home

Alexander de Grote

Jona Lendering, Alexander de Grote Jona Lendering, Alexander de Grote. De ondergang van het Perzische Rijk, 2004 Athenaeum Amsterdam.
 

Bespreking in De Tijd (20 december 2004)

Jona Lendering, Alexander de Grote.

De vierdelige BBC-reeks over Alexander wordt nu ook bij ons uitgezonden. Voor wie televisie te vluchtig vindt, komt dit boek op zijn tijd. Het is doorwrocht, leesbaar en wetenschappelijk verantwoord. De Nederlandse historicus Lendering heeft uiteraard de klassieke bronnen aangeboord, met name Arrianus' boek dat vijf eeuwen na de dood van Alexander totstandkwam (Nederlandse vertaling bij Ambo/Olympus, 2001). Lendering heeft ook gebruikgemaakt van nieuwe informatie op Babylonische kleitabletten.

Tienduizenden teksten uit het oude Irak en Egypte wachten nog op een eerste uitgave, hoewel het spijkerschrift en de hiëroglyfen al lang ontcijferd zijn. De auteur spreekt dan ook de wens uit dat zijn boek snel achterhaald zal raken.

De Macedoniër Alexander was een geboren veldheer. Zijn vader Filippos onderwierp de Griekse stadsstaten, Alexander zelf trok op tegen het vijandige Perzië en stootte na jaren dolen door tot aan de Indus. Hij versloeg niet alleen de Perzische legers van Darius, maar ook de steppenomaden van Centraal-Azië en de Indische radja's. Toen hij nog verder door wilde naar de Golf van Bengalen, vonden zijn manschappen dat het mooi was geweest. Ze keerden terug naar Irak, waar Alexander stierf in 323 voor Christus, niet ouder dan 32 jaar.

Lendering verzet zich tegen het traditionele Alexanderbeeld, van de stralende veroveraar die de niet-Grieken opstootte in de vaart der volkeren. De veronderstelde superioriteit van de Griekse cultuur heeft nooit bestaan, zegt hij. Als Alexanders veroveringen al een culturele vooruitgang inluidden, dan niet alleen voor de onderworpenen, maar ook en misschien vooral voor de Grieken en Macedoniërs zelf. Een tegengesteld cliché is dat van de paranoïde onderdrukker die leefde op voet van oorlog met zowel zijn vijanden als zijn medewerkers: de despotische, aan drank verslaafde sadist. Maar, aldus Lendering, dat veel van Alexanders daden niet die van een psychopaat maar van een rationeel mens zijn - dat is pas verontrustend.

Het is een gedetailleerd verslag van Alexanders openbare leven, soms bijna journalistiek, met achtergronden en levendige commentaar. Terugborend in de geschiedenis vergelijkt de auteur het denken van Grieken en Macedoniërs. Ze ontwikkelden beiden een uitgesproken zelfbeeld en sloten zich als het ware af voor elkaar, 'op een wijze die doet denken aan het ontstaan van de Nederlandse en Belgische naties'. Zoals de Spaanse landvoogden de gewesten van wat nu België heet verenigden, brachten Darius en Xerxes de stammen van Macedonië samen. En zoals de Nederlanders zich aarzelend aaneensloten in de strijd tegen de Spanjaarden, begonnen de Grieken zich door hun gemeenschappelijk verzet tegen Xerxes contrecoeur te beschouwen als één volk. Het was deze Perzische bemoeiing die Alexander 150 jaar later een alibi verschafte om naar Perzië op te trekken.

Het verslag van de gebeurtenissen is niet gespeend van verrassende wendingen en zet aan tot een kritische benadering van de bekende geschiedenis. De belangrijke slag bij Gaugamela bijvoorbeeld werd verloren door de Perzen. Dat feit schreven zij toe aan astrologische verschijnselen: een maansverduistering, een meteoor en allerlei ongunstige voortekens. Waarschijnlijk verliep het anders. Het strijdperk bij Gaugamela bestond uit een zanderige vlakte, Macedoniërs en Perzen konden door het opstuivende zand onmogelijk zien wat er gebeurde. Na een dag vechten in de stofstorm bleek het leger van Alexander meester van het veld. Niemand wist hoe dat zo gekomen was. Maar de overwinnaars schreven de feiten toe aan het heldhaftige optreden van hun jonge koning en de lafheid van Darius.

