| home | ||
Alexander de Grote |
![]() |
|
|
|
Jona Lendering,
Alexander
de Grote. De ondergang van het Perzische Rijk, 2004 Athenaeum Amsterdam.
Bespreking in Galapas, mei 2005Alexander de Grote, terecht een der allergrootsten uit de geschiedenis. Maar aan het traditionele beeld van deze wereldveroveraar valt nog wel het een en ander af te dingen. In het verleden hadden boeken nogal eens de neiging Alexander de hemel in te prijzen. Het nieuwe boek van Jona Lendering probeert hier een nieuw beeld tegenover te zetten. Wat houdt dit nieuwe beeld in en hoe verhoudt het zich tot oudere werken? Een dubbelrecensie van Robin Lane Fox versus Jona Lendering moet hierop een antwoord geven.Alexander de Grote, propaganda?
De bronnenZowel aan het boek van Lane Fox als aan dat van Lendering liggen voor een belangrijk deel dezelfde bronnen ten grondslag. Deze zijn voornamelijk Grieks of Macedonisch van oorsprong en moeten daarom met een zekere reserve tegemoet getreden worden. Niet alleen geven ze een eenzijdig Grieks beeld, de auteurs waren ook niet altijd zelf aanwezig bij de beschreven gebeurtenissen en hebben er tot slot ook regelmatig baat bij om sommige personen zwart te maken. Of juist op te hemelen, wanneer het om henzelf of Alexander ging.Regelmatig spreken de bronnen elkaar ook tegen en dan is het zaak voor de historicus om de beste van de twee te selecteren. In dit soort gevallen verantwoordt Lane Fox zijn keuzes altijd uitgebreid, en komt hij veelal tot dezelfde conclusies als Lendering. Waar echter de bronnen het met elkaar eens zijn, dan wordt het door de meeste historici klakkeloos voor waar aangenomen. Lendering waarschuwt voor deze valkuil, een waar ook Lane Fox af en toe in valt. Zo heeft de geschiedenis nooit positief geoordeeld over de Perzische koning Darius III. De twee beslissende confrontaties met Alexander bij Issos (333 v.Chr.) en bij Gaugamela (331 v.Chr.) worden door Darius verloren omdat hij op de beslissende momenten, geconfronteerd door Alexander zelf, de benen neemt. Zijn leger, nu zonder koning, wordt vervolgens in de pan gehakt. Darius is daarom altijd beschouwd als laf. Ook maakten de Macedoniërs na Issos veel rijkdommen en luxeartikelen buit in het kamp van Darius, wat Darius op de eigenschappen verwijfd en decadent kwam te staan. Ook noemt Lane Fox hem letterlijk 'slaafs in zijn denken', tegenover het onafhankelijke, democratische Griekse denken. Om Darius later ook nog eens 'zowel dom als traag' te noemen. Laf, verwijfd, decadent, dom en niet in staat te denken buiten de patronen der gewoonte om, dat is het beeld dat door de geschiedenis heen altijd heeft bestaan van Darius en de Perzen. Een beeld waar Alexander en de Grieken diametraal tegenover werden gesteld. Het was echter slechts gebaseerd op Griekse en Macedonische bronnen. Hiertegenover plaatst Lendering echter een geheel ander beeld. Darius' vlucht bij Issos was mogelijk niet zijn eigen schuld, aldus een Griekse bron, en bij Gaugamelawaren het juist zijn troepen die Darius in de steek lieten in plaats van andersom, aldus een Babylonische bron. Hoe dit precies in elkaar steekt, daarvoor zal het boek van Lendering moeten worden nageslagen. Maar Darius was geen lafaard, wat later ook wel blijkt. Nadat zijn troepen hem in de steek hebben gelaten bij Gaugamela, moet Darius natuurlijk zelf ook wel vluchten. Achterna gezeten door Alexander besluit Darius de brug over een rivier waarover hij vlucht niet te vernietigen, zodat zijn troepen ten minste