home

Oorlogsmist

Jona Lendering, Oorlogsmist
Jona Lendering, Oorlogsmist. Veldslagen en propaganda uit de Oudheid. (2006 Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam) 90.253.3155.6.
 

Bespreking in Historisch Nieuwsblad (februari 2007)

Krijgsgeschiedenis is terug van weg geweest. Oorlog is immers weer terug. Zelfs het Nederlandse leger doet in Uruzgan wat des legers is: vechten. Het nieuwste boek van Lendering past in de hernieuwde belangstelling voor de oorlog als een historische versneller. De schrijver neemt ongeveer veertig antieke oorlogshandelingen onder de loep, meest slagen te land of ter zee. De rode draad die dit 'kralensnoer van hoofdstukken uit de antieke krijgsgeschiedenis' verbindt, is volgens Lendering de grote onzekerheid over de werkelijkheid. Die onzekerheid is niet typisch voor de Oudheid. Oorlogsberichten zijn notoir onbetrouwbaar. Dat komt niet alleen door de sterke partijdigheid van de waarnemers, maar ook door het gebrek aan overzicht dat typisch is voor mensen die op het slagveld aanwezig zijn. Dit verschijnsel van de fog of war heeft Lendering de titel van zijn boek ingegeven: Oorlogsmist.

Ondanks het onvermijdelijk episodische karakter leest het boek lekker weg. Lendering weet met vaart te vertellen en hij doorspekt zijn levendige verhaal met goed gekozen bronfragmenten. Hierbij put hij uit het rijke arsenaal goede Nederlandse vertalingen van klassieke schrijvers. Er zijn zelfs voor dit boek teksten speciaal vertaald. Met name de teksten uit Assyrië en Babylonië zijn een verrijking. Lendering corrigeert zo een al te eenzijdig Europacentrische visie op de botsingen tussen Oost en West.

De krijgsgebeurtenissen zijn in vijf delen ondergebracht: het oosterse wereldrijk, Griekenland, de opkomst van Rome, het mediterrane wereldrijk (van Rome) en Veranderingen (over de ondergang van Romeinse Rijk). De behandelde slagen behoren meest tot de gouden oude, waarvan we ons nog de jaartallen herinneren (Marathon, Thermopylai, Salamis, Cannae, Zama ...). Maar er zijn ook minder bekende bij, zoals de grote zeeslag tussen Carthagers en Romeinen bij Eknomos in 256 v.Chr., 'het grootste militaire treffen uit de Oudheid' volgens de auteur.

De uitgeverij moet geprezen worden dat zij Nederlandse deskundigen uitnodigt met eigen werk te komen. Niet alleen maken vertalingen waarmee andere uitgeverijen komen de reputatie van hun Engelstalige auteurs vaak niet waar, maar zij verliezen ook nog veel kwaliteit door de ondeskundigheid van de vertalers. Lendering echter kent zijn vak.

Slechts een enkele keer fronst de betweter de wenkbrauwen: het waren 37 en niet 27 Noord-Afrikaanse bosolifanten die Hannibal ongedeerd over de Alpen leidde. Het riviertje dat Caesar in 49 oversteekt, heet op z'n Nederlands Rubico - Rubicon is een anglicisme. En het is een beetje raar te zeggen dat Octavius, de latere Augustus, een keizerrijk sticht. Alsof keizerrijk een bestaand staatsbestel was voordat hij er een vorm en zijn officiele naam (Caesar) aan gaf. Verder valt er over sommige interpretaties te discussiëren en zijn ze zelfs aanvechtbaar. De anatomische details van verwondingen die Homeros in zijn Ilias geeft, illustreren niet de moed van de aristocraten die deze gruwel onbevreesd tegemoet traden. Ze getuigen slechts van het 'plezier' waarmee het epos de hevigheid van de strijd beschrijft.

De opvatting dat de Slag bij Marathon, waarin de Atheners in 490 v.Chr. een Perzische expeditiemacht afsloegen, niet Europa voor Perzische dominantie redde, laat zich verdedigen. Dat de Slag bij het Trasimeense Meer (217 v.Chr.), waarin Hannibal een Romeins leger vernietigde, eigenlijk een Romeinse overwinning representeert, is een wel heel boude bewering. Maar Lendering houdt ervan een beetje tegendraads te zijn en die neiging houdt de lezer wel bij de les. Dat is wel nodig, want eigenlijk is het huppen van slag naar slag een nogal vervelende vorm van geschiedschrijving.

