De archeologische 'markt'
›› Er zijn veel bedrijven die
opereren als adviseur in de archeologische ‘markt’.
Die markt is groot, groeiende en voor leken onoverzichtelijk. Een korte
schets van de mogelijkheden in archeologische adviesbedrijven in de
vorm van enkele voorbeelden.
Veel archeologische adviesbedrijven zijn begonnen als echte
‘archeologie’-bedrijven: hun hoofdtaak is het
uitvoeren van veldwerk. Van deze categorie is
RAAP
Archeologisch Advies een van de oudste
representanten. Het is begonnen als een project voor werklozen, maar
groeide al snel uit tot en van de grootste archeologische ondernemingen
van ons land, en legde zich toe op archeologisch vooronderzoek, een
specialisme waarin het marktleider is.
Uit de ‘velddienst’ van de Rijksdienst voor het
Oudheidkundig Bodemonderzoek is het
Archeologisch
Dienstencentrum voortgekomen: een geprivatiseerde
overheidsdienst die, na een extra injectie van overheidsgeld, een
doorstart kon maken en zich nu toelegt op vooronderzoek en opgravingen.
Veel universiteiten hebben vanuit de vakgroep archeologie een eigen
archeologiebedrijf opgericht.
Archol van
de Universiteit Leiden en de
ACVU-HBS
van de Vrije Universiteit zijn daarvan voorbeelden.
Voor de invoering van ‘Malta’ was opgraven
voorbehouden aan het Rijk, aan de universiteiten en de wat grotere
gemeenten. Enkele daarvan hebben op basis van die opgravingbevoegdheid
hun activiteiten uitgebreid naar ‘de markt’ en
fungeren tegenwoordig als adviseur, met name voor buurgemeenten.
De overheid heeft een vergunningenstelsel in het leven geroepen, zodat
in principe elke archeoloog de bevoegdheid kan aanvragen op te gaan
graven. Er zijn verschillende bureautjes ontstaan.
Jacobs
& Burnier is één van
de oudste. Één adviesbureau is voortgekomen uit
een vereniging van amateurarcheologen:
SOB-research.
Het groeide met de aangescherpte kwaliteitseisen mee en tegenwoordig
werken er ook afgestudeerde archeologen.
Er zijn ook archeologische adviesbedrijven ontstaan uit vakgebieden die
aan de archeologie grenzen. Bouwhistorici richtten
BAAC op dat
inmiddels ook opereert als archeologisch bedrijf.
Alterra,
een onderzoeksbureau dat zich specialiseerde in landschappen en
leefomgeving, doet inmiddels hetzelfde.
Al deze bedrijven voeren niet alleen onderzoek uit in het veld, maar
geven daarnaast advies. Maar er zijn ook bedrijven die de advisering
als hun hoofdtaak beschouwen. Meestal zijn dat
éénmansbedrijven als
Archaeo
en
Valletta
Advies bijvoorbeeld. Er zijn ook een paar grotere
adviesbedrijven –altijd nog hoogstens 20 man –
zoals
Vestigia,
Hazenberg
Archeologie en
P2P-Archeologic.
De vroegere Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek is
inmiddels gefuseerd met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en heet
nu
Rijksdienst
Archeologie Cultuurlandschappen en Monumenten.
Hoewel het hier een overheidsdienst betreft die namens de minister
toeziet op de naleving van de monumentenwet, wil ze zich ook wel
profileren als adviseur.
Bouwprojectontwikkelaars werken al sinds jaar en dag met adviesbureaus
op het gebied van civiele techniek, architectuur en planologie. Een
aantal ingenieursbureaus heeft daarom een eigen archeologietak
opgericht, om zo hun klanten een volledig adviespakket te kunnen
aanbieden.
Synthegra
en de
Grontmij
zijn hiervan voorbeelden.
De groei van de archeologische ‘markt’ is de
laatste jaren erg snel gegaan en de wet- en regelgevers hebben daarbij
niet zelden achter de feiten aan gelopen. De nachtmerrie dat er ooit
bureaus zouden komen die zouden vragen ‘hoeveel heeft u
ervoor over dat wij niets vinden? ’ is niet in vervulling
gegaan, maar de ontwikkeling heeft wel vragen opgeroepen over de
wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek. Er zijn verschillende
initiatieven om de archeologen in de markt ‘in het
gareel’ te houden en een minimum aan onderzoekskwaliteit te
garanderen.
De Erfgoedinspectie ziet bij de bedrijven die archeologisch veldwerk
doen toe op de naleving van de Monumentenwet en de daarmee
samenhangende regels. Adviseurs en adviezen in de archeologische markt
behoren niet tot het werkveld van de
Erfgoedinspectie,
al zijn er in het verleden wel pogingen ondernomen om ook adviseurs te
controleren.
De
Nederlandse
Vereniging van
Archeologen hanteert een ethische code die de leden
moeten tekenen. De vereniging werkt op dit moment aan een
beroepsregister en denkt zelfs aan een vorm van
‘tuchtrecht’. Ook de
Vereniging van
Ondernemers in de Archeologie
werkt aan een gedragscode voor ondernemers.
Sinds ‘Malta’ heeft de Nederlandse archeologische
wereld gewerkt aan een standaard voor de eigen werkzaamheden. Dat heeft
geresulteerd in de KNA: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, die
wordt beheerd door de
Stichting Infrastructuur
Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB). Bij die
instantie kunnen archeologische bedrijven zich laten certificeren op
basis van de kwaliteitsnorm. Hoewel de KNA geen standaarden voor
advisering bevat, doen adviesbedrijven wel mee aan die certificering.
Voor menigeen is ‘de markt’ erg onoverzichtelijk.
Het aantal adviesbedrijven wijzigt bijna per maand en het is lastig om
te bepalen bij wie je het beste te rade kunt gaan. De SIKB publiceert
een lijst met aangewezen bedrijven. Daarin is te zien welke bedrijven
naar het oordeel van het College voor de Archeologische Kwaliteit (een
onderdeel van de SIKB) kunnen worden ingeschakeld voor welk type
werkzaamheden. De lijst is te raadplegen op de website van de SIKB.