<!-- ••• -->
home

Stad in marmer

Jona Lendering, Stad in marmer Jona Lendering, Stad in marmer. Gids voor het antieke Rome aan de hand van tijdgenoten 2002 Athenaeum Amsterdam; 90.253.3153.x.

Bespreking in De Morgen (24 december 2002)

Rome als schouwtoneel

Hun economie had veel weg van die van moderne derde-wereldlanden. Velen leden honger en ieders dieet was deficiënt. Een dertigjarige zag slecht en miste bijna al zijn tanden. De dood lag voortdurend op de loer en de kindersterfte was hoog. Ze lieten het werk over aan slaven. Tussen de middag liepen ze het Colosseum binnen om te kijken hoe veroordeelden de strot werd doorgesneden.
Zelden las ik een boekwerk in verband met de klassieke Oudheid dat zo mokerachtig en schrijnend begint als Jona Lenderings Stad in marmer. En hij gaat verder:
Wie kennismaakt met de oude Romeinen, wordt geconfronteerd met een van de meest meedogenloze samenlevingen uit de wereldgeschiedenis. Deze confrontatie wordt echter vermeden in de meeste reisgidsen.
Oudheidkundige Lendering pakt het dus radicaal anders aan in zijn Gids voor het antieke Rome aan de hand van tijdgenoten. Hij wil ons ontregelen door de confrontatie met een heel andere maatschappij. Lendering doet dat door eerst in een kleine honderd bladzijden duizend jaar Romeinse geschiedenis te doorlopen, te beginnen met de mythe van Romulus en Remus. Dat is een prestatie op zich. Vervolgens gaat hij op stap door Rome en citeert hij antieke tekstfragmenten. Alsof Roma antiqua nog immer pal stond. Op zo'n stadswandeling kunnen we volgens hem constateren hoe totaal verschillend de Romeinen meestal waren, en ook wel hoe er soms "geen verschil is tussen ons en de oude Romeinen".

Lendering, die een brede waaier van bronnen bewonderenswaardig goed kent, beschrijft in zijn hoofdmoot het Rome van rond het jaar 200. Dan is het imperium op zijn grootst (70 miljoen bewoners, 40 hedendaagse landen), het marmeren Roma op z'n schitterendst, de koopkracht van de Romeinen op zijn hoogst en de 'barbaren' vormen nog maar een verre bedreiging. Rome is op dat moment een wereldstad van zowat één miljoen Romeinen. Een van de recentste monumenten is de marmeren triomfboog van Septimius Severus, die na een 'defensieve oorlog' tegen de Parthen de oostgrens had verlegd van de Eufraat naar de Tigris, in het Irak van vandaag. Rome en China konden elkaar toen bijna de hand reiken. De boog is nu een van de opvallendste monumenten op het Forum Romanum.

Maakt Lendering zijn niet-geringe ambitie waar? De Romeinse samenleving die uit dit boek naar voren komt, is een sociaal streng hiërarchische en conservatieve machomaatschappij, een harde cultuur die een strijd- en veroveringsideologie huldigt en waarin gezichtsverlies het ergste was wat een man van stand kon overkomen. Er heerste een eergevoel-, pronk- en schaamtecultuur. Rome was een showtoneel en de keizerlijke samenleving had veel weg van een toneelstuk. In zijn buitenlandse politiek huldigde Rome het lonende principe 'Maak van je tegenstanders medestanders', maar er werd ook vrolijk en wreed uitgebuit en persoonlijk verrijkt. De verhouding van de Romeinen met de invloedrijke Grieken was gebaseerd op gevoelens van minderwaardigheid en tegelijk van minachting. In Lenderings keizertijd raakten veel Romeinen ook gevoeliger voor oosterse beschavingen. Hij zet Augustus als cynisch berekenende propagandist op zijn plaats en rehabiliteert deels de keizerlijke prototypes van monsters Domitianus en Caligula. De heersercultus hielp om een etnisch heterogene samenleving te verenigen. De volkshygiëne had het bedenkelijke peil van veel voorindustriële samenlevingen en de keizerstad werd nu en dan getroffen door een grootschalige brand.

Het zijn thema's die vandaag ook in het onderzoek volop belangstelling krijgen. Ze zijn schokkend voor de achterkomertjes onder ons die nog met het clichébeeld zitten van de Romeinen als erfgenamen van de Grieken, van Augustus als vredestichter en de keizers als een lange rij decadente tot zwakzinnige Untermenschen, van de Romeinen als cultureel doorgeefvolk met een literatuur waar je in zwijm van hoort to vallen en met indrukwekkende bestuurs-, bouw- en ingenieursprestaties op hun actief. Voor hen zal dit boek een schok zijn, behalve wat het laatste aspect betreft.

