| home | ||
Oorlogsmist |
![]() ![]() |
|
![]() |
Jona Lendering,
Oorlogsmist.
Veldslagen en propaganda uit de Oudheid. (2006 Athenaeum - Polak &
Van Gennep, Amsterdam) 90.253.3155.6.
Bespreking in het Reformatorisch Dagblad (26 september 2007)Met het boek Oorlogsmist levert historicus Jona Lendering een substantiële bijdrage aan de vakliteratuur op het gebied van de antieke oorlogsvoering. Met bijna onuitputtelijk enthousiasme laat hij het voetlicht vallen op de ene na de andere veldslag uit de oudheid.Vraagtekens bij Herodotos en LiviusVanzelfsprekend zijn compassie, bewondering en weerzin volkomen acceptabele visies op oorlog, maar ze verkleuren het uiteindelijke verslag. Ze zijn echter niet te vermijden. Daarvoor is onze emotionele betrokkenheid te groot. Het resulterende gebrek aan betrouwbaarheid wordt in de Engelstalige journalistiek wel aangeduid met de metafoor fog of war, "oorlogsmist".Jona Lendering toont in zijn gelijknamige boek herhaaldelijk aan dat op het terrein van de antieke oorlogsvoering objectiviteit ogenschijnlijk aanwezig is, maar bij nader inzien soms ver lijkt te zoeken. Regelmatig is propaganda de oorzaak voor gekleurde berichten, merkwaardige hiaten en zelfs bewuste misleiding. Als classicus word je daar niet vrolijk van. Erg prettig is het niet om grote geschiedschrijvers als Herodotos en Livius van hun voetstuk te zien vallen. Toch zijn Lenderings argumenten om vraagtekens te zetten bij hun weergave van de feiten veelal (zeer) aannemelijk. Het zijn namelijk niet zomaar uit de lucht vallende hypotheses, maar reconstructies naar aanleiding van andere bronnen, al dan niet schriftelijk. Overigens zijn niet alleen classici gewaarschuwd: Lendering begint zijn boek al bij de oosterse wereldrijken van de Assyriërs en de Babyloniërs. Hij schrikt er niet voor terug welk verslag dan ook te onderwerpen aan een scherpe analyse. Zo blijkt de manier waarop Arrianus
de vlucht van Darius beschrijft
na de beroemde slag bij Gaugamela,
propaganda "van de doorzichtigste soort" te zijn. Arrianus maakte gebruik
van de memoires van Ptolemaios,
officier in het leger van Alexander
de Grote. Deze zag waarschijnlijk een manier om ook zichzelf een mooie
rol toe te dichten. Hij beweert namelijk dat Darius als eerste rechtsomkeert
maakte en als een angsthaas op de vlucht sloeg. In werkelijkheid kan Ptolemaios
nooit hebben gezien op welk moment en onder welke omstandigheden Darius
het slagveld verliet. Gaugamela is een zandvlakte en de stofwolk die de
duizenden paarden opwierpen maakte het onmogelijk verder dan 20 meter te
kijken. Bovendien bestaat er een ooggetuigenverslag van een Griekse huurling,
overgeleverd via een andere historicus, waar de toedracht heel anders en
ook geloofwaardiger wordt voorgesteld. En als klap op de vuurpijl wordt
het laatste relaas ook nog eens bevestigd door een Babylonisch kleitablet
in het British Museum.
PropagandaOorlogsmist wemelt van dit soort uiteenzettingen. Voor sommigen is dat wellicht "spijkers op laag water zoeken", voor anderen, zoals liefhebbers van krijgsgeschiedenis, betekent het smullen, want de lezer krijgt bij iedere veldslag een schat aan informatie over de manier van vechten, het uitzetten van strategieën en het nemen van tactische beslissingen. De kaartjes per veldslag geven hierbij ook visueel weer hoe de betrokken legers (of vloten) waren opgesteld.Ook Romeinse geschiedschrijvers stelden hun werk regelmatig in dienst
van propaganda. Het bontste voorbeeld is wel Julius
Caesar, die verslagen schreef over zijn eigen verrichtingen.
Steevast spreekt hij (quasi-objectief) in de derde persoon enkelvoud, als
hij het over zichzelf heeft. Om de thuisblijvers op de hoogte te houden
van zijn overwinningen stuurde hij hun elke winter een rapport, waarin
hij zijn successen beschreef, tegenslagen verdoezelde en officieren prees
van wie hij wist dat ze populair waren bij de bevolking. Wanneer echter
zijn "aantekeningen" naast het geschiedwerk van Cassius
Dio worden gelegd, valt hij genadeloos door de mand. Lendering:
"Al met al zoomt Caesar steeds verder in: het gaat om één
belegering, om één gevecht, om één man - hijzelf."