ook een veilig heenkomen kunnen zoeken. Is dat de daad van een lafaard? Ook de verwijten van verwijfdheid en decadentie van de Perzen klinken nogal hypocriet. Zo gauw de Macedoniërs in aanraking kwamen met de ongekende Perzische luxe en rijkdommen, trokken zij op dezelfde manier van slagveld naar slagveld als Darius. Al die luxe maakten Alexander en de zijnen zich maar al te graag eigen. Ook blijkt Darius bij Lendering in het geheel niet een slaafs denker te zijn, iemand slechts in staat gewoontes te volgen. Hij is wel degelijk in staat van zijn fouten te leren en is een efficiënt organisator. Waar Lane Fox alles vanuit het standpunt van de overwinnaar bekijkt, maakt Lendering ook het Perzische standpunt inzichtelijk en de beslissingen van Darius niet alleen geloofwaardig, maar ook logisch. Die eigenschap waar de Grieken patent op dachten te hebben. Hierboven werd al gewag gemaakt van een Babylonische bron, niet alle
bronnen van Lendering zijn inderdaad Grieks. Ook Lane Fox had al enige
Perzische bronnen tot zijn beschikking, maar lang niet zoveel als Lendering.
Het zijn vooral deze nieuwe bronnen en nieuw onderzoek die Lendering in
staat stellen lokale gebruiken beter te kunnen evalueren en zo als tegengewicht
kunnen dienen tegen de bevooroordeelde Griekse bronnen. Met de hoognodige
rehabilitatie van Darius en de Perzen tot gevolg.
Het andere uitersteOp andere momenten lijkt Lendering echter te ver door te schieten in zijn bronnenkritiek en kritiek op de Grieken. Een goed voorbeeld hiervan is het binnentrekken van Babylon door Alexander en zijn troepen. Laten we eerst naar Lane Fox kijken. Terwijl Alexander geniet van de rijkdommen, de paleizen en het wereldwonder de Hangende Tuinen van Babylon, vermaakten zijn troepen zich anders: '... they made up for three years' dearth of women with the striptease artists of the city brothels.' Lane Fox baseert dit duidelijk op de Romeinse auteur Curtius Rufus, die letterlijk door Lendering wordt geciteerd en weet te vertellen dat alle vrouwen, ook de 'getrouwde vrouwen en jonge meisjes' 'ontuchtige seks' hadden voor geld. Lendering stelt hier echter dat de vrouwen van Babylon verkracht werden. Nu lijdt het geen twijfel dat de bewering alle Babylonische vrouwen zich zo promiscue gedroegen een fabeltje is, een fabeltje waarvan de oorsprong zelfs te achterhalen is. Want het is Herodotos, 'de vader der geschiedschrijving', die vertelt dat alle vrouwen in Babylon zich een keer in hun leven voor geld moet verkopen aan een 'vreemdeling die met haar de liefde wil bedrijven'. Herodotus is echter nooit zelf in Babylon geweest, maar desondanks vormde zijn werk de basis voor veel van wat de Grieken dachten te weten over Azië. Dat alle vrouwen in Babylon hoeren waren was duidelijk een fabeltje en wel eentje waar de Grieken geloof aan hechtten. Maar dat sluit niet uit dat er geen bordelen in de stad zullen zijn geweest, waar Alexanders soldaten terecht konden. En van verkrachting blijkt uit de door Lendering aangevoerde bronnen helemaal niets.Wat zich misschien wreekt in de hierboven vermelde doorgeschoten bronnenkritiek,
is het gebrekkige notenapparaat bij Lendering. Er wordt alleen geannoteerd,
wanneer er letterlijke citaten in het boek zijn opgenomen. Conclusies die
echter zijn gebaseerd op secundaire literatuur, zijn niet geannoteerd.
Het blijft daardoor een raadsel waarom er in deze context van 'verkrachting'
wordt gesproken door Lendering, terwijl daarvan uit de bronnen niets blijkt.
