De onafhankelijkheid van Suriname (1975)

(©!!!)
In 1975 werd Suriname onafhankelijk. Ik mocht daarbij zijn als radio-verslaggever van de NOS/NCRV. De radio was in die tijd op volle ontwikkelingssterkte en lag ver voor op de televisie (ook al in ontwikkeling). We zouden met zenders werken, met een heuse regisseur die de locaties zou oproepen. Dat was spannend. De techniek riep meer emotie op dan de onafhankelijkheid zelf. Dat gold ook voor de voorbereiding. Wat wisten wij eigenlijk van Suriname? De politieke scène ging in feite aan ons voorbij. Wat ik mij herinner is dat wij in Nederland zilverpapier inzamelden. Daar zat kennelijk handel in. De opbrengst ging naar de arme kinderen in Suriname. 

Ook herinner ik mij dat we een zwarte pop op de zondagschool hadden, die het zilverpapier in ontvangst nam. De pop had het hoofd van een creool, een bosneger. Het cabaret van Gerard Cox en Frans Halsema had daar een onvergetelijke parodie op, namens de kinderen. De tekst: 'Hartelijk dank voor het zilverpapier, het smaakte heerlijk…'.

Er zullen ook wel van die ouderwetse schoolprenten aan de muur gehangen hebben met lachende kindertjes. Veel verder ging onze kennis niet. De gebrekkige voorbereiding gold ook onze kleding. Als mijn geheugen mij niet in de steek laat was de onafhankelijkheidsdag op 25 november. Winter in Nederland. We kwamen aan met een trui en dikke sokken. De temperatuur in Suriname is boven de dertig graden. Dat speelde ons parten, want er waren ook regelmatig officiële ontvangsten.

Prinses Beatrix was er ook, in de oude kolonieën bekend als prinses Glimlach. Zo'n ontvangst was er ook in hotel Torarica, met zwembad en palmen. We waren daar in wonderlijke uitgaanskleding. Verkeerd jasje, verkeerde broek en schoenen, maar wel met een strikje, geleend van de obers in ons hotel Krasnapolsky (Engelse uitspraak). Ik droom er nog wel eens van, ook dat ik met de prinses danste, maar of dat echt waar is of een zoete droom, weet ik niet meer. Leuk was het wel. De prinses danste uitstekend.

Krasnapolsky was tegenover een soort warenhuis. Later bleek dat de Nederlandse bedrijfsleider de broer was van mijn buurvrouw in Nederland. Wat is de wereld toch klein. Overigens was de vlucht lang, met veel tussenstops en een boordwerktuigkundige in de cockpit. Zo ging dat toen.
 

Politiek

Nog even over de politiek. De Nederlanders van mijn generatie herinneren zich de naam van Jopie Pengel, de leider van de NPS, de Nationale Partij Suriname. Dat waren de Creolen. Jopie was beroemd, vooral toen hij tijdens een verkiezingsmanifestatie door zijn stoel en het podium zakte. Jopie Pengel had een enorme omvang. De stelling kon dat niet aan.

Wat wisten wij verder van de Hindoestanen, de Javanen en de Chinezen die de dagelijks handel in handen hadden? De Javanen waren oud-slaven en waren eigenlijk altijd bang voor wat er komen ging. De bosnegers beheersten de wildernis, waar zij zich thuis voelden. De leider van de Hindoestanen was mr. Jaggernath Lachmon. Hij overleed niet zo lang geleden in Nederland (dit voorjaar) waar hij op werkbezoek was in zijn functie van Statenvoorzitter. Hij is ook de man die in de politieke arena het langst overeind gebleven is. Een erudiete man in een wit overhemd met korte mouwen. Hij wist hoe je je in de rimboe moest kleden. De Hindoestanen vormden de meerderheid in de samenleving (37 procent). 

Daar stonden we dus in Paramaribo. Een dorp eigenlijk met zo’n 300.000 inwoners. Verder zijn er geen grote steden. Daarom begin ik maar met de rest van het land, een onmetelijke rimboe met wilde dieren, slangen, krokodillen, Indianendorpen en krotjes in de nabijheid van de enige grote industrie in die tijd, de bauxietwinning. Om een beeld te geven: op een vrije zondag organiseerden wij een uitstapje naar de Marowijnerivier, die breed en machtig vanuit het binnenland naar zee stroomt. We huurden een boot met bemanning en voeren de rivier op, vanaf de oever toegezongen door de jeugd van de dorpjes op de oever. Er was veel vis, o.a. de beruchte piranja's. Ons doel was Bigistone (grote steen), een Indianendorp waar de avond tevoren een groot feest gevierd was. De mannen lagen nog laveloos in hun hutten, de vrouwen probeerden in beweging te komen en een enorme hoeveelheid flessen Parbobier te verzamelen. De kinderen verkochten sieraden. Ik kocht er een halsketting voor mijn dochter van een meisje in dezelfde leeftijd. De foto is zoek, het sieraad trouwens ook. We kregen de instructie niets te eten omdat onze darmen daar niet tegen zouden kunnen. Dat was dus ook Suriname.

