
|
Op 30 maart 2009 verschijnt bij Athenaeum -
Polak & Van Gennep mijn boek Vergeten
erfenis. Oosterse wortels van de westerse cultuur.
Hierbij een samenvatting (summary in English).
Inleiding
Het idee dat onze cultuur uit Griekenland stamt, is tweemaal ontstaan.
De laatste keer gebeurde dat in de achttiende eeuw,
vóór
de sociale wetenschappen ontstonden en vóór de
rijkdom
van het Mesopotamische erfgoed werd ontdekt. Het is tijd het genoemde
idee nader te onderzoeken, en daarbij moeten we kijken naar
structurerende elementen: aspecten van een cultuur die de levenswijze
van opeenvolgende generaties beïnvloedden. Vaak zijn daaraan
economische middelen gekoppeld.
1: Het Hellenisme
Het denkbeeld dat de Griekse cultuur van de vijfde en vierde eeuw
v.Chr. een bijzondere was, ontstond voor het eerst in de hellenistische
staten, waar beheersing van deze cultuur een basis was voor
maatschappelijk succes. Later lieten ook de Romeinen, die
respectabiliteit zochten, zich door de Griekse cultuur inspireren,
zodat de literatuur en kunst van de Grieken kwamen gelden als
hét voorbeeld voor iedere ingezetene van het mediterrane
imperium. De Griekse cultuur werd voortaan beschouwd als bakermat van
álle beschaving. Een gevolg was dat men antieke teksten
bleef
overschrijven: een noodzakelijke voorwaarde om in de achttiende eeuw
opnieuw te gaan zeggen dat alle wijsheid kwam uit Griekenland.
2: Jeruzalem en Athene
De eerste christenen moesten weinig hebben van het Grieks-Romeinse
veelgodendom, maar zochten, toen hun religie staatsgodsdienst was
geworden, wel respectabiliteit. Door enkele kunstgrepen toe te passen,
konden ook zij zich associëren met de klassieke cultuur, al
werd
de gedachte dat alle beschaving kwam uit Griekenland ingeruild voor het
Paradijsverhaal. Het respect voor de Grieks-Romeinse wetenschap werd
nog versterkt door een tweede trek van het christelijk geloof: angst
voor wetenschappelijke hoogmoed. Het autoriteitsgeloof ontstond.
3: Kloosterlingen en Karolingen
De ondergang van het Romeinse Rijk betekende dat de middelen ontbraken
om de steden en de schrijfcultuur in West-Europa te laten voortbestaan.
De antieke teksten zouden zeker verloren zijn gegaan als ze niet door
monniken waren overgeschreven, een praktijk die Karel de Grote
bevorderde. Hij accepteerde ook de keizerstitel, en legde daarmee de
grondslag voor de gedachte dat ‘Rome’ op een
bepaalde
manier voorbeeldig was geweest - tot de achttiende eeuw een
structurerend element.
4: Het islamitisch recht
De islam ontstond in de zevende eeuw, en stond onbevangener tegenover
het verwerven van kennis dan de christenen. Tegelijkertijd stonden de
moslims wat kritischer tegenover de Griekse en Romeinse cultuur, wat
zich bijvoorbeeld uitte in het ontwerpen van een eigen rechtssysteem.
De betrokken juristen eisten vrijheid om te discussiëren en
stelden professionaliteitseisen.
5: Het keerpunt
Toen in de tijd van de Kruistochten het contact tussen West-Europa en de Arabische
wereld intensiveerde, ontstond een klimaat waarin het Westen culturele
verworvenheden kon ontlenen aan het Oosten. Een van de opvallendste
overnames is de universiteit, waarin de professionaliteitseisen en de
discussievrijheid van de islamitische juristen voortleefden: een
belangrijk structurerend element van de westerse cultuur.
6: Het ontstaan van de moderne staat
In de tijd van de ontleningen werd ook het Romeins Recht in West-Europa
ingevoerd, maar het gaat - ondanks de inderdaad door de antieke
juridische literatuur geïnspireerde vorm - in feite om een
pragmatische selectie uit het bestaande recht, die in latere eeuwen
structurerend heeft gewerkt. Tegelijk was er ook sprake van
vernieuwing, namelijk de introductie van een gelijkheidsideaal met
vermoedelijk islamitische wortels. Ook bij het ontstaan van de
scheiding van kerk en staat, een ander structurerend element van de
westerse samenleving, speelden theorieën uit de Arabische
filosofie een rol.
7: ‘Heer, doe mij toenemen in
kennis’
Er zijn talloze wetenschappelijke teksten in het Arabisch geschreven,
en vele daarvan werden in de Middeleeuwen vertaald in het Latijn. In de
geneeskunde en de natuurwetenschap zijn daardoor allerlei Arabische
invloeden aan te wijzen. Europa nam daarna een voorsprong op de
islamitische wereld toen mannen als Galilei en Harvey
natuurverschijnselen experimenteel onderzochten en op wiskundige wijze
gingen beschrijven. Het autoriteitsgeloof verdween en van oorsprong
Babylonische, Griekse en Arabische opvattingen kwamen zo samen in een
van de voornaamste structurerende elementen van de westerse beschaving:
de moderne natuurwetenschap.
8: Ideologie en wetenschap
De Europese cultuur is een fusie van eerdere culturen. Het
onjuiste idee dat ze haar wortels zou hebben in Griekenland, gaat terug
op de achttiende-eeuwse kunsthistoricus Winckelmann. Het zou zijn
vergeten als het geen rol had gespeeld bij een onderwijshervorming in
Pruisen. De hier ontstane schooltypen, het gymnasium en de moderne
universiteit, werden ook elders ingevoerd, zodat de nieuwe opvattingen
zich verder verspreidden. Ze vormden de ideologie van de opkomende,
naar respectabiliteit zoekende burgerij. Drie ontwikkelingen hebben deze ideologie ontkracht:
- De ontcijfering van het spijkerschrift leidde in de tweede
helft van de negentiende eeuw tot het inzicht hoeveel vooraf is gegaan
aan Griekenland en Rome;
- Het ontstaan van de sociale wetenschappen leidde in de
eerste helft van de twintigste eeuw tot een nieuw en breder
cultuurbegrip;
- Sinds de dekolonisering is er meer aandacht voor de bijdragen van de Arabische wereld aan de Europese cultuur.
Vergeten erfenis eindigt met de aanbeveling in het onderwijs meer
aandacht aan het oosterse erfgoed te geven en aan de gymnasia aandacht
te besteden aan de Griekse en Romeinse teksten die de meeste invloed
hebben: aan Aristoteles' Organon bijvoorbeeld.
|
|