Een steeds weerkerende quizvraag is: waaraan stierf Alexander? Sommige moderne geleerden hebben het over ziektes als tyfus en malaria, andere houden het op een gifmoord, weer andere vinden dat overmatig alcoholgebruik de symptomen afdoende verklaart. We zullen het nooit met zekerheid weten, evenmin als zijn laatste woorden. Daarover bestaan vier versies. De meest plausibele is 'aan de sterkste' - in antwoord op de vraag aan wie hij zijn Rijk naliet.

[Jef Coeck]


Interview met De Morgen (5 januari 2005)

Historicus Jona Lendering over de historische werkelijkheid van 'Alexander'

"Stones adviseur lijkt wel dertig jaar achter"

De Nederlandse historicus Jona Lendering is de auteur van een nieuw en bejubeld Alexanderboek. Voor zijn onderzoek reisde hij op z'n Michael Woods door gebieden waar ook Alexander door trok. Het oordeel van deze kenner over de film is gemengd, zacht uitgedrukt.

"Regisseurs en historici blijven het best op hun eigen vakterrein," steekt Lendering van wal. "Maar voor dit geval laat ik me graag verleiden. Stone vraagt erom: hij verkondigt dat het allemaal historisch betrouwbaar is. De medewerking van Alexander-biograaf en hoogleraar in Oxford Robin Lane Fox staat daar zogezegd borg voor."

De grootste uitdaging lijkt mij het bijzonder ingewikkelde verhaal.
Lendering: "Ik vind nu net de wijze waarop de Macedonisch-Perzische oorlog is samengevat, het knapste van de film. Bij het schrijven van mijn boek vond ik het erg lastig te besluiten wat eruit kon. Zowat alles hangt met alles samen. Stone heeft er drastisch het mes in gezet. Hij permitteerde zich daarbij enkele zeer grote vrijheden en ja, ik kan voor de vuist een dozijn 'te vermijden onnauwkeurigheden' opsommen. Maar het resultaat staat toch als een huis."

De film is opgenomen in Marokko en Thailand, plekken die Alexander niet aandeed. Klopt wat we zien met de historische landschappen?
"De locaties lijken sterk op de originele landschappen, voor zover ik ze heb bezocht. Het treffendst vond ik de plek waar Alexanders soldaten in 326 weigeren verder te gaan. Ik heb mijn ogen moeten uitwrijven om te zien waar de verschillen zaten. Ook het stoffige slagveld van Gaugamela in het Iraakse deel van Koerdistan is knap gereconstrueerd. De heuvel met de vorm van een dromedarissenbult waaraan de plaats haar naam ontleent, lijkt met een computeranimatie in de beelden gemonteerd.

Over het algemeen zijn de decors trouwens geloofwaardig. Ik kan me voorstellen dat het Perzische paleis in Babylon er inderdaad uitzag zoals het wordt getoond. Hetzelfde voor de exercerende falanxen en de gevechten met olifanten. Het zit hem ook in de details: anders dan in pakweg The Passion of the Christ, waar Mel Gibson ook streefde naar historische accuratesse, kloppen dit keer de wapenrustingen wél, en anders dan in Gladiator rijden de ruiters dit keer zonder stijgbeugels. Zoals het hoort. Professioneel gedaan."

Er is nogal wat te doen over Stone's beeld van Alexanders intieme relatie met z'n vriend Hefaistion.
"Ik laat de beoordeling van de bordkartonnen karakters en het eindeloze soapachtige geklets liever aan de recensenten, maar hoe de relatie van Alexander en Hefaistion is uitgewerkt, is ronduit ergerlijk. Alexanders huwelijksnacht met Roxane komt gedetailleerd in beeld, maar van de betrekkingen tussen Alexander en Hefaistion zie je nog geen zoen. Eerder in de film legt Aristoteles de theorie over de aardse en hemelse liefde uit. Daarmee suggereert Stone dat Alexander en Hefaistion netjes met de handen boven de dekens sliepen en vooral veel goede gesprekken voerden. Slordig, want die theorie is van Plato. Zou Lane Fox het verschil tussen de twee filosofen niet kennen?"