Net als ons uitstapje naar de Afobakadam. De weg was rood van het bauxiet en dus ook stoffig. Alweer die onbegrensde natuur. In de verte kwam een gezin aanlopen, vader, moeder en een paar kinderen. Hun hele bezit in tassen op de rug. Ze waren op weg naar Paramaribo om daar hun geluk te beproeven. Ik heb de opvangkampen gezien. Een kale bedoening met hangmatten. Niet van die mooie voor in onze tuin, maar zelf gevlochten. Koken ging op een houtvuur. Alsof we terug waren in veel vroeger tijden. Ook Suriname. Zo kregen we wel een indruk van het land, rondgeleid door een Nederlandse dame die ons ook nog veilig door een gebied langs de Surinamerivier vol slangen leidde. Dat was de Jodensavanne, de eerste joodse nederzetting in het West-Indisch gebied.
 

En dan de onafhankelijk zelf

Het dorp Paramaribo was weken in de ban van feest en ook angst. Met name de Javanen waren bang dat ze het land zouden worden uitgezet. De run op de reisbureaus was groot. Lange rijen voor de balies om een ticket voor Nederland te pakken te krijgen. Er waren ook veel Creolen in de rijen. Die ophitsende berichten stonden elke dag weer in de krant, ook in Nederland. De Hindoestanen gingen hun gang. Ze hadden mooie oranje verkiezingsshirts met VHP (Vooruitstrevende Hervormings Partij) erop. Ik droeg er een op de camping in Italië, met succes. Ik zei al, Lachmon was een betrouwbare leider.

De naam van Beatrix heb ik al genoemd. Ook zij had een programma, vooral scholen en ziekenhuizen. Bij één van die gelegenheden moest ik met mijn microfoon op de knieën, vlak naast de prinses. En wat zag ik? Ze had een enorme ladder in haar kous. Zo kom je dus aan kopij... Het nieuws ligt op straat.
 

De bedelaar

Over ziekenhuizen gesproken, mijn collega Johan Bodegraven, de bedelaar van de NCRV werd hij in die jaren genoemd, organiseerde een actie om in Nederland geld in te zamelen voor een ziekenhuis in Paramaribo. De actie had succes en dus kwam er een Diaconessen Ziekenhuis in de stad aan een straat die nu nog (?) de Johan Bodegravenstraat heet. We hebben het in 1975 gecontroleerd.

Ondertussen deden we het dagelijkse handwerk. Op het grote Gouvernementsplein stond een standbeeld van koningin Wilhelmina (of Emma). Dat beeld werd ter wille van de feestvreugde omvergehaald. Een hectisch (hoogte)punt.

Aan hetzelfde plein stond ook een nachtclub. Met tien mensen hebben we gekeken naar een naaktshow met als vermakelijkheid dat de ruimte zo laag was dat de dames moesten oppassen niet met het hoofd tegen het plafond te kaatsen. We hebben wat afgelachen. Je kon er ook Chinees eten. Een afspraak was makkelijk. 'Vanavond Chinees eten bij DE BOOM'. Die boom stond er echt.

Ontvangsten waren er ook in de kazerne. Daar sprak ik Desi Bouterse, de commandant. Waarover? Ik weet het niet meer. De ontvangst voor de bevolking was in de Palmentuin, een prachtig park, de naam zegt het al, in de buurt van Fort Zeelandia, waar later de decembermoorden werden gepleegd. Toen was het nog een rustig monument aan de Surinamerivier uit de tijden dat het land verdedigd moest worden.
 

Aan de gang met zenders

Zo brachten wij onze dagen door in Paramaribo tot de 25ste november aanbrak en wij met onze zenders aan de gang konden. Een toplocatie was de witte kerk in het centrum. Dat was mijn locatie, niet zo moeilijk, want ik moest de bijeenkomst volgen in taal. Een beetje vervelend voor mijn buren in de banken, want ik sprak soms hardop door de officiële sprekers heen. Het vervolg op die gebeurtenis was een oorverdovend feest op straat. In een open jeep ben ik met een collega door de menigte gereden en heb als een wielerverslaggever de koers verslagen. Ik was kennelijk in vorm en ratelde maar door. Uit angst heb ik nooit meer de band afgeluisterd. Het moet vreselijk zijn geweest, maar wel leuk.

De vlaggenceremonie was in het stadion. Daar waren de Surinaamse premier Arron en Joop den Uyl, met prinses Beatrix. Ik herinner mij alleen de ceremoniële muziek en het zakken van de Nederlandse vlag en het hijsen van de Surinaamse vlag. Het volkslied van Suriname is overigens indrukwekkend. Zoek tekst en muziek maar eens op. Ik heb het ook gehoord tijdens een kerkdienst, waarvan ik mij ook de vrouwen met hun zondagse mutsen nog voor ogen kan halen.

God zij met ons Suriname
Hij verhef ons heerlijk land
Hoe wij hier ook samen kwamen
Aan zijn grond zijn wij verpand
Werkend houden we in gedachten
Recht en waarheid maken vrij
Al wat goed is te betrachten
Dat geeft aan ons land waardij

Dit is dus de impressie van een ooggetuige. Meer wil er niet uit mijn geheugen komen. Toen we weer terug waren hebben we als verslaggevers een reünie georganiseerd om elkaars foto's te bekijken. Dat zegt toch wel wat over de manier waarop we onze missie hebben uitgevoerd.  

Chris van Leeuwen
Huizen
 home    :     "gewone mensen"