Waarnemer op de Golan (2003)

In rood: de zône van UNDOF (United Nations Disengagement Observer Force; ©!!!)

Scheidsrechter voor de Verenigde Naties

Ik ben net terug van een missie voor de VN Vredesmacht, die waarnemingsposten heeft in Israël. Mijn taak was om te letten op het gedrag van Israëli en Syriërs aan de grens op de Golan Hoogvlakte. Daar wil ik graag over vertellen, omdat het interessant is om te weten hoe mensen in dat gebied onder spanning leven en vooral ook wat ze van elkaar vinden.

Maar eerst dit: mensen vragen mij vaak hoe ik daar terechtgekomen ben. Op zich heel eenvoudig, door te solliciteren. In Nederland is de animo voor dit soort missies niet groot. Mijn collega’s houden er niet van een jaar van huis te gaan. Ik was in de omstandigheden om wel te gaan, vooral ook uit nieuwsgierigheid. Daarbij komt dat ik nu met functioneel leeftijdsontslag ben. De missie naar Israël was dus een mooie afsluiting van mijn carrière bij de luchtmacht. Bovendien heb ik de missie ervaren als een voor mijzelf onthullende ervaring. Ik ben overigens ook voetbalscheidsrechter geweest en functioneer binnen de Centrale Organisatie van Voetbalscheidsrechters. Daarom staat er boven mijn verhaal 'Scheidsrechter voor de Verenigde Naties'.

Deze vredesmissie is de oudste taak van de Verenigde Naties. Sinds 1948 wordt een waarnemingsactiviteit ontplooid. In de praktijk is het zo dat een observatiepost door twee militairen wordt bemand. Ik zat daar steeds een week met een buitenlandse collega. Dat was voorschrift. Er staat een caravan en er is een bunker voor noodgevallen. Aan New York moet altijd gerapporteerd worden door twee nationaliteiten.

Een tweede praktijk is dat er afspraken zijn gemaakt tussen Israël en Syrië over de gedemilitariseerde zône, een strook van ongeveer 25 kilometer breed die loopt van Libanon tot Jordanië. Israël en Syrië zijn formeel nog steeds in staat van oorlog, want deze landen hebben nooit vrede gesloten. De afspraken gaan over de omvang van de troepen in dat gebied. In beide zônes mogen onder meer geen lange-afstandsraketten zijn. 

De VN-missie waakt er dus over dat iedereen zich aan de afspraken houdt. Wij houden elke week inspecties, zowel aan Israëlische als aan Syrische zijde. Het is gewoon een kwestie van tellen, hoeveel wapens, hoeveel manschappen. Dat gebeurt op vaste tijdstippen. Vastgelegd is dat wij overal altijd naar binnen mogen, maar het komt voor dat een soldaat met een geweer naar buiten komt en zegt dat we er niet in mogen. Dan komen we later terug en als we dan nog 'nee' krijgen, rapporteren we dat aan het hoofdkwartier in New York. Onze missie volgt een vast protocol. De Israëli handelen overigens net zo. Die laten ons ook op bepaalde plaatsen niet toe, zoals een radarstation op de top van een berg.
 

Israëli arrogant

Mijn indruk is dat Israëlische militairen over het algemeen minder vriendelijk zijn dan de Arabieren. Een militair uit Israël is star, hij weet het altijd beter, en is arrogant, net als de Amerikanen kunnen zijn. Dat is dus ook het spel dat wij spelen. Een week in de caravan en om de veertien dagen op inspectie.

De Israëli hebben er overigens ook een elektronisch hekwerk staan, zoals ze nu bouwen aan de muur op de Westbank. Israëli patrouilleren langs het hek en er wordt ook geschoten, zoals laatst in januari. Eén Syriër dood en één gepakt. Zo’n bericht lees je niet in de pers. Daar wordt van beide kanten over gezwegen. Er is een Syrische jongen over het hek geklommen. Hij werd gepakt en teruggegeven. Van die incidenten hoor je verder niets.

