Gijzelingen in Munchen (1972), Wijster (1975) en De Punt (1977)

De vlag halfstok in Munchen (©!!!)

Gijzelingen

De gijzelingen in Wijster en De Punt hebben een diepe indruk gemaakt, niet alleen op mij, maar ook op het Nederlandse volk. Ik beperk mij hier tot Wijster (1975) en De Punt (1977), omdat ik daar als verslaggever het dichtste bij ben geweest.

Om de gijzelingen van de jaren 1970 op een rij te krijgen is het nuttig via de zoekmachine Google het overzicht op te vragen. De eerste gijzeling was in 1970 (Ambassade van Indonesië), de laatste in 1978 (Provinciehuis van Assen). De schrik kwam omdat in de eerste jaren van 1970 Nederland voor het eerst getroffen werd door terreurdaden. In totaal hadden 112 acties plaats, waarbij 49 doden vielen. Wie belangstelling heeft voor deze recente geschiedenis kan via Google veel vinden. Ik schrijf over mijn eigen belevenissen die begonnen tijdens de Olympische Spelen in Munchen in het jaar 1972. Dat is ook de bedoeling van deze website.
 

Munchen (1972)

Wij waren daar als verslaggevers en werden in de vroege morgen opgeschrikt. Ik lag in bed, maar de ratelende telefoon liet van de prettige dromen weinig over. Of ik met spoed naar het perscentrum wilde gaan om details te zoeken. Alle collega's waren daar. We wisten op dat moment niet meer dan dat een Palestijns commando de flat van de Israëlische delegatie had bezet en de sportmensen gegijzeld. Er zou een dode zijn.

De taken waren snel verdeeld. Ik zou proberen het hermetisch afgesloten Olympisch dorp binnen te komen om te werken vanuit het recreatieve centrum van het dorp. Dat viel niet mee en bovendien was ik zeer nerveus. Bovendien had ik een Nagra bij mij van bijna tien kilo.[1] Probeer zo maar eens binnen te komen langs Duitse militairen. 

Hermetisch is echt hermetisch, zeker daar. Daarom ben ik eerst maar eens gaan bekijken wat er allemaal aan de poort gebeurde. Het bleek dat de sporters gewoon naar hun trainingen gingen, de wedstrijden werden afgewerkt en ze konden met hun zichtbaar gedragen passen doorlopen. Zo'n pas had ik ook. Ik wachtte en wachtte, tot ik een groep lange jongens zag terugkomen (basketballers of volleyballers). Ik ben klein van stuk en mengde me in de groep, verscholen tussen lange lijven. En zowaar, ik kwam door de poort. De militairen moeten mijn hart hebben horen bonken. Om het sportcentrum te bereiken heb ik vele records gebroken.

Binnen was het een heksenketel, maar er was een telefoon in de hal. (In die jaren beschikten we niet over zenders en moesten via het telefoonnummer in onze studio binnenkomen, met gebruik van Pfennigen.) Het werkte en zo kon ik via de telefoon en de studio op de Hilversumse zender komen.

Een ander gelukje (?) was dat de flat van de Israëlis aan de overkant was. Ik kon de flat zien, de Palestijnen op de balkons en de menigte militairen. Ik zei al dat ik nerveus was, maar vooral ook bang. Het gras bood wel enige bescherming, maar toch. Wat ik zag toeterde ik met overslaande stem in de telefoon. Zo heb ik gezien dat er veel beweging in de flat was en hoe de Palestijnen en Israëlis uiteindelijk in auto's vertrokken, op weg naar het vliegveld Fürstenfeldbruck, waar het drama zo'n bloedige afloop kreeg. Het Duitse leger blies de helikopter(s) met iedereen erin op. Verslaggever op het vliegveld was George Tor, die samen met Theo Koomen voor de KRO het bekende radiosportprogramma Goal maakte. Beiden zijn helaas overleden.

Vreemd overigens dat sportverslaggevers zo makkelijk met dergelijke situaties overweg konden. Tijdens de gijzelingen in Wijster en De Punt was dat ook  zo. De collega's Kees Jansma en Eddy Poelman opereerden er voor de TROS. De eerste reportage in Mu nchen deed ik met Fred Racké, ook al een (overleden) sportverslaggever. We spraken een band vol, 'staande vrije hand' met van alles wat wij aan geruchten hoorden en via de Duitse televisie kregen aangedragen. Of het allemaal wel klopte is een goede vraag. Maar wat moet je doen? De luisteraar wil een verhaal horen.
 

Moederziel alleen

Ik was als Nederlandse verslaggever in het Olympisch dorp moederziel alleen, verstoken van elke officiële informatie. Die kreeg ik later in het perscentrum tijdens de persconferenties van de Duitse minister Genscher. Als ik mij goed herinner had hij een slappe rechterarm, die hij met zijn andere hand op tafel moest leggen.

