Ongeluk op Gran Canaria (2004)


(©!!!)

Een ernstig ongeval tijdens een vrolijke vakantie

In maart 2004 kwamen twee Nederlandse vrouwen om het leven tijdens een bustocht over het eiland Gran Canaria. Met hun arts, verpleegsters en bemanning stortten ze  neer toen de reddingshelicopter tegen een hoogspanningsmast vloog en in een ravijn viel, waar de bus al op zijn kant lag. In deze touringcar zat ook de heer Gertie Schol met zijn echtgenote, uit Apeldoorn. Gertie Schol is vertegenwoordiger in auto-onderdelen en wilde er in het voorjaar eens even op uit. Dit is zijn verhaal:

De dag begon zo gezellig. We wilden een bustocht over het eiland maken want dan zie je meer dan vanuit een huurauto. Dus boekten we een trip. We draaiden de bergen in om van het uitzicht te genieten. Helaas konden we de top niet bereiken omdat het mistig was.

Tussen de middag werd een lunch aangeboden met een Spaans orkestje erbij, dansje gemaakt. Geen wolkje aan de lucht dus, op de mist na. Zorgeloos leventje, niet wetend wat je een uur later te wachten staat.

Na de lunch zouden we nog naar één plaatsje toegaan. Er stonden drie bussen. Die van ons stond achteraan, maar ging als eerste weg. Alles ging goed. De chauffeur reed niet te hard en de bochten waren overzichtelijk. Toch kwam onze chauffeur kennelijk iets te dicht bij de kant van de weg. We hoorden gekraak en de bus begon te hellen. Wij zaten aan de rechterkant van de bus. Er was een harde klap en op zo'n moment weet je eigenlijk niet wat er precies gebeurt.

Omdat we rechts zaten, lagen we onderop. De mensen van links vielen boven op ons en we konden geen kant meer uit. Mijn nek zat vast en op dat moment dacht ik echt: 'het is gebeurd met Gertie'. Ik had zo'n druk op die nek, dat ik dacht dat mijn nek zou breken. Het vreemde is dat je zoiets op zo'n moment nog aanvaardt ook. Eigenlijk was het enige dat ik nog dacht: 'als mijn vrouw er maar goed afkomt'.

Ik ben ook nog naar haar gaan roepen om te horen of zij nog leefde, maar kreeg helemaal geen antwoord. Het was doodstil in de bus. Eigenlijk was ik de enige die wat riep.

Op een gegeven moment kreeg ik meer lucht. Er stonden ook mensen op, dus ik dacht, we gaan de goede kant uit. Hoelang we daar gelegen hebben, ik kan mij dat niet herinneren. De tijd staat stil. Er begonnen ook mensen door het dakluik uit de bus te kruipen. Ik kon ook overeind komen.

Achter mij lag een vrouw, bewusteloos met een gat in haar hoofd. Ik ben erheen gekropen, maar een jongeman die daar ook zat zei: 'gaat u maar uit de bus, ik blijf wel bij haar want ik heb niets'.

Het gekke is dat ik niet meer weet hoe ik de bus ben uitgekomen. Het zal wel door het dak geweest zijn. Kon niet anders, maar ik weet het niet meer. Van mijn vrouw was geen spoor te bekennen. Mijn vrouw is er op dezelfde manier uitgekomen kennelijk. Dat gedeelte van de ramp mis ik in mijn herinnering. Allemaal zwarte vlekken.

En daar sta je dan bij de gekantelde bus. Verschillende mensen waren gewond. Ik had een kapotte hand. Mijn vrouw zat onder de blauwe plekken en liep een beetje moeilijk. Ergens waren we nog blij dat we er zo afgekomen waren. Er was wel degelijk paniek.

We werden bij een vrouw geroepen door een Française die haar niet kon verstaan. De vrouw moest aan de praat gehouden worden want ze mocht niet in coma raken. Ze had geen gevoel meer in de benen. We zijn aan het praten gebleven.

Helaas moet ik zeggen dat de coördinatie van de hulpverlening niet klopte. Het was allemaal zeer chaotisch. Daarom weet ik ook niet meer hoelang alles geduurd heeft. Ze hebben er in elk geval heel lang over gedaan om alle mensen uit de bus te krijgen. Toen bleek ook dat er zwaar gewonden waren. Er kwamen helicopters aanvliegen om het transport naar het ziekenhuis te versnellen.

Op een gegeven moment hadden we deze vrouw op een brancard liggen, ik heb er nog een vriendin bijgehaald. Zij kwam uit Duiven en was geboren in Friesland. Je snijdt alle onderwerpen aan om te blijven praten. Ik moest ook op een brancard, maar dat wilde ik niet. Toch zijn ze met me gaan lopen. Ik zou ook met een helicopter mee moeten.

Op een gegeven moment zagen we een helicopter opstijgen dat heeft eigenlijk nog de meeste impact op mij gehad. Op een gegeven moment vlogen er wat wieken af. Stukken. Het toestel dook naar beneden en was even uit het gezicht. Iedereen wachtte op de klap. Maar warempel, de helicopter kwam weer tevoorschijn en kreeg hoogte.

Iedereen klappen en juichen. Op dat moment vloog de rest van de wieken eraf en dook het toestel naar beneden toe. Alle mensen om ons heen en wij ook schreeuwden en waren in paniek. Dat was voor mij de nachtmerrie van het ongeval. Zo zijn de doden gevallen. Eén van die twee vrouwen zat achter ons in de bus. Ze vertelde nog dat ze nooit meer in een bus zou stappen. Laat die vrouw nou in de helicopter zitten…

De mevrouw die wij geholpen hebben zat er niet in. Deze momenten staan in ons geheugen gegrift. De jongen die mij de bus uitstuurde leek precies op een vroegere werkgever van mij. Hij was met zijn vrienden. We hebben niks hoor, zei hij. Laat die vriendin nu toch in een shocktoestand komen…

Ik denk er nog dagelijks aan, al gaat het 's nachts al beter. We zijn in het ziekenhuis terechtgekomen. Ik op de brancard en mijn vrouw (mank) lopend. We hebben 24 uur in het ziekenhuis gelegen. Ik lag naast een man met wie ik tot vijf uur 's nachts over het ongeluk heb gesproken.

Heeft dit nu een verandering in mijn leven betekend? Ik heb altijd als vertegenwoordiger langs de weg gezeten en kan aardig relativeren. Toch krijg je een andere kijk op het leven. Het kan zo afgelopen zijn. Vorige week werd ik op een nacht weer wakker omdat ik droomde dat ik op mijn rug lag. Toch weer. De beelden van de neerstortende helicopter, daar denk ik nog dagelijks aan.

Zo'n gebeurtenis moet je een plaats in je leven geven. Dat is moeilijk, maar het kan wel. Als vertegenwoordiger langs de weg heb ik een ongeluk meegemaakt van twee vrouwen. De ene is nooit meer hersteld, de ander is onder mijn handen overleden. Zoiets blijft je je hele leven bij, net zoals het ongeluk op Gran Canaria. Wij zijn na de ramp op Gran Canaria gebleven, maar vakantie heb je dan niet meer. Mijn vrouw en ik praten er nog steeds over, vooral tijdens wandelingen in het bos. We zijn er goed afgekomen, maar beseffen ook dat het leven heel broos is. Van een Spaans dansje naar het ravijn.
 

Dhr.G. Schol, Apeldoorn
 home    :     "gewone mensen"