Nu zal dit misschien vooral de klacht van een historicus zijn en voor het
"gewone" lezers-publiek geen probleem zijn. En laat ik over het notenapparaat
van Lane Fox hier maar niet eens beginnen. Dat is wel redelijk uitgebreid,
maar zo onoverzichtelijk uitgevoerd dat het langer duurt om te achterhalen
waar hij een feit vandaan haalt, dan het kost om het gehele boek te lezen.
Herodotus' erfenisDe Grieken vertrokken niet onbevooroordeeld naar Azië. Met name de Historiën van Herodotus bepaalde sterk hun beeld van Azië en de inwoners. Dat kon leidden tot overtrokken verhalen, zoals die over de vrouwen van Babylon hierboven. De Grieken zagen zichzelf als superieur aan de Aziaten, die grotendeels werden vereenzelvigd met het eerder genoemde beeld van Darius. En de oudere auteurs over Alexander de Grote gaan vaak mee in dit beeld over de inferieure Perzen en superieure Grieken. Zo ook Lane Fox.De redenen hiervoor zijn legio, maar het komt voornamelijk neer op goede propaganda van de Grieken. Het is voornamelijk vanwege het feit dat zij de meeste bronnen hebben nagelaten, dat we wel de Griekse versie van de geschiedenis moeten accepteren. Met het ontrafelen van nieuwe bronnen, komt er echter ook steeds meer een nuancering van dit beeld. In de vergelijking tussen Grieken en Oriëntalen, komen de laatsten er ook bij Lane Fox heel karig vanaf. '[T]hey impressed the East with their technical skill. In places it was as if they were working on an underdeveloped “third world”…'. Lane Fox heeft een sterk imperialistisch beeld van Alexander die Azië de Griekse ontwikkeling kwam brengen. Griekse democratie, logica, techniek voor de arme soms nog in grotten levende Aziaten. Dat zou het hogere doel zijn geweest van Alexander, Azië de Griekse beschaving brengen, het rijk op te stoten in de vaart der volkeren, om één Grieks-Aziatisch Hellenistisch wereldrijk te scheppen. Hij gaat zelfs zo ver in het verheerlijken van het beschavingsoffensief in Azië, dat hij de hellenisering van klassiek-Syrië als oorzaak ziet voor de verspreiding van het christendom. Azië had de Grieken eigenlijk niets te bieden, andersom hadden de Grieken Azië alles te bieden. De hellenisering van de Aziatische bevolking is echter nooit zo intensief geweest als Lane Fox voor doet komen. Er bestond een gehelleniseerde bovenlaag, vooral afkomstig uit de links en rechts door Alexander achtergelaten Griekse garnizoenen. Lendering spreekt zelfs van 'etnische verzuiling', waarbij de Grieken de bovenlaag vormden. Van een beschavingsoffensief waarbij links en rechts zelfstandige steden, met volledig Griekse gebruiken tot democratie aan toe, werden gesticht, is echter geen sprake. De Griekse cultuur in Azië was op de meeste plekken een sterk verwaterde versie van wat we uit de vijfde en vierde eeuw voor Christus kennen in Griekenland kennen. En de mate waarin de cultuur zich verankerde in de verschillende delen van het rijk verschilde sterk. Ook bezat men in Azië heel wat meer kennis en vaardigheden dan
de oudere auteurs zoals Lane Fox vaak toe willen geven. De astronomie en
wiskunde waren in Babylonië zeer goed ontwikkelde wetenschappen. Ook
de kunst van irrigatie en landbebouwing had men in verschillende uiterst
vruchtbare delen van het land goed onder de knie. Ook hun kennis van de
geografie was heel wat beter, dan wat Herodotus allemaal had opgeschreven.
