Emigratie naar Canada (1975)


(©!!!)
Wat brengt een mens er toe te gaan emigreren? In de jaren vijftig, met de vrij algemeen heersende armoede in Nederland en het gebrek aan beschikbare woonruimte, was het antwoord hierop vanzelfsprekend. Immers, veel van bovengenoemde problemen die door de Tweede Wereldoorlog ontstaan waren, bestonden in andere landen niet.

Gedurende de hoogtij van de emigratiegolf vervoerden schepen van met name de Holland-Amerikalijn tienduizenden Nederlanders naar de beloofde landen zoals de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. De meesten met het idee dat zij hun familie nooit meer zouden zien. Vliegen was immers erg duur en bootreizen duurden te lang voor een vakantietrip. Het afscheid op de kade moet vaak hartverscheurend zijn geweest. 

In de jaren zestig was er echter sprake van een duidelijke teruggang, mogelijk veroorzaakt door een krappe arbeidsmarkt waar elke werknemer makkelijk aan de slag kwam in eigen land en een teruglopend tekort aan woningen.

Toch besloten mijn vrouw en ik (1955 en 1952) midden jaren zeventig om te gaan emigreren. Waarom wij dat deden is achteraf gezien een subjectieve beslissing geweest, want slecht hadden wij het niet. Als ik onze argumenten van toen zou moeten opsommen, moet men denken aan het zoeken naar avontuur, het ontsnappen aan een bureaucratische samenleving en de behoefte aan ruimte.

Vervolgens kwam de vraag: welk land biedt het meeste perspectief en spreekt ons het meeste aan? Deze vraag vonden wij vrij makkelijk te beantwoorden. Landen als Australië vielen af vanwege de afstand, per slot van rekening zouden wij Nederland willen bezoeken in onze vakanties. Bovendien sprak de Noord-Amerikaanse levensstijl ons aan. Omdat wij beiden familie bezaten in Canada, besloten wij uiteindelijk voor dit land te kiezen. Als het grootste land ter wereld, met nog geen dertig miljoen inwoners, was er zeker sprake van genoeg ruimte. Ook had Canada de reputatie dat de banen er voor het oprapen lagen, als je maar van aanpakken wist.

Vervolgens geïnformeerd bij de Canadese ambassade naar de mogelijkheden en de te volgen procedure. Hier moet ik wel bij vermelden dat wij eerst nog een voorlichtingsavond hebben bijgewoond en Canadese kranten lazen om zo goed mogelijk op de hoogte te zijn.

De procedure bestond in de eerste plaats, hoe kan het ook anders, uit het invullen van talloze formulieren. Ook moesten wij, van elke gemeente waar wij ooit gewoond hadden, een bewijs van goed gedrag inleveren. Aan criminele immigranten had men duidelijk geen behoefte.
De laatste stap bestond uit het ondergaan van een medische keuring.

Maar dan ben je er nog niet! Want het resultaat van dit alles was een rapport met een puntenwaardering. Hierbij moet men denken aan punten voor de beheersing van de Engelse taal, gezondheid, perspectief op de arbeidsmarkt, etc. Gedrag had hier echter geen invloed meer op, bij een crimineel verleden viel je gelijk af.

Uiteindelijk kwam dan toch de dag waarop wij toestemming kregen om te emigreren, dit moest meen ik binnen zes maanden gebeuren. Deze tijd was overigens hard nodig om afspraken te maken met familie in Canada, een overzeese verhuizing te regelen, een groot gedeelte van de inboedel zoals meubels te verkopen, etc, etc. Een positieve bijkomstigheid was dat de Nederlandse overheid bij wijze van subsidie de verscheping van de inboedel betaalde. Waarom kan ik mij niet herinneren, de moeilijke jaren van vlak na de oorlog waren immers voorbij.

Ik kan mij nog goed herinneren dat wij op 1 maart 1975 aankwamen in Canada. Het was overigens geen reis zonder hindernissen geweest. Wij gingen weliswaar niet per mailboot maar per vliegtuig, maar door het winterweer werd het toch een lange reis. De luchthaven van Toronto bleek dichtgesneeuwd te zijn, dus maakte het vliegtuig een uitstapje naar Montreal. Uren later pas konden wij doorvliegen naar Toronto. Bij aankomst aldaar werd er een groen document vastgeniet in ons paspoort als teken dat wij "landed immigrants" waren. Ook werden wij geïnformeerd dat wij geval van een veroordeling voor een misdrijf, onmiddellijk het land uitgezet zouden worden.

Door een oom en tante, die jaren eerder naar Canada geëmigreerd waren, werden wij opgewacht. Zij hadden voor ons een gemeubileerde kamer gehuurd in een mooie buurt van Toronto. Dit moest wel want onze inboedel was nog en route

Gelukkig hadden wij wel spaargeld bij ons zodat wij in onze eerste levensbehoeften konden voorzien. Een uitkering was er echt niet bij.
Dit betekende dus dat je alles moest aanpakken en niet solliciteren op "je eigen niveau". Daar kwam je als immigrant zonder "Canadian experience" toch niet voor in aanmerking. 

Al vrij snel konden wij aan de slag als conciërge in een flatgebouw. Het voordeel hierbij was dat wij naast ons karige salaris niet alleen een gratis flat ter beschikking kregen, maar ook dat wij alle gelegenheid hadden om naar iets beters uit te zien. Na ongeveer een half jaar werkten wij allebei voor een bank.

Twee jaar later kochten wij ons eerste eigen huis, een jaar later werd onze zoon geboren. Het ging ons goed in alle opzichten, maar toch mistten wij één ding, Nederland. Een land waar de rivieren traag stromen door een groen polderlandschap onder laaghangende bewolking.

In 1990 zijn wij met onze drie kinderen teruggegaan naar Nederland. Maar dat is een ander verhaal.

Peter van Zoonen
Duiven
 home    :     "gewone mensen"