Van de belofte om de antieke 'oorlogsmist' aan te tonen, komt niet heel veel terecht. Misschien maar goed ook. De partijdigheid van antieke bronnen hoeft niet voor de zoveelste keer te worden aangetoond. In plaats van die overbodige ontmaskering vergast Lendering zijn lezers op een onderhoudend verhaal over de verschrikking die oorlog ook in de Oudheid was.

[Anton van Hooff]


Bespreking in de Leeuwarder Courant (16 maart 2007)

Veldslagen en slagen in het duister

"De banale waarheid is dat geweld zo ingrijpend is dat enerzijds niemand het kan beschrijven en anderzijds iedereen er omwille van zijn gemoedsrust behoefte aan heeft het te voorzien van een interpretatie. (...) Niemand weet wat een veldslag is en daarom is er alle ruimte voor propaganda." Aldus Jona Lendering, oudheidkundige en beheerder van de website over oude geschiedenis (livius.org), in zijn uitstekende boek "Oorlogsmist", over veldslagen uit de Oudheid en hun weergave door dichters en schrijvers uit de Oudheid.

Oorlogsmist is de vertaling van fog of war, een Engels begrip dat duidelijk maakt dat in een veldslag niks duidelijk is en niemand, ook de deelnemers niet, zich een voorstelling kan maken van wat er werkelijk gebeurt. Zelfs wie gewonnen heeft valt niet altijd vast te stellen.

Dat laat veel ruimte voor speculatie en interpretatie. Die beïnvloed worden door vooringenomenheid en vaak ten dienste (moeten) staan van propaganda. Geschiedschrijving van de Ouden moet dus met kritische afstandelijkheid worden beoordeeld. Wat overigens niet mag gelden voor de literaire kwaliteiten.

Lendering begint natuurlijk bij Troje en Homerus. De Ilias biedt direct een mooi bewijs van Lenderings stelling. Ook Homerus krijgt geen greep op de chaos van het slagveld en kan niet anders dan inzoomen op het gevecht van man tegen man. de slag is een optelsom van op zichzelf staande duels en de beschrijving daarvan gekleurd door partijdigheid.

Lendering wandelt via de slagvelden van de Assyriers, de Grieken, de vroege en de late Romeinen naar die van de ondergang van het Romeinse rijk, aan de hand van beroemde klassieken als Herodotus, Thoukydides, Cassius Dio en Tacitus. Door hun analyses te vergelijken met andere bronnen en eigen veronderstellingen, deels ontleend aan bezoeken aan de plaatsen des onheils, durft hij ook conclusies te trekken over wat waar zou kunnen zijn en wat tot foutieve interpretatie of propaganda gerekend moet worden.

De geschiedschrijvers van de Oudheid wilden niet alleen documenteren en roemen wie roem verdiende, zij zochten ook naar universele menselijke waarheden. In "Oorlogsmist" verwoordt Lendering resultaten van die zoektocht met stilistisch vernuft. Zo besluit het hoofdstuk over de Siciliaanse expeditie van de Atheners (414-413 v.Chr.) en Thoukydides' beschrijving daarvan met: "Het is mogelijk dat hij hier en daar wat te somber is, maar zijn verslag (...) illustreert het menselijk vermogen tegen beter weten in te blijven hopen en daardoor van kwaad tot erger te komen. Dat is door de eeuwen heen beangstigend actueel gebleken." Je zou wensen dat de machthebbers van nu beter beseften dat hoop tegen beter weten in zinloos doet sterven in plaats van leven.

Wat er precies gebeurde op de slagvelden van toen zullen we nooit weten, zoals we dat ook nooit zullen weten van de slagvelden van nu en straks. Wat we wel kunnen weten is wat eraan voorafging en gaat. Een veldslag is een climax van chaos, na een lange voorbereiding van politieke en strategische analyse, logistieke planning en organisatie. Die door Lendering voor "zijn" veldslagen zorgvuldig worden nagegaan en beoordeeld. Ook daaruit valt een universele, paradoxale waarheid te putten: veldslagen zijn redeloze, chaotische orgiën van geweld, die alleen mogelijk zijn na langdurige, rationele organisatie.

Hans van der Heijde

>> meer recensies >>

Overzicht van alle recensies
 home