MOMENTVMOMENTVM

Mozaiek uit de Nijlvilla bij Lepcis Magna. Photo Marco Prins.

De archeologische 'markt'

›› Er zijn veel bedrijven die opereren als adviseur in de archeologische ‘markt’. Die markt is groot, groeiende en voor leken onoverzichtelijk. Een korte schets van de mogelijkheden in archeologische adviesbedrijven in de vorm van enkele voorbeelden.

Veel archeologische adviesbedrijven zijn begonnen als echte ‘archeologie’-bedrijven: hun hoofdtaak is het uitvoeren van veldwerk. Van deze categorie is RAAP Archeologisch Advies een van de oudste representanten. Het is begonnen als een project voor werklozen, maar groeide al snel uit tot en van de grootste archeologische ondernemingen van ons land, en legde zich toe op archeologisch vooronderzoek, een specialisme waarin het marktleider is.

Uit de ‘velddienst’ van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek is het Archeologisch Dienstencentrum voortgekomen: een geprivatiseerde overheidsdienst die, na een extra injectie van overheidsgeld, een doorstart kon maken en zich nu toelegt op vooronderzoek en opgravingen.

Veel universiteiten hebben vanuit de vakgroep archeologie een eigen archeologiebedrijf opgericht. Archol van de Universiteit Leiden en de ACVU-HBS van de Vrije Universiteit zijn daarvan voorbeelden.

Voor de invoering van ‘Malta’ was opgraven voorbehouden aan het Rijk, aan de universiteiten en de wat grotere gemeenten. Enkele daarvan hebben op basis van die opgravingbevoegdheid hun activiteiten uitgebreid naar ‘de markt’ en fungeren tegenwoordig als adviseur, met name voor buurgemeenten.

De overheid heeft een vergunningenstelsel in het leven geroepen, zodat in principe elke archeoloog de bevoegdheid kan aanvragen op te gaan graven. Er zijn verschillende bureautjes ontstaan. Jacobs & Burnier is één van de oudste. Één adviesbureau is voortgekomen uit een vereniging van amateurarcheologen: SOB-research. Het groeide met de aangescherpte kwaliteitseisen mee en tegenwoordig werken er ook afgestudeerde archeologen.

Er zijn ook archeologische adviesbedrijven ontstaan uit vakgebieden die aan de archeologie grenzen. Bouwhistorici richtten BAAC op dat inmiddels ook opereert als archeologisch bedrijf. Alterra, een onderzoeksbureau dat zich specialiseerde in landschappen en leefomgeving, doet inmiddels hetzelfde.

Al deze bedrijven voeren niet alleen onderzoek uit in het veld, maar geven daarnaast advies. Maar er zijn ook bedrijven die de advisering als hun hoofdtaak beschouwen. Meestal zijn dat éénmansbedrijven als Archaeo en Valletta Advies bijvoorbeeld. Er zijn ook een paar grotere adviesbedrijven –altijd nog hoogstens 20 man – zoals VestigiaHazenberg Archeologie en P2P-Archeologic.

De vroegere Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek is inmiddels gefuseerd met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en heet nu Rijksdienst Archeologie Cultuurlandschappen en Monumenten. Hoewel het hier een overheidsdienst betreft die namens de minister toeziet op de naleving van de monumentenwet, wil ze zich ook wel profileren als adviseur.

Bouwprojectontwikkelaars werken al sinds jaar en dag met adviesbureaus op het gebied van civiele techniek, architectuur en planologie. Een aantal ingenieursbureaus heeft daarom een eigen archeologietak opgericht, om zo hun klanten een volledig adviespakket te kunnen aanbieden. Synthegra en de Grontmij zijn hiervan voorbeelden.

De groei van de archeologische ‘markt’ is de laatste jaren erg snel gegaan en de wet- en regelgevers hebben daarbij niet zelden achter de feiten aan gelopen. De nachtmerrie dat er ooit bureaus zouden komen die zouden vragen ‘hoeveel heeft u ervoor over dat wij niets vinden? ’ is niet in vervulling gegaan, maar de ontwikkeling heeft wel vragen opgeroepen over de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek. Er zijn verschillende initiatieven om de archeologen in de markt ‘in het gareel’ te houden en een minimum aan onderzoekskwaliteit te garanderen.

De Erfgoedinspectie ziet bij de bedrijven die archeologisch veldwerk doen toe op de naleving van de Monumentenwet en de daarmee samenhangende regels. Adviseurs en adviezen in de archeologische markt behoren niet tot het werkveld van de Erfgoedinspectie, al zijn er in het verleden wel pogingen ondernomen om ook adviseurs te controleren.

De Nederlandse Vereniging van Archeologen hanteert een ethische code die de leden moeten tekenen. De vereniging werkt op dit moment aan een beroepsregister en denkt zelfs aan een vorm van ‘tuchtrecht’. Ook de Vereniging van Ondernemers in de Archeologie werkt aan een gedragscode voor ondernemers.

Sinds ‘Malta’ heeft de Nederlandse archeologische wereld gewerkt aan een standaard voor de eigen werkzaamheden. Dat heeft geresulteerd in de KNA: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, die wordt beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB). Bij die instantie kunnen archeologische bedrijven zich laten certificeren op basis van de kwaliteitsnorm. Hoewel de KNA geen standaarden voor advisering bevat, doen adviesbedrijven wel mee aan die certificering.

Voor menigeen is ‘de markt’ erg onoverzichtelijk. Het aantal adviesbedrijven wijzigt bijna per maand en het is lastig om te bepalen bij wie je het beste te rade kunt gaan. De SIKB publiceert een lijst met aangewezen bedrijven. Daarin is te zien welke bedrijven naar het oordeel van het College voor de Archeologische Kwaliteit (een onderdeel van de SIKB) kunnen worden ingeschakeld voor welk type werkzaamheden. De lijst is te raadplegen op de website van de SIKB.