Ondergang RomeEen behoorlijk fors deel van Lenderings boek wordt ingeruimd voor de joodse geschiedenis. Uitgebreid wordt het conflict besproken tussen de joden en de Romeinse bezetters, culminerend in de verwoesting van Jeruzalem. Maar ook ontwikkelingen daarna komen ruimschoots aan bod, zoals de Bar Kochba-opstand in 132-136 na Christus, waarvan de auteur beweert dat die uiteindelijk leidde tot het schisma tussen jodendom en christendom.Deze uitspraak illustreert een ander aardig aspect van Oorlogsmist: gaandeweg geeft de auteur steeds meer sociologische bespiegelingen ten beste en voegt hij politieke analyses in, bijvoorbeeld over de vraag hoe de overgang van republiek naar keizertijd te verklaren valt. Het lijkt wel of hij zich in de loop van het boek steeds meer toestaat af te wijken van zijn eigenlijke onderwerp, al zal hij direct tegenwerpen dat er een belangrijke relatie bestaat tussen veldslag en context. Toch valt op dat in de eerste helft van het boek dergelijke beschouwingen nagenoeg niet voorkomen. Hoe het ook zij, het stoort niet. Integendeel. Aan het eind gekomen wil de lezer ook wel eens weten hoe het komt dat de "hypermacht" Rome ten onder kon gaan. Lendering presenteert wat dat betreft een prikkelende visie. De lezer oordele zelf. Gert-Jan Oosterom
Bespreking in het Hermeneus 79/4 (2007)"Aan Tacitus' beschrijving van de Romeinse aanval valt geen touw vast te knopen," aldus Jona Lendering in zijn hoofdstuk over de belegering in 28 v.Chr. van Flevum, de Romeinse vlootbasis die waarschijnlijk in de omgeving lag van de huidige Wijkertunnel bij Velsen. Voor boude uitspraken deinst de auteur van Oorlogsmist niet terug. "Ondertussen klopt er werkelijk niets van Cassius Dio's verhaal over de veldslag," heet het in de behandeling van de slag bij Philippi in 42 v.Chr. Het zijn zulke commentaren die de lectuur van het boek extra aantrekkelijk maken.Met de titel Oorlogsmist wil Lendering aangeven dat veel onzeker is in beschrijvingen van oorlogssituaties. De antieke auteurs aan wie verslagen van veldslagen zijn ontleend waren lang niet altijd ooggetuigen geweest van wat zij beschreven, maar ook als zij dat wel waren, wisten zij natuurlijk niet alles wat zich op het slagveld had afgespeeld. Soms hadden zij speciale redenen om iets op een bepaalde wijze voor te stellen. Zo schreef Julius Caesar in zijn Gallische Oorlog ogenschijnlijk objectief over zichzelf in de derde persoon, maar het propagandistische karakter van zijn geschrift kon hij niet verhullen. En in zijn Joodse Oorlog vertekent de Joodse historicus Flavius Josephus de zaken onder andere doordat hij ervan overtuigd was geraakt dat God de Romeinen als instrument had gekozen om de opstandige Joden voor hun ontaarding en zondigheid te straffen. Oorlogsmist gaat niet alleen over militaire geschiedenis, maar ook over literaire vormgeving. Na een opmaat over het Nabije Oosten komen beroemde slagen uit de klassieke Oudheid aan bod, zoals die bij Marathon, Thermopylae, Salamis, Cannae en Adrianopel. De lezer krijgt behalve over de afzonderlijke veldslagen ook iets te horen over hun achtergrond en context. Kaartjes vormen nuttig hulpmateriaal. Minder bekende veldslagen worden eveneens behandeld, bijvoorbeeld die tussen Spartanen en Atheners aan de Geitenrivieren op het schiereiland Gallipoli in 405 v.Chr. Lenderings bespreking hiervan is typerend voor het hele boek. De auteur laat eerst goed het verschil zien tussen onze beide bronnen, maar concludeert aan het einde van zijn analyse dat de tegenspraak tussen onze zegslieden slechts schijn is: "de verwarring van de bronnen is in feite die van het slagveld zelf". Een vlot geschreven en onderhoudend boek, dat Oorlogsmist. Hans Teitler |
|
|
|
||