<!-- ••• -->
home

De randen van de aarde. De Romeinen tussen Schelde en Eems

Jona Lendering, De randen van de aarde Jona Lendering, De randen van de aarde. De Romeinen tussen Schelde en Eems, 2000 Ambo Amsterdam; 90.263.1630.5.
 

Bespreking in Spiegel Historiael 35 (2000)

Nadat in de Boekenweek de klassieke Griekse en Romeinse cultuur, en vooral de literatuur, in het zonnetje is gezet, nodigt het stapeltje boeken over de Oudheid dat de laatste tijd de burelen van Spiegel Historiael heeft bereikt, nu meer uit tot een beschouwing vanaf de randen. Daarbij mogen wij niet vergeten, dat wat zich aanvankelijk in de periferie bewoog, regelmatig later in het centrum is gekomen. Tot de periferie van het Romeinse rijk behoorden ongetwijfeld onze Lage Landen. En omgekeerd, want onze vaderlandse geschiedenis begon tot nog toe in de Middeleeuwen.

De randen van de aarde brengt daar wat mij betreft verandering in. De titel verwijst naar hoe vanuit 'Rome' tegen onze streken en hun bewoners werd aangekeken, de ondertitel ('Romeinen tussen Schelde en Eems') dekt meer de historische inhoud. De blik vanuit Rome werd sterk bepaald door stereotiepe voorstellingen over de randen van de bewoonde wereld en hun barbaarse bewoners. Dat bepaalt ook welke voorstellingen de Romeinse geschiedschrijvers zich maakten van wat zich in deze contreien afgespeeld had. De auteur laat zien hoe Caesar bewust van deze stereotypen gebruik maakte.

Het boek biedt in eerste instantie een overzicht van de geschiedenis van de Lage Landen in de Romeinse tijd voor zover de antieke geschiedschrijving daarover bericht. De eerste eeuwen (Caesar, de veroveringen en tegenslagen onder Augustus en Tiberius, de opstand van Julius Civilis) beslaan zo'n driekwart van dit boek. Het verhaal wordt voor een groot deel verteld aan de hand van soms lange citaten uit het werk van antieke auteurs, maar het boek biedt meer dan krijgsgeschiedenis. De auteur maakt goed en uitvoerig gebruik van het archeologisch materiaal en is erin geslaagd op grond daarvan een historisch boek te schrijven dat een samenhangend beeld geeft van de geschiedenis. Het eindigt met de komst van het christendom, de eerste bisschoppen in het zuiden en ten slotte de bekering van Clovis.

Niet alleen de dienst van de inheemsen in de Romeinse legers komt aan bod, ook zaken als urbanisatie en religie, ontwikkelingen op het land en de introductie van nieuwe technieken, gewassen en dieren ('de eerste siertuinen'). De auteur laat zien dat naast de politiekstrategische en economische ontwikkelingen (het terugtrekken van de Romeinse legermacht) ook natuurlijke (een nieuwe transgressiefase, samen met de desastreuze gevolgen van zoutwinning) de oorzaak waren van ontvolking aan het eind van de Romeinse tijd. Eén ding heb ik gemist: de mede door de bodemgesteldheid bepaalde tegenstelling tussen het meer pastorale en egalitaire noorden en westen en het agrarische en hiërarchische zuidoosten.

Ed van der Vliet


Bespreking in Vrij Nederland (2000)

Dat er tegenwoordig een klein eilandje zonder veel verantwoordelijkheidsbesef tussen Groningen en Drenthe heen en weer dobbert, moge dan problemen veroorzaken in het noorden des lands, het is niets vergeleken met wat Plinius de Oudere in zijn Natuurlijke geschiedenis over dezelfde landstreek te melden heeft. Hij vertelt dat Romeinse oorlogsbodems er soms 's nachts worden belaagd door reusachtige drijvende eilanden, losgeslagen door stormwind en getij, waarop volwassen eiken worden meegevoerd die met hun 'tuigage van omvangrijke takken' de zeewaardigheid van de vloot ernstig in gevaar brengen. En te midden van deze woeste natuur, waarin het onderscheid tussen water en land voor de vreemdeling onduidelijk is, leven in broeken gehulde primitieven, die weinig bereid zijn om schatplichtig te worden gemaakt, of als slaaf naar Rome te worden afgevoerd.

