| home | ||
Oorlogsmist |
![]() |
|
![]() |
Jona Lendering,
Oorlogsmist.
Veldslagen en propaganda uit de Oudheid. (2006 Athenaeum - Polak &
Van Gennep, Amsterdam) 90.253.3155.6.
Bespreking in Het Parool (1 februari 2007)Die olifanten van Hannibal kwamen de Alpen nauwelijks overOpspattend bloed, krakende botten, splijtende schedels en uitgerukte longen en darmen vliegen de lezer om de oren in Oorlogsmist van de Amsterdamse historicus Jona Lendering. Aan de hand van meer dan dertig veldslagen toont Lendering de onbetrouwbaarheid van de oorlogsverslaggeving aan.Slechts een enkeling slaagt erin een glimp van de werkelijkheid op te vangen. Zo weet Homerus als geen ander de bewustzijnsvernauwing te beschrijven die een krijger ondergaat tijdens een veldslag. Toch spreekt ook hij niet de volledige waarheid. De rol van het eenvoudige voetvolk laat Homerus onderbelicht, alleen de moed van de aristocraten - zijn lezerspubliek - vindt hij het vermelden waard. Objectief zijn beschrijvingen aan het front door de eeuwen heen nooit geweest. Vaak was de situatie daarvoor te chaotisch of was de emotionele betrokkenheid van de geschiedschrijvers te groot. Soms ook namen ze om religieuze of politieke redenen bewust een loopje met de waarheid. In Oorlogsmist gaat Lendering op zoek naar de ware toedracht van de belangrijkste gewapende conflicten uit de Oudheid. Dat levert een breed scala op aan krijgslisten en veranderende strategische inzichten. Wat te denken van de dromedrarissen die Cyrus, de koning van Perzië, liet aanrukken om de ruiters van de Lydische koning Croesus de stuipen op het lijf te jagen? De tactiek werkte. De paarden van de tegenstander konden de aanblik en de stank van de dromedarissen niet verdragen en sloegen op de vlucht. Lendering rekent af met veel mythen, waaronder de roemruchte mars van Hannibal en zijn olifanten over besneeuwde Alpenpassen. In werkelijkheid stierven de olifanten al snel en speelden ze in de Tweede Punische oorlog nauwelijks een rol van betekenis. Toen Hannibal enkele maanden later de Apennijnen overtrok, was er nog maar één in leven. Oorlogsmist staat vol met dit soort verhalen, even vermakelijk als leerzaam en nog steeds actueel. Want ook de huidige oorlogsverslaggeving biedt alle ruimte voor propaganda. "De banale waarheid is dat geweld zó ingrijpend is dat enerzijds niemand het kan beschrijven en anderzijds iedereen er omwille van zijn gemoedsrust behoefte aan heeft het te voorzien van een interpretatie." [Henk Schutten]
Bespreking in Het Nederlands Dagblad (12 januari 2007)Veldslagen in nevelen gehuldHet schrijven van een betrouwbaar oorlogsverslag is moeilijk. Partijen zelf, maar ook degenen aan de zijlijn, verliezen nogal eens het overzicht. Een historicus die over oorlogen schrijft, is afhankelijk van eigen waarneming, van herinneringen en observaties van anderen, of van bronnen die tot een of beide categorieen horen. Over de problemen die uit deze situatie voortvloeien, gaatOorlogsmist. Jona Lendering bespreekt meer dan dertig veld- en zeeslagen uit lang vervlogen tijden, van Assyrische slachtpartijen ten nadele van de Judeeërs onder koning Hizkia in 701 v.Chr. tot het Germaans-Romeins bloedvergieten ten koste van de Hunnen en de Ostrogoten in Gallië in 451 na Chr. Hij behandelt de vijandelijke ontmoetingen niet als geïsoleerde gebeurtenissen, maar plaatst ze in een historisch kader. Dat laatste maakt zijn boek waardevol. Oorlogsmist is een toegankelijk, goedgeschreven overzicht van twaalf eeuwen Assyrische, Babylonische, Perzische, Griekse, Macedonische en Romeinse geschiedenis, opgehangen aan oorlogen die de loop der historie in meer of mindere mate bepaalden. Een tweede aspect dat Oorlogsmist tot een lezenswaardig boek maakt, is de overvloed aan soms zeer uitgebreide citaten van bekende en onbekende historici uit de oudheid. We komen Herodotus en Thucydides tegen, maar maken ook kennis met de Babylonische kronieken en met laat-Romeinse auteurs als Orosius en Jordanes, historici die in de Middeleeuwen veel gelezen werden, maar sindsdien in de vergetelheid zijn geraakt. Lenderings uitgangspunt is "dat geweld zo ingrijpend is dat enerzijds niemand het kan beschrijven en anderzijds iedereen er omwille van zijn gemoedsrust behoefte aan heeft het te voorzien van een interpretatie". Dat betekent natuurlijk niet dat historici uit de Oudheid nooit een veldslag hebben beschreven. Het tegendeel is het geval: een groot deel van wat bewaard is gebleven aan geschriften uit de Oudheid gaat over veldtochten, moordpartijen en oorlogen in alle denkbare vormen en maten. Lendering merkt volkomen terecht op dat de obsessie voor wat er gebeurt als mensen elkaar doden, universeel is. Oorlogen en daaraan verwante activiteiten "tonen een aspect van de menselijke natuur dat we in het dagelijkse leven in toom houden, maar dat ons als onze schaduw volgt en waarnaar we kijken met een beschamend mengsel van afgrijzen en fascinatie". SympathieënZijn stelling dat niemand geweld kan beschrijven, werkt Lendering uit