Hier speelde de Nagra weer een nuttige rol. Ik kon met een handle de band stop en scherp zetten en dan weer loslaten, zodat er een aaneengesloten tekst via een kabeltje naar de telefoon (had ik ook bij mij) kon worden doorgegeven en uitgezonden. Ondertussen wist ik wel wat meer, maar de gebeurtenissen waren zo complex en het Olympisch terrein zo groot en bewaakt, dat ik later pas in Nederland het totaal heb kunnen begrijpen.

In Munchen ben ik in de flat van de daar vermoorde atleet geweest. De bloedspatten zaten op de muur. Je krijgt een dreun. Dat waren wij toch niet gewend?

Nog één herinnering: de Spelen gingen zoals bekend door. Wij bleven. Alleen Dick van Rijn ging naar huis. Die wilde onder deze gruwelijke omstandigheden niet in Munchen werken. Indrukwekkend was de herdenkingsbijeenkomst in het Olympisch Stadion. Dat verslag werd gedaan door Wim Hoogendoorn van de VARA, ook al o.a. sportverslaggever en overleden. Hij deed dat geëmotioneerd en toch professioneel. De gesproken teksten vertaalde hij simultaan naar het Nederlands. Knap werk. Dat was dus 1972.

Alweer een chaos: Wijster (1975)

In 1975 en 1977 waren de treinkapingen door Zuidmolukse jongeren. Ook daar was het voor ons een chaos. Hoe dichter bij de dramatische gebeurtenissen, hoe minder informatie. Natuurlijk, ik heb de trein gezien, het geloop over de spoorbaan, maar wat er in de trein gebeurde wist ik niet. De regelmatige persconferenties waren primitief en boden weinig houvast. Ze werden gegeven door de toen zeer bekende voorlichter van Justitie Toos Faber-de Heer. De president in ballingschap Manusama heb ik gezien en mevrouw Somoukil, het bleef bij zien. Als ik mij goed herinner heb ik wel de dood van één van de treinreizigers meegemaakt. Hij werd letterlijk uit de deur geschoten. Of heb ik daar een foto van gezien? De gebeurtenissen zijn zo warrig dat je na zoveel jaar niet meer kunt terughalen wat je wel meemaakte of van 'horen of zeggen' hebt.

Verder was het wachten en wachten en ook een regelmatige herhaling van reportages. We hadden niet meer tekst. Dat het vreemd was allemaal, bewees ook wel dat tijdens de eerste gijzeling in Wijster een medewerker van justitie in Sinterklaaskostuum ons perscentrum binnenkwam om pepernoten uit te delen... Hoe verzin je het. Er werd schande van gesproken.

Van Agt (©!!!)

'Die man van hiernaast': De Punt (1977)

Tijdens de tweede gijzeling, in 1977, functioneerde ik in de Haagse studio Binnenhof, dichtbij het beleid, dichter bij Van Agt en Den Uyl. Maar alweer: ik heb meer op de stoep voor het ministerie op Het Plein gestaan dan relevante informatie doorgegeven. En steeds weer met die loodzware apparatuur.

We sliepen in een hotel vlakbij, waar nu het Perscentrum Nieuwspoort is gevestigd. Verder wist ik niets. Ook niet dat het leger een oefening hield in de buurt van De Punt om een aanval op de trein voor te bereiden.

Toen dat gebeurde was ik ook in Den Haag, waar we wel begrepen dat er grote meningsverschillen tussen de beide heren waren. Dries van Agt sprak over 'die man van hiernaast' als hij Joop den Uyl bedoelde. Ook begrepen we dat de oude Gaay (Fortman) een bemiddelende rol tussen beide heren speelde. Later is alles wel duidelijk geworden, vooral door een documentaire die in 2000 is uitgezonden. Je mag je afvragen of het gebrek aan informatie en de onvolledige verslaggeving niet heeft meegewerkt aan de schrik in de samenleving.

Pas na de kapingen kwam de informatie los. Ik had een contact met een mevrouw uit Haren die in de trein zat en mij in vrijheid vertelde wat er in de trein allemaal had plaatsgevonden. Ook ben ik teruggeweest bij de burgemeester van Bovensmilde en in de wijken waar de Zuidmolukkers woonden. Ik heb daar geen haat geproefd, wel een groot gevoel van onzekerheid over de toekomst.

Eén van de Molukse jongeren sprak mij nijdig aan met de woorden 'Je begrijpt er niets van'. De bedoeling was aandacht te vragen voor de Molukse zaak, net als de Palestijnen in Munchen die hetzelfde doel hadden. Ondanks alle bloedvergieten is dat zeker gelukt. De jaren zeventig staan, als periode waarin het geweld Nederland binnendrong, in mijn geheugen gegrift.
 

Chris van Leeuwen
Huizen
Noot 1:
Een Nagra is een opname-apparaat dat in die tijd gebruikt werd en nu vervangen is door veel lichtere apparatuur.
 home    :     "gewone mensen"