Hoe de Romeinen hun kennismaking met de gure landstreken van Gallië en Germanië ervoeren, wordt samengevat in De randen der aarde, een met verve door Jona Lendering aan elkaar geschreven bloemlezing van antieke bronnen over dit onderwerp. Auteurs als Plinius, Caesar, Strabo en Tacitus hadden hun informatie natuurlijk lang niet altijd uit de eerste hand en dat leidde tot de nodige kleurrijke overdrijving bij de beschrijving van de barbaren die de Romeinen hier aantroffen. Deze Chauken, Amsivariërs, Friezen, Menapiërs, Chatten en de van hen afgescheiden Bataven ('de mensen van het vruchtbare waterland') werden vooral uitgebeeld als dapper en ongeciviliseerd, maar tegelijkertijd ook minder decadent dan de burgers van de Romeinse steden. Bovendien lardeerden de geschiedschrijvers hun smeuïge verhalen graag met particulier hobbyisme. 'Antieke auteurs,' schrijft Lendering, 'waren op hun best als ze etymologieën konden opblazen tot historische feiten.' Andersom zou wellicht vruchtbaarder zijn geweest, maar een en ander heeft wel geleid tot een levendige bloemlezing, in wezen in de traditie van de zo populaire boeken over wat buitenlanders (van Edmundo de Amicis tot Rentes de Carvalho) over onze streken te zeggen hebben.

Niek Miedema


Bespreking in Archeologie magazine 2001/1

Toen aan het einde van de zomer van het jaar 57 voor Christus de eerste Romeinse troepen de zuidoever van de Rijn bereikten, kon natuurlijk niemand bevroeden dat dat het begin vormde van een Romeinse overheersing die meer dan vierhonderd jaar zou duren. En het is natuurlijk alleen in retrospectief dat wij kunnen constateren dat de vier eeuwen van Romeinse aanwezigheid van essentieel belang zijn geweest voor de ontwikkeling van wat (nog weer vele eeuwen) later Nederland zou gaan heten.

De enorme veranderingen die de komst van de Romeinen teweeg brachten, voltrokken zich in een adembenemend tempo. Het begint allemaal al met de geschiedenis zelf. Want met de eerste Romeinen verschijnen ook de eerste geschreven berichten over dit gebied en haar bewoners. Een andere belangrijke ontwikkeling die het gevolg is van de komst van de Romeinen, is die van verstedelijking. Weliswaar lagen er verspreid over heel Gallië een aantal versterkte nederzettingen, dikwijls rondom de burcht van een lokale machthebber. Maar steden, culturele en bestuurlijke centra, waren dat zeker nog niet. De eerste van dergelijke centra verschenen pas rond het midden van de eerste eeuw. Romeinen brengen ook een infrastructuur met zich mee, vooral wegen. Want de legers en de handelaren moesten zich snel kunnen verplaatsen. Tot ver in de Middeleeuwen zullen de door de Romeinen aangelegde wegen de enige behoorlijke verbindingsroutes in onze streken blijven.

Over de Romeinen en hun invloed op wat later Nederland zal gaan heten, is in de laatste vijftig jaar heel wat geschreven. En ook de archeologie heeft in de loop van die periode veel opgeleverd, waardoor we een redelijk beeld hebben van wat er zich hier allemaal heeft afgespeeld. Maar wat eigenlijk nog nooit was gebeurd, was een onderzoek naar hoe de Romeinen zelf dachten over hun aanwezigheid hier. Veel Romeinse auteurs hebben geschreven over de noordelijke provincies en hun inwoners. De beroemdste daarvan is natuurlijk Caesar, die in zijn de Bello Gallico uitgebreid verslag doet van de veldtochten tegen de autochtone bewoners. Maar er zijn veel meer schrijvers die iets over Gallië en haar inwoners te melden hebben gehad. Jona Lendering heeft voor zijn aardige boek De randen van de aarde alle bekende teksten gelezen en bestudeerd. En aan de hand daarvan vertelt hij de geschiedenis van de Romeinen tussen de Schelde en Eems.