Zelf hecht u in uw boek veel belang aan de 'oosterse' kijk op de zaak. Is daar in de film iets van te merken?
"Ik heb daar grote bedenkingen bij. En dan denk ik in de eerste plaats aan de stereotype weergave van de Oriënt. Alle Aziaten zijn verwekelijkte types, met als opmerkelijkste voorbeelden koning Darius en zijn hoveling Bagoas. De Griekse bronnen typeren de koning soms als een zwakkeling die in twee veldslagen op de vlucht sloeg en soms als een dapper man die tot het einde meestreed. Welnu, we weten sinds de publicatie van de zogenaamde Astronomische Dagboeken uit Babylon in 1975 dat het laatste correct is. Het staat nu vast dat Darius tijdens de slag bij Gaugamela door zijn manschappen in de steek werd gelaten. En toch laat Stone Darius als eerste op de vlucht slaan, het oude cliché van de verwijfde, laffe oosterlingen. Het lijkt wel of Lane Fox niet op de hoogte is van de wetenschappelijke publicaties sinds 1975."

De bronnen berichten geregeld over wreedheden die Alexander en zijn leger begingen. Om van het bloedvergieten tijdens de veldslagen nog te zwijgen.
"De systematische afwezigheid van wreedheid in de film is voor mij een wezenlijk probleem. De slagveldscènes zijn steriel en alles wat naar tortuur riekt is afwezig. Terwijl dat nu net een van de best geattesteerde aspecten is van Alexanders heerschappij. Eén voorbeeld: we horen Ptolemaeus zeggen dat "Alexander in India niets deed wat andere generaals in een oorlog niet ook zouden doen". Dat weet ik zo net nog niet. Zouden Stone en Lane Fox echt denken dat het aanvallen van vluchtelingen, Alexanders gebruikelijke tactiek tijdens de Indische veldtocht, een militair doel diende? De werkelijkheid van Alexanders veldtocht zijn de mensen die in Sogdia werden gedeporteerd, de nomaden uit de Zagros die werden uitgeroeid, de verdedigers van Tyros die werden gekruisigd, de vrouwen die in Persepolis werden verkracht en de vluchtelingen die in India zijn vermoord. Je ziet er allemaal niets van. De boodschap lijkt te zijn dat geweld mag, als je maar een verheven, westers ideaal hebt."

De perceptie van Alexander beweegt zich tussen de goedmenende bevrijder en kosmopoliet, en de rücksichtloze tiran. Ik veronderstel dat we in de film met type 1 te maken krijgen?
"Klopt. Stone houdt ons voor dat Alexander de mensheid een betere wereld wilde bieden door ze de Griekse levenswijze aan te reiken. We vernemen zelfs tweemaal dat de Babyloniërs blij waren te worden bevrijd van de Perzische heerschappij. En we horen dat de Perzische koning de volken beschouwde als zijn slaven en dat Alexander ze een kans op verbetering en bevrijding bood. Er is geen enkel historisch bewijs voor deze ideeën. Ze zijn voor het eerst geformuleerd in een feestrede die de Griek Plutarchos hield in de tweede eeuw, een klein half millennium na Alexander. Mij bekroop het ongemakkelijke gevoel dat Lane Fox domweg het verschil tussen een retorische en een historische tekst niet heeft begrepen.”

Middelmatige film, slecht historisch advies?
"Dat Oliver Stone zo'n film maakt, wil ik hem vergeven. Ter vergelijking: veel Amerikanen geloven nu ook oprecht dat ze mensen in landen als Afghanistan en Irak vrijheid en een betere levensomstandigheden bieden. En waarschijnlijk hebben ze gelijk. Maar van Robin Lane Fox, die toch op de hoogte moet zijn van de discussies onder historici, had ik meer verwacht. In elk geval meer liefde voor de historische waarheid en meer sympathie voor de honderdduizenden genocideslachtoffers die in deze film buiten beeld blijven."

[Patrick De Rynck]

Overzicht van alle recensies
meer besprekingen
 home