Vooral nuanceverschillen, toch een ander beeldVolgens de achterkant van Lenderings boek, zal het ons 'een nieuw beeld van de Macedonische heerser' presenteren. Nu valt dat wel enigszins mee. Het zijn vooral veel nuanceverschillen die bij elkaar opgeteld wel een nieuw beeld geven. Een beeld waarin vooral de lokale gebruiken in de verschillende door Alexander veroverde gebieden beter uitkomen. Hierdoor kunnen gebeurtenissen beter verklaard worden.Maar ook Alexander komt bij Lendering in een nieuw beeld te staan. Bij Lane Fox is het de briljante veroveraar, die alles tot in de perfectie uitvoerde wat hij ook maar deed. Die ook keer op keer perfect wist in te spelen op de gevoelens van de lokale bevolking. Lendering laat ons echter zien dat Alexander regelmatig heel weinig kennis van de lokale bevolking had, soms met desastreuze gevolgen. Zo hebben er onder hem twee grote, religieuze opstanden plaatsgevonden. Waarvan eentje hem India kostte. Iets waar Lane Fox geen oog voor heeft, omdat hij niet goed genoeg thuis is in de lokale culturen. Hij neemt dan veel te veel de aan wat de Griekse bronnen vertellen, maar doet daarmee de lokale bevolking vaak tekort. En deze bevolking komt bij Lendering wel regelmatig naar voren. Bij Lane Fox is Alexander de perfectie zelve, die op veel te vroege leeftijd is gestorven en nog tot zoveel meer in staat zou zijn geweest. Bij Lendering is Alexander veel meer een figuur van tegenstrijdigheden. Ontegenzeggelijk briljant op het slagveld, maar waar het de consolidatie van de macht betrof veel minder sterk. Daar lag niet zijn interesse en kunde en regelmatig trok hij verder op veroveringstocht, voordat hij met problemen geconfronteerd zou worden. Op het moment van zijn sterven was het ook zeer onrustig in zijn rijk en vooral onder zijn eigen troepen en het is maar zeer de vraag of hij het met het zwaard veroverde rijk bij elkaar had weten te houden. Een laatste voorbeeld van gebrekkige empathie bij Alexander voor lokale gebruiken, met nare gevolgen. De stad Tyros lag op een eilandje voor de kust en gaf zich aan Alexander over. Volgens Lane Fox meenden ze dit echter niet en Alexander zou dit volgens hem door hebben gehad. Hij zei daarom te willen offeren in de tempel op het eiland zelf, om dan gelijk de stad te kunnen bezetten. De inwoners weigerden dit, dus hij sloeg het beleg op. Volgens Lendering is er echter geen sprake van bedrog en dat Alexander niet de stad in mocht. Volgens lokaal gebruik mocht er in die tempel echter alleen door de priester geofferd worden. Wat Lane Fox dus presenteert als het briljant doorzien van een achterbakse list, blijkt een gebrek aan gevoeligheid van Alexander. Na een maandenlange belegering waarbij beide zijden alles uit de kast halen, valt de stad. 2000 burgers worden op het strand gekruisigd, 8000 zijn tijdens de strijd gedood en 30.000, de resterende bevolking, worden als slaven afgevoerd. Dergelijke straffen zouden nog veel steden die zich verzetten tegen Alexanders veroveringsdrift toevallen. Concluderend kan gesteld worden dat Jona Lendering een zeer goed leesbaar boek heeft geschreven, dat met veel mythen afrekent zoals deze bij veel oudere auteurs, zoals Lane Fox, over Alexander voorkomen. Voor de historicus zal het gebrekkige notenapparaat af en toe storend werken, maar voor een nieuwe verfrissende kijk op Alexander en vooral de verschillende lokale delen van het Perzische Rijk, ben je hier aan het goede adres. En voor wie wil leren om goede, spannende en bovenal goed toegankelijke geschiedwerken te schrijven, moet maar eens naar dit zeer leesbare boek van Lendering kijken. [Remko van Eenennaam] |
|
|
|
||
|
|
||