Zeilavontuur (2006)

De voorplecht van de Providence V. Foto Jolanda Romein In de eerste dagen van april 2006 vertrok ik met een supermooie tweemaster (de Providence V, een 62ft Classic schooner) voor een trip naar de Whitsunday Islands (Australië). Aan boord waren vijftien backpackers, van alle leeftijden tussen de negentien en vijfenzestig, en verder nog drie crewleden.

De reis begon super. Hoewel je onbewust wel ziet dat het materiaal van de boot wel wat achterstallig onderhoud heeft, zoals de kwaliteit van de snorkelspullen, genoten we met zijn allen ontzettend van onze zeiltrip. We hebben gezwommen, gesnorkeld, gezeild, veel gelachen, heerlijk gegeten en genoten van de rotslandschappen langs de kust. Toen de zon onderging hebben we lekker geborreld en gekletst tot iedereen  ging slapen. De ene helft lag in de hutten de andere helft ging op het dek -letterlijk- onder zeil.

In de loop van de nacht begon het te regenen en stak de wind op. Het zeil begon te lekken en de op dek slapende mensen werden erg nat in wat we al snel de "Wet Sunday Islands" noemden. Ik was niet de enige die middenin de nacht naar de hutten verhuisde. De regen bleef aanhouden en de wind ook.

Zo rond een uur vier vond een van de crewleden het verstandig de boot iets te gaan verplaatsen om verder de rotskust af te zijn. Dat het vier uur was wisten wij allemaal maar al te goed, want iedereen zat rechtop in bed van het geluid van het geratel van de ketting van het anker dat in noodtempo uitrolde, onderbroken door een kreet "au mijn armen!"

Een ander crewlid haalde een mega-zak ijs uit een van de hutten voor de armen van zijn gewonde collega en twee passagiers moesten op het dek komen helpen. Dus leek het mij verstandig om op te staan. Enkele pasagiers begonnen ook de eerste zeeziekverschijnselen te krijgen en toen ik op dek stond, kon ik de rotsen van het eiland bijna aanraken. We botsten voortdurend tegen de rotsen vlak voor de kust aan.

Alles wat mis kon gaan, leek ook mis te gaan. Een ander bootje, dat aanvankelijk mayday-oproepen over de radio had geplaatst, verliet de baai, terwijl onze boot nog steeds in de problemen was. Lag er één crewlid gewond aanwijzingen te bleren, een ander stond voorin aan het anker te sjorren en de derde probeerde de motor van de reddingsboot aan te krijgen, wat niet lukte omdat de grote boot over de kleine was gevaren, zodat de motor nat was geworden. Kortom, het waren niet echt paradijselijke omstandigheden om wakker te worden en het was ook nog steeds donker, het regende nog en niet te vergeten: het stormde.

De vervelende bootsituatie was een echte Catch-22. Het anker zelf lag aan de andere kant van de baai en de ketting was geheel uitgerold omdat de pin niet meer werkte, zodat de boot volledig onbestuurbaar was. Tegelijk kon het schip niet worden gewend doordat het anker ergens vast lag en alle bewegingen van het schip tegenwerkte. En de rotsen waren erg dichtbij en al was de Providence een ijzersterke boot, de klappen waarmee ze sloeg tegen de rotsen en het de dag ervoor wonderschone maar inmiddels verwoeste rif deden haar geen goed.

Inmiddels waren behulpzame passagiers met kleine ijzerzagen de ketting van het anker aan het doorzagen, maar dat waren vier duimdikke ijzerstukken die door moesten worden gezaagd: een klus van anderhalf uur tot twee uur, als het niet langer was.

Volgens de crew was het verstandig als we onze kwallenpakken (zgn. stinger suits, zwart wetsuite, omdat je niet zonder kan zwemmen daar) zouden aantrekken, in het donker in zee zouden springen om ergens waar de rotsen laag waren, aan land te klimmen. Dat ging dus niet: die rotsen waren veel te scherp en glad. (Mijn voeten zitten momenteel onder de schrammen en wonden. Mijn handen zien eruit als die van een crimineel die probeert zijn 
vingerafdrukken te veranderen.)

Het gewonde crewlid was inmiddels -onder de flinke pijnstillers- weer aan de slag, en was naar een naburig schip gezwommen om daar een reddingsboot te lenen. In die sloep werden we naar dat kleine jacht gebracht. De man van de "veilige boot" raakte ook nog gewond toen zijn hand tussen de deindende boten inkwam. Maar daarna konden we proberen een bakje koffie te drinken na onze ochtendgymnastiek in zee. Ook de nieuwe boot schudde in de storm, waardoor het aantal brakende mensen flink steeg, maar ondanks alles bleef iedereen grapjes maken.

Zo rond een uur of zes was de ketting door, en kon de crew onze 62ft Classic schooner draaien en van de rotsen vandaan krijgen. Het was  inmiddels licht geworden en enigszins opgeklaard, al was de wind nog steeds hevig, zodat de evacuatie niet even relaxed overstappen van ene naar de andere boot was.

Toen waren we terug op de Providence. Alles was in de nacht nat geregend en door de golven gespoeld, en in de ochtend was alles wat in de weg lag ergens neergesmeten of stukgesneden om het maar te verwijderen. Al onze spullen waren doorelkaar in de kajuit in vuilniszakken gesmeten en echt alles was bloederig. Gelukkig hadden de meeste mensen over de railing gebraakt en had maar één iemand de trap ondergekotst, dus dat viel mee.

Een ander schip van dezelfde rederij kwam een kijkje bij ons nemen (eigenlijk zou ik het woord 'redden' moeten gebruiken). Dit was een enorm groot zeilschip, en de cruisende mensen waren nogal in hun paradijs verstoord geweest omdat hun boot om vijf uur in de ochtend opeens de motor startte en naar heftig vaarwater ging. (Hadden zij ook nog een beetje avontuur: het zag er daar namelijk erg suf uit allemaal.) We hadden geen andere keuze dan allemaal op de andere boot mee terug te varen naar Airlie Beach, waar we rond een uur of vier, vijf in de middag van dinsdag arriveerden.

Een erg avontuurlijk verhaal, maar wel even te heftig, want we mogen van geluk spreken dat we alle vijftien plus drie crew behouden terug zijn gekomen. De paniek en stress is bij sommigen enorm geweest. Een van ons was al vanaf het eerste moment aan het huilen dat ze niet dood wilde en sommigen willen nooit meer een voet op een zeilboot zetten. Ik zou volgende keer voor precies dezelfde boot kiezen, maar misschien wel een andere dan de Providence, aangezien de eigenaar daarvan volgens mij niet voldoende geld heeft om alle benodigde reperaties uit te voeren.

Vanavond is het afscheidsetentje met de crew en de andere gasten van de boot. Dat zal wel een beetje raar worden, maar we zijn nu zo'n beetje vrienden voor het leven geworden omdat we dit avontuur gezamenlijk hebben beleefd.

Jolanda Romein
 home    :     "gewone mensen"