat naar bed zijt gegaan en slecht geslapen hebt. Het is ook niet niks wat de paus allemaal verbiedt.

Maar, beste mensen, daar moet ge oe eigen toch niet zo druk om maken. De paus zegt die dingen, omdat hij die natuurlijk moet zeggen. Hij is tenslotte de leider van de hele wereld. Maar gij hebt ook nog een andere leidsman. Jaren keek gij op televisie naar oewen eigen bisschop, onze goede Bekkers uit Den Bosch [2] en hij hield oe al jaren veur dat de grootte van oew gezin oewen eigen verantwoording is, een verantwoording die niemand van oe kan overnemen, oewen pastoor nie, oewen bisschop nie, en ook de paus nie!"

 
De gelovigen waren klaar wakker, zoveel wijsheid van zo'n oude pastoor! Verder hoefde hij niets meer te zeggen.

Er was die avond om zeven uur nog een mis en op zondag waren er nog eens vier. In een dorp verspreiden berichten zich altijd als een lopend vuurtje. Nog vijf keer dat weekend zat de kerk afgeladen vol. In ons dorp waren de jaren zestig begonnen.

B. van Schaijk
Apeldoorn

[1]
Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming.

[2]
Bisschop W.M. Bekkers stond van 1960 tot 1966 aan het hoofd van het bisdom Den Bosch. Hij werd erg bekend met zijn praatjes op de televisie (toen een nieuw medium) over het Tweede Vaticaanse Concilie en zijn aanhoudende pleidooi voor oecumene.

 home    :     "gewone mensen"