Jona Lendering laat duidelijk zien dat de Romeinen, toen ze voor het eerst naar het Noorden trokken, nauwelijks een idee hadden wat hen te wachten stond. De randen van de aarde werden, zo dacht men, bevolkt door barbaren; bleke, blauwogige reuzen die woonden op mysterieuze eilanden temidden van het water. Dichte bossen met mysterieuze moerassen omzoomden rivieren die dagelijks hun loop teken te veranderden. Mannen met snorren en vreemde gewaden die tijdens drinkgelagen hun vrouwen verdobbelden. Dat was het beeld dat de Romeinen hadden van de bewoners van de delta. En eigenlijk is dat beeld maar heel langzaam verdwenen.

Wie het boek van Lendering leest zal zich er ook over verbazen dat er nog zoveel ontwikkeling heeft plaatsgevonden in Gallië. Want de ene opstand is nog niet voorbij of de andere dient zich al weer aan. Zijn het niet de Eburonen, dan zijn het wel de Chauken die voor problemen zorgen. De barbaren zijn moeilijk te temmen, zoveel is duidelijk. Maar ondanks alle verzet, de opstanden en verwoestingen, ontwikkelt zich al heel snel een Germaans-Gallische elite die om allerlei redenen zich als Romein gaat gedragen. Het uitgekiende en genuanceerde, uit nood geboren, spel van verdeel en heers dat de Romeinen overal in de door hen bezette gebieden toepasten, werkt ook in Gallië, zo lijkt het. Romeinse regels en Romeinse cultuur verdringen langzamerhand de inheemse tradities. Klaar in Rome blijft men ze zien als barbaren.

Het boek van Jona Lendering vormt een mooie aanvulling op de bestaande literatuur over de Romeinen in onze streken. En het laat zien dat de Romeinen eigenlijk nauwelijks geïnteresseerd waren in wat er zich in het noorden van hun Rijk, aan de randen van de aarde, afspeelde. Op zijn hoogst waren het wingewesten. Maar echt geïnteresseerd was men niet. Belangstelling toonde men in Rome slechts wanneer de Germaanse stammen weer in opstand dreigden te komen en de veiligheid van het Rijk werd bedreigd. Dan werd er hard en meedogenloos ingegrepen.

[anonieme bespreking]


Bespreking in Archeobrief lente 2000

Nu eens geen puur archeologisch boek, maar een pocketboek waarin een boeiende synthese wordt gemaakt tussen geschiedenis en archeologie. De lezer krijgt een beschrijving voorgeschoteld van de Lage Landen van de 1ste eeuw voor tot de 3de na Chr. gebaseerd op citaten van Romeinse (en soms Griekse) schrijvers. Vanzelfsprekend is Julius CaesarsGallische oorlog een eerste belangrijke bron. Maar in totaal zijn zo'n 40 antieke auteurs aangehaald, steeds met citaten in een bestaande Nederlandse vertaling.

Wat het boek echter zo boeiend maakt is de uitleg en interpretatie van Lendering. Hij schetst de inheemse samenleving in hun historische en sociale context Onderlinge stammenstrijd en afwisselende harmonie en oorlog met de Romeinen vormen een regelmatig terugkerend thema. De citaten verschijnen steeds als een passende illustratie. Het commentaar is extra belangrijk omdat deze duidelijk maakt hoezeer de Romeinen m hun ideeën over de barbaren vastzaten aan gevestigde vooroordelen of zelfs fantasieën. Waar mogelijk staaft de auteur zijn beweringen met bewijzen uit de Nederlandse archeologie. Losse vondsten van bijvoorbeeld wijnamforen wijzen op Romeinse contacten. Ook de gracht van Corbulo (Valkenburg ZH), de opgegraven tempels van Tongeren, de boerderij bij Voerendaal -om enkele voorbeelden te noemen- krijgen ineens meer betekenis omdat zij een plaats krijgen in de geschiedenis.

Drie overzichtskaarten met de woonplaatsen van de talloze inheemse stammen geven de lezer een nuttig houvast en geven tevens aan dat de interpretatie van de Lage Landen ruim is opgevat. De conflicten die bepalend zijn voor de toekomstige Benelux, werden deels uitgevochten in Noord-Frankrijk, het Teutoburgerwoud en het Duitse Rijnland.

[anonieme bespreking]

Overzicht van alle recensies
 home