Woningnood onder studenten (2002)

Brouwersgracht, Amsterdam. Foto Jona Lendering.
Brouwersgracht, Amsterdam
Vier maanden gratis wonen aan de Amsterdamse Brouwersgracht op 1000 vierkante meter in een monumentaal pakhuis uit 1684? Klinkt goed. Slechts een paar problemen: geen water en sanitair, en met z'n allen om een warme luchtblazer omdat het nog zo verrekte koud was in maart. Wist ik veel waar ik aan begon toen ik enthousiast op het aanbod van Julia inging om met haar en enkele anderen een pand te kraken. Toen ik een week voor de kraak naar een 'vergadering' vertrok zag ik voor het eerst de mensen die nu grotendeels goede vrienden zijn. Hun enthousiasme en, moet ik toegeven, het rijkelijk vloeiende bier maakten me erg begeistert. Het kraken moest zo snel mogelijk, daar waren we het allemaal over eens. Tot ik de volgende week met Douwe en andere meubelstukken bij het verzamelpunt stond en er echt gekraakt moest worden. Op dat moment wou ik het nog wel even uitstellen.

De ervaren krakers stonden er naar mijn idee veel te relaxed bij voor zo iets gewichtig als ONZE kraak. Hun houding bleek geheel terecht te zijn, binnen vijf minuten was het slot door en nog eens tien minuten later stonden wij met ons 'krakerssetje' (lees: matje, slaapzak, halfslachtig tafeltje) op de vierde verdieping van een enorm oud pakhuis aan de Brouwersgracht. De politie kwam langs terwijl wij in de opening stonden van de grote opgeslagen luiken. Deze wetsdienaren constateerden door naar de gevel te kijken al leegstand en waren even snel weg als ze gekomen waren. Na een rondedans met Douwe begonnen we er al over na te denken wat onze slaapkamers zouden worden. Tegen de avond kwam de politie weer langs om ons te vertellen dat het echt te gevaarlijk was om te blijven. Waarom? Dat wisten ook zij niet maar blijkbaar hadden ze waarschuwingen van de eigenaar gekregen, al snel dropen ook zij af.

Marieke haalde bier en bleef bij terugkomst achterdochtig aan de overkant van de gracht staan omdat er een busje voor ons huis stilstond. De paranoia was compleet en ondanks een heel gezellige avond en een goede nachtrust was er de voortdurende angst voor knokploegen. De verhalen over gek geworden eigenaren waren niet van de lucht en waren nou niet bepaald goed voor de gemoedsrust. 
Alhoewel er wat spanning was kan ik mij de eerste avonden met kaarsen, handschoenen en sjaal nog met veel plezier herinneren. Veel mensen kwamen langs en ik leerde snel mijn medekrakers kennen. Niks punkers, anarchisme en deathmetal maar studenten filosofie, archeologie en kunstmatige intelligentie. Jazz is er een veel gehoorde muziekstijl en het door krakers gebezigde vegetarisme werd snel opgegeven bij het zien van burritos.

De eerste dagen werd er veel geklust, de elektriciteit werd aangelegd, binnen een week was er water en er werden meubels van grofhuisvuil naar binnen gesjouwd. Wat rijke mensen wel niet weggooien. Het gebrek aan een wc en douche was het vervelendste van het begin, het pissen in emmers en de open afvoer is na een tijdje gewoon niet leuk meer. Gelukkig beschikten we een paar huizen verderop over een vriend met wc en douche. Omdat deze gemiddeld om 5 uur ‘s middags wakker werd, was dit helaas ook niet ideaal.

Dus moest er een wc komen. Dat heb ik geweten. Met veel moeite zorgde ik ervoor dat het wc-blok boven de afvoer stond in het badkamertje. Daarna zou het een eitje zijn om de leiding licht te buigen en op de waterbak aan te sluiten. Zo niet met twintig jaar oude leidingen die al enkele jaren niet meer gebruikt zijn: die barsten. Geheel doorweekt en koud rende ik drie trappen af om de hoofdleiding uit te draaien. Deze zit onder de vloer en ik werd dan ook behoorlijk smerig. Maar ja, wassen kon niet want iemand had de waterleiding gemold. Gelukkig kon Bram een gasfles regelen en hebben wij na uren prutsen allemaal nieuwe leidingen in de badkamer aangelegd die we helaas nog niet op de wc konden aansluiten. Pas dagen later konden wij met een extra kraantje en spoelbak het geheel tot een werkende wc omtoveren. Nog nooit zo trots geweest op een toilet.

Ondertussen had de Officier van Justitie besloten dat ons huis het jaar voor onze kraak wel was gebruikt. Dit vanwege asbestverwijdering, jammer dat het daarna alleen nog gebruikt werd door een kolonie duiven op zolder. Van het asbestverwijderingsbedrijf zelf hoorden we dat de borden met waarschuwingen er alleen nog hingen om krakers te weren. Dat zij dit tegen krakers hebben verteld weten ze zelf nog steeds niet. Er zat niets anders op, we moesten de staat aanklagen!
Toen dit gebeurd was zaten we er veilig, want men mag niet ontruimen wanneer er een rechtszaak loopt. Vanwege deze veiligheid kwamen er discolampen, geluidsinstallaties en computers te staan. Overal werden oude apparaten opgetrommeld en voor we het wisten hadden we een partyruimte en een keuken. We kregen een douche en sloten op de voordeur, zelf barricadeerde ik nog wat deuren. Eén van de jongens nam zijn kat mee. Voor ik het wist werd het voorstel geopperd om een schoonmaakrooster te maken en mocht er na elf uur geen lawaai meer gemaakt worden vanwege onze buurman. (Een gepensioneerde advocaat die van zijn beroep zijn hobby heeft gemaakt.) Kortom, we waren al lekker burgerlijk bezig.

Nu hebben we het proces tegen de staat verloren, ik begin langzaam toch mijn spulletjes te verhuizen, er dreigt volgende week een ME-inval. Wat gaan we doen als dat gebeurt, blijven we in het pand om eens mee te maken hoe een ontruiming gaat? Wij kraken een ander pand, het huis blijft leegstaan… de eigenaar, ach zelf heeft hij een villa in Wassenaar en meerdere panden in Amsterdam. Hij zal er wel hard gewerkt voor hebben, dus is het zijn goed recht om er een paar leeg te laten staan.

Wat blijft is een leuke ervaring, veel drinken, standaard om vier uur slapen, veel filosofische discussies en spelletjes "Kolonisten". Je begint te wennen aan het gruis dat op je valt als iemand op de verdieping boven je loopt. Natuurlijk het huis zelf met de grote houten balken, de mooie bakstenen nisjes en de spookzolder. Al het werk dat je erin hebt gestoken, de graffiti op het behang met zinloze spreuken die alleen verzonnen kunnen zijn onder de invloed van joints of in een extreem geval paddo’s.

Ik kijk nu over de kruising van de Brouwersgracht met de Palmgracht vanuit onze huiskamer op de derde verdieping. Een prachtig uitzicht vanuit de raamopening waar ik zo nu en dan met Douwe en andere vrienden wat drink en zit te leren. Als ik nu uit het raam kijk zie ik aan de overkant een heel mooi oud pakhuis waarvan alle luiken gesloten zijn en denk onwillekeurig: hmm… hoelang zou dat nou al leegstaan?
 

Wouter Visser
Amsterdam
 home    :     "gewone mensen"