Naast archeologische gebruikt gids Lendering literaire bronnen. Bij dat bronnenmateriaal ligt een zwakte van elk sociologisch getint boek over de oudheid: het laat ons vaak in de steek. Mede door het onderwerp - gebouwen en standbeelden, fora en viae in het keizerlijke Rome - blijft deze alternatieve gids op de meeste bladzijden een verhaal van hooggeplaatste politici en militairen, van machtsmensen die leefden in een oligarchisch of dictatoriaal bestel. Dat wordt gelardeerd met stukken over de badhuiscultuur, de gladiatorenspelen, de paardensportmanie en de Grote Spelen, het toneelleven, de wijken met woonkazernes en hun extreme bevolkingsdichtheid, het multicultureel samenleven in een als onveilig ervaren grootstad met veel hoogbouw, de begrafeniscultuur enz. Maar door de aanpak krijg je nauwelijks iets over onderwerpen als het onderwijs en de jeugdcultuur, gastronomie, de inrichting van huizen, het literaire leven, de verhouding man/vrouw enz. Het blijft goeddeels een publieke-monumentengids over de imposante architectuur. Een zeer legitieme keuze, maar tegelijk ook voer voor nog meer boeken over Romes 'roerend en immaterieel erfgoed', zoals dat tegenwoordig heet.

In deze context duikt bij mij, in het discours over verschillen en gelijkenissen dat Lendering zelf entameert, vaak een (vals?) gevoel van 'toen ook al' op. Een aantal praktijken herkennen we van alle minder of meer despotische regimes en van macht in het algemeen. Zo werden veel gebouwen die Lendering bespreekt, opgetrokken op initiatief en met geld van politici en met prestige- en propagandadoeleinden. In Rome heerste een beelden- en imagocultuur. Religie en staat vormden er een Siamees geheel dat bijzonder vatbaar was voor mythe- en beeldvorming en waar tradities soms eeuwen in leven konden blijven, ook al snapte niemand ze nog. Geschiedvervalsing was een courante praktijk. De gewone man werd koest en onnozel gehouden met vorstelijke 'brood en spelen'. Bedreigers van machthebbers werden zo nodig geliquideerd en op massamanifestaties, soms het toneel van politiek protest, hielden de inlichtingendiensten het gedrag van hooggeplaatsten in de gaten. Lendering bevestigt die herkenbaarheid door begrippen met eigentijdse associaties rond te strooien: Stockholm-syndroom, Klooster van de Vestaalse Maagden, een tempel als "museum voor Griekse beeldhouwkunst", monumentenlijst, winkelcentrum, 'hall of fame', 'grand slam'...

Bizar tot stuitend voor wie zijn mensenrechten kent, zijn dan weer de gruwelijk primitieve doodstraffen, bijvoorbeeld van Vestaalse maagden die het kuisheidsgebod (zogezegd) overtraden, levensechte tragedies met verkrachtingen en moorden live op scène, de sentimentloze omgang met dieren en hele categorieën van mensen, de mensonterende triomftochten, de vanzelfsprekendheid van dwangarbeid enz.

Ik heb dit boek in één ruk uitgelezen, beroepshalve omdat ik met dit verhaal over het Rome waarin het Christendom wortelschoot, uw Kerst wilde opfleuren, maar ook omdat het je als lezer voortstuwt. Eigenlijk had ik het ter plekke moeten savoureren, en in het tempo van de hapklare brokken waarin de gids is onderverdeeld. Dan stond hier een heel ander stuk. Lendering schrijft aantrekkelijk en geeft massa's verrassende en anekdotische fragmenten die darnkzij de topografisch-historische focus volop tot hun recht komen. Ze komen meestal van geschiedschrijvers en werden niet zelden voor de gelegenheid vertaald. Hij wijst er naar mijn gevoel te weinig op dat je geen één-op-éénrelatie mag veronderstellen tussen literair fragment en 'werkelijkheid'. De tol die oudhistorici betalen voor een te weinig literaire opleiding? Het kenmerk van de Romeinse literatuur, zeker die van de keizertijd, is haar retorische karakter, ook in de geschiedschrijving. In een loftuiting op de stad Rome, een vlei-epigram voor de keizer of een agressief christelijk stuk tegen de profane Romeinen mocht al eens flink overdreven worden... 

Verwacht ten slotte geen vlot weglezend boek. Het soortelijk gewicht van veel bladzijden is hoog, door de namenstroom, het jongleren met data en de als verondersteld bekende begrippen. Je kunt in enkele bladzijden tijd rustig van de zesde eeuw vóór naar de tweede eeuw ná worden gekatapulteerd en de opbouw, restauratie en afbraak meemaken van een aantal gebouwen op dezelfde plek (Nero's Gouden Huis is een bekend voorbeeld). Het is dan zaak goed bij de les te blijven en te volgen wie wie wil overtreffen of doen vergeten. De auteur geeft op veel plaatsen aan wat er vandaag nog rest van het beschrevene.

Maakt Lendering zijn niet-geringe ambitie waar? Ja, maar. Mijn bedenkingen zijn deels onterecht omdat je over elk aangehaald aspect een boek zou kunnen schrijven en omdat we over een aantal facetten te enenmale te weinig weten. Dat soort kritisch gemopper krijg je natuurlijk als je als auteur de verwachtingen in je eerste alinea's wel bijzonder hoog spent. Maar dat deze 'dikke Lendering' bij uw volgende Rome-reis onvoorwaardelijk mee de koffer in moet als bijzonder rijk standaardwerk, is intussen duidelijk. En ook dat er ruimte is voor veel meer 'toeristische' gidsen op zijn Lenderings.

Patrick De Rynck

Overzicht van alle recensies
   
meer recensies
 home