Herman Bode

Op 10 januari 2007 overleed Herman Bode, gerenommeerd vakbondsman. Afkomstig van het Katholieke NKV en later van de FNV (Federatie Nederlandse Vakbewegingen). Hij werd 81 jaar oud.

De berichten in de krant en via televisie maakten in mij iets wakker. "Willen jullie naar de Dam, dan gaan we naar de Dam". Ik hoor het hem nog zo roepen. Veel van zijn collega's leven nog, zoals Harm van der Meulen, de voormalig voorzitter van het CNV. Dezelfde lichting. Bode en Van der Meulen hadden dezelfde achtergrond en uitstraling. "Mannen van de vakbeweging" uit een totaal andere tijd.

Ze deelden dezelfde bezieling en hetzelfde geloof in de beweging. Bode kwam uit de fabriek, Van der Meulen ook. Uit de blikfabriek Verblifa in Krommenie. Achtergrond? Ambachtsschool. Herman stapte bij het samengaan van NKV (de katholieke beweging) over naar de FNV (federatie met het NVV).

Het katholieke NKV verdween. Van der Meulen ging naar het CNV en werd districtsbestuurder van de toenmalige christelijke metaalbewerkersbond (CMB). Later werd dat de Industriebond CNV en nog later de Industrie- en Voedingsbond CNV.

Grote kantoren? Ho maar. Van der Meulen werkte, waarschijnlijk net als Bode, vanuit de keuken thuis. De keukentafel was het bureau. Daar kwamen de leden met hun arbeids- en sociale problemen. Van der Meulen noemde dat zelf de mooiste tijd van zijn leven. Als hij even weg was, nam zijn vrouw Corrie de honneurs waar. Het zal bij Bode niet anders geweest zijn. Het vormde zijn karakter.

Terugkijkend naar de beelden van Herman Bode op de Dam voelde ik hetzelfde. Dit waren inderdaad de laatste vakbondsmannen. Het is fantastisch te lezen hoe het in die tijd ging.

Een andere "laatste" is Pieter de Wit, oud-voorzitter van de christelijke kantoorbedienden. "Ik weet nog dat we bij de familie Dreesmann op de Prinsengracht in Amsterdam onderhandelden, op zolder. Ik weet ook nog dat familieleden op de vuist gingen. Dreesmann wilde een Zweeds systeem van arbeidsvoorwaarden invoeren. Wij zeiden: 'Je wordt bedankt. Laat ons dat eerst maar eens zien'. Dreesmann bestelde ter plekke drie tickets voor ons naar Stockholm. 'Ga maar eens kijken jongelui'. We zijn er een week geweest".

Dat was dus direct onderhandelen. Een andere oud-voorzitter typeert het verschil: "In onze tijd was het zo dat de bestuurders in de eerste plaats in de beweging geloofden en een goede preek konden houden. Daarna wierven ze leden op grond van verhalen over de bond".

Weinig opleiding

Veel opleiding hadden de mannen dus niet, maar de gedreven vakbewegingen beseften heel goed dat naast kennis ook overtuiging nodig was. Zo ontstonden bij NKV, NVV en CNV imposante opleidingsinstituten die vaak de naam van een groot sociaal man droegen. Het CNV kende het Slotemaker de Bruïne-instituut (SBI), dat nu de Marinus Ruppert Academie heet. Daar werden vakbondsscholen gevestigd. Bij NKV en NVV was dat net zo.

Overigens, Marinus Ruppert was de eerste voorzitter van het CNV. Hij kwam uit de tuinbouw, was daardoor in de winter vaak vrij en kon veel voor de beweging op stap. Plichtsgetrouw. In dit kader past een herinnering van Pieter de Wit. "Ik was met mijn toenmalige voorzitter naar Dokkum. We sliepen in een hotel waar je in die tijd een straalkacheltje kreeg en een kruik. De voorzitter vroeg wat ik de volgende morgen ging doen. Ik wilde naar het kantoor in Groningen. Om half zes werd ik door de waard gewekt op verzoek van mijn voorzitter, die naar Den Haag moest. Dat was zijn opvatting. Zeven dagen in de week werken, geen concessies doen aan je zelf... Als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat ik wel eens tegen die principes gezondigd heb".

Pieter de Wit kan ook iets over de kennis zeggen. "Ik moest naar Drachten en praten over de vrije loonpolitiek. Ik wist niet eens wat dat was. Ik heb het gedaan, maar weet niet meer hoe. Ik kreeg teksten mee uit een glazen kast die nog lang in onze kantoren heeft gestaan".

Gewone mensen

Uit deze regels zal blijken dat de "laatste vakbondsbestuurders" wel even anders in de maatschappij stonden dan tegenwoordig. Harm van der Meulen woonde in een rijtjeshuis in Utrecht, eigendom van de Industriebond CNV. Hij is er pas vertrokken toen de leeftijd vorderde en bewegen moeilijker werd. Bij Herman Bode zal het niet veel anders zijn gegaan. 

Ik sprak hem voor het laatst in het Vakbondsinstituut, het oude kantoor van de Diamantbewerkers. Hij was nog even vriendelijk en kameraadschappelijk, als een oude vriend uit een tijd waarvan ik het staartje heb meegemaakt. De verhoudingen waren destijds ook anders. CDA-ers Wil Albeda en Lou de Graaf kwamen regelmatig even in Utrecht langs. Albeda om eigenlijk een beetje college te geven en De Graaf om een pilsje met een borreltje te drinken. Beide mannen hebben bij het CNV gewerkt. Albeda lette op het buitenland en De Graaf op de sociale zekerheid. Van der Meilen belde Albeda ook vaak thuis. Dan sloeg Wil het orgel -zijn hobby- even dicht.

U begrijpt dat ik het bericht van het overlijden van Herman Bode wat geëmotioneerd beleefd heb. Herman, Harm en al die anderen, altijd op stap naar en voor de leden. Ik heb heel wat toespraken voor Harm geschreven. Hij trok mijn woorden een bewogen jasje aan. De mensen kwamen voor hem. Er was ook humor. Harm kreeg mijn verhalen natuurlijk altijd te lezen. Hij stuurde ze soms terug met rode potloden in de envelop. Ook waren er momenten die mij plezier deden. Toen de omroep demonstreerde schreef ik "Minister Brinkman, u bent een stoorzender". Daverend applaus. Leuk voor mij en Harm.

Dat waren de laatste vakbondsleiders. Geloof in de beweging dreef hen voort. Harm en Herman hadden broers kunnen zijn. Dezelfde bezieling, dezelfde inzet. Ikzelf werd er een levenservaring rijker door.

Chris van Leeuwen 
 home    :     "gewone mensen"