|
|||||||||||||
Oude geschiedenis, slechte informatie en het internet
|
|
||||||||||||
![]() |
Sinds 1995
ben ik de beheerder van een website
over oude geschiedenis.
Ook heb ik enkele boeken geschreven. In 2010 kende de
Nederlandse
onderzoeksschool van classici, Oikos, me daarvoor