in Oorlogsmist. Hij doet dat nu eens overtuigend, dan weer geforceerd en af en toe ook enigszins misleidend. Dat men een veldslag nooit volledig zal kunnen beschrijven is niet meer dan het intrappen van een open deur. Wie zal ooit weergeven wat een Corcyreeer in 433 v.Chr. ervoer in de korte tijd die er verstreek tussen het moment dat zijn schip werd geramd door een Korinthisch oorlogsschip en het moment waarop hij, al zinkend door het gewicht van zijn bronzen wapenrusting, nog snel even de genadeslag kreeg van de Korintische overwinnaar?Maar ook een objectief verslag van een gewapend treffen zal een historicus niet kunnen produceren. Iedere historicus heeft, al dan niet bewust, een eigen standpunt, eigen vooronderstellingen, eigen emoties en eigen sympathieën dan wel antipathieën. In feite is een verslaggever betrouwbaarder naarmate hij zich meer van zijn persoonlijke standpunt bewust is en dat standpunt uitvoeriger expliciteert. Historici uit de Oudheid vonden het helemaal niet nodig of gewenst hun persoonlijke standpunt uit de doeken te doen. De enige distantie die de beteren onder hen betrachtten ten aanzien van hun onderwerp bestond hierin, dat ze meer dan één versie van de gebeurtenissen presenteerden wanneer ze tegenstrijdige bronnen tot hun beschikking hadden. Herodotus, de onovertroffen historicus en verteller uit de vijfde eeuw v.Chr., was hierin een meester. Zijn amusante verhaal over farao Rampsinitus en de listige dief in boek 2 van zijn Historiae is in een taalvorm gegoten die moet tonen dat hij het verhaal weliswaar heeft gehoord en dus noteert, maar dat hij de waarheidsgetrouwheid ervan helemaal voor rekening van zijn zegslieden laat. Dit alles plaatst een moderne historicus als Lendering, die wil achterhalen wat er echt is gebeurd, vanzelfsprekend voor onoplosbare problemen. Hij moet de betrouwbaarheid van zijn bronnen wel in twijfel trekken, maar komt er nooit achter wat er dan wel echt gebeurd is. Hooguit kan hij de ene auteur geloofwaardiger vinden dan de andere, maar bewijzen kan hij niets. Dat verklaart de talloze slagen om de arm die hij moet houden bij vrijwel al zijn reconstructies. TendentieusSoms gaat Lendering te ver in zijn pogingen Oorlogsmist aan te wijzen. Een voorbeeld daarvan is zijn reconstructie van de al genoemde zeeslag tussen Corcyra en Korinte in 433 v. Chr. bij Sybota, beschreven door Thucydides. Het eiland Corcyra wordt belaagd door Korinte. De Atheners sluiten een defensief verdrag met Corcyra. Thucydides geeft als verklaring van het Atheense besluit dat zij meenden, dat een oorlog met de Peloponnesiërs (onder wie de Korintiërs) onvermijdelijk was. Zij wensten niet de grote vloot van Corcyra, honderdtien oorlogsschepen, in handen te geven van Korinte, dat over honderdvijftig schepen kon beschikken. Liever wilden zij hen terdege met elkaar slaags laten geraken, opdat in geval van oorlog de tegenstand van de Korintiërs en de andere zeemachten zwakker zou zijn, aldus Thucydides.Lendering vermeldt deze verklaring van het Atheense besluit tot een bondgenootschap niet, omdat hij mist wil zien. Hij stelt dat het onduidelijk blijft of het Atheense besluit "zoals de historicus suggereert, een poging was een oorlog te vermijden of, zoals hierboven geopperd, een incident uit te lokken". Verder betwijfelt Lendering of de Korintiërs wel van plan waren Corcyra aan te vallen. Volgens hem suggereert Thucydides dat wel, maar spreken de door hemzelf genoemde feiten dat tegen. Dat is een tendentieuze, zo niet onjuiste weergave van Thucydides' verslag. De Griekse historicus vermeldt dat de Corcyreeërs pas na de zeeslag vreesden dat de Korintiërs op hun eiland zouden landen, maar dat die wel degelijk uit waren op een zeeslag: "Toen de Corinthiërs klaar waren met hun voorbereidingen, namen zij leeftocht aan boord voor drie dagen en kozen zij zee uit Chimerion in de nacht om een zeeslag te leveren." Vervolgens stelt Lendering dat de Korinthiërs een zodanige haast hadden om door te varen naar het noorden na het treffen, dat ze weliswaar hun mensen uit het water probeerden te redden, maar hun lekke, nog drijvende schepen niet op sleeptouw namen, want dat zou hun vaart maar vertragen. Daar klopt niets van. Thucydides vertelt dat de Korintiërs de lekke rompen van de door hen geramde schepen niet op sleeptouw namen, maar wel de tijd namen om de drenkelingen uit te moorden. Vervolgens joegen ze hun tegenstanders naar de kust en schonken daarna aandacht aan hun eigen doden en wrakken, waarvan ze de meeste konden bergen. Lendering onderbouwt zijn stelling dat de verslagen van het krijgsbedrijf vaak in mist zijn gehuld dus niet alleen met het werk van historici uit de Oudheid, maar - onbedoeld - ook met zijn eigen boek. Oorlogsmist creeert ook daar wel eens een mistbank, waar de klassieke zon heus helder scheen. Men dient bij Lendering hier en daar een mistflard weg te blazen om de beschrijvingen van de klassieke historici naar waarde te kunnen schatten. [Klaas Wierenga] >> meer recensies >> |
|
|
|
||