Wij zijn ervoor om te voorkomen dat dergelijke voorvallen uit de hand lopen. Vaak is dat ook een kwestie van verstandig reageren. Er is een strook bij het hek waar niemand mag komen, maar de schaapherders lopen gewoon door. Die weten precies wat wij bekijken. Ik liet mij altijd duidelijk zien met blauwe baret op om te tonen dat ik hen zie. Voor de goede orde, de militairen die observeren zijn niet bewapend. Zij waarschuwen in dergelijke gevallen een patrouille (Oostenrijkers) die wel bewapend is. Het is hun taak de herders tegen te houden. Dat wij onbewapend zijn is heel belangrijk. Zo voorkomen wij ernstige incidenten. Eigenlijk is wat wij doen constant gluren. Het Israëlische leger kijkt 24 uur per dag naar de Syrische stellingen, en andersom. Ik verwijs graag naar de Berlijnse muur, dicht bij huis en zeer vergelijkbaar.
 

Even wennen

Ik moet bekennen dat ik wel even moest wennen aan de situatie en omstandigheden waar ik als VN-er terecht was gekomen. Ik woonde in Damascus, een stad met zes miljoen mensen, één armoezooi. Vrouwen met hoofddoekjes, enz., alhoewel ik ook in de chique warenhuizen leuke westers geklede meisjes heb gezien, buikje bloot, u kent dat wel. Wij woonden overigens in een betere wijk van Damascus met veel ambassades.

Ik heb de Arabieren leren kennen als voorkomende mensen met veel belangstelling voor wie je was en wat je deed. Ze vragen naar je kinderen en kleinkinderen en als je dan zegt dat je één zoon hebt, vinden ze dat maar vreemd. Het tweede halfjaar heb ik aan de Israëlische kant gewoond. Deze mensen vragen ook veel over de andere kant van het hek en Damascus, want daar mogen zij niet komen.

De auteur (links) met een Argentijnse collega (©*)

Even een interessant verhaal. Als je een T-shirt draagt met een Hebreeuwse tekst kom je Syrië niet in, want voor de Syriër bestaat Israël niet. De nam van het land wordt ook niet uitgesproken. Men spreekt over de andere kant. Ik kwam aan de grens met een fles wijn die ik in Haifa had gekocht. Wijn uit Roemenië. Er stonden Hebreeuwse teksten op. Ik moest de fles wel mooi aan de grens achterlaten. En toch willen ze alle twee weten hoe het aan de andere kant is.

De Golan is de kern van het probleem. Als je ziet wat de Israëli van de hoogvlakte hebben gemaakt . Dat is prachtig. Ze hebben de Golan bevloeid om de mooiste wijnen te produceren, er zijn steden gebouwd en kibboetsjim. Schitterend, een enorm verschil met Syrië. Aan de Syrische kant van de Golan is het één grote stoffige bende. Natuurlijk heeft Israël geld, ondanks de vele financiële problemen (de instandhouding van het leger bijvoorbeeld), maar de Golan zullen ze nooit teruggeven.

Ik ben diep onder de indruk van de armoede en vooral het toekomstperspectief van de Syriërs. Ik heb kinderen met blote voeten in de sneeuw zien lopen en noem alles wat daarbij hoort maar op. Bij mijn appartement kwamen kinderen de hele dag door de vuilniscontainers doorzoeken. Vreselijk.
 

Geen kant uit

Mijn conclusie is na een jaar rondkijken dat de Israëli met de rug tegen de muur staan. Op de Golan Hoogvlakte zijn de Syriërs, op de Westbank de Palestijnen. Er is veel haat. Joden haten de moslims en de Palestijnen. Wat is de oplossing? Een muur bouwen? De Palestijnen op de Westbank hebben niets. De muur houdt de Palestijnen tegen. Ze willen best werken, maar komen er niet meer uit. Geen verdiensten dus, echt niets. Dan krijg je die toestanden met zelfmoordacties. De bus opblazen. Geen toekomst. Een gewone Syriër wil vrede. Dat heb ik aangevoeld. Ik zie echt geen oplossing. Ik ben beroepsmilitair, nu dus met functioneel ontslag.
 

Geschrokken

Ik ben geschrokken en denk dat er weinig mensen in Nederland zijn die weten hoe de verhoudingen in dat deel van de wereld zijn. De gemiddelde Nederlander heeft altijd achter Israël gestaan, maar of dat nog zo is? Ik heb waardering voor wat Gretta Duisenberg deed. Dat was flink. Hopelijk heeft dat veel mensen aan het denken gezet. Wat Israël doet verdient misschien niet de schoonheidsprijs, maar wat moeten ze met de rug tegen de muur? Israël is permanent klaar voor de oorlog. Er wordt ook fanatiek geoefend. Misschien is vrede met Syrië een optie. Dan is de dreiging in dat deel weg.
Rinus Schreuder
Vught
 home    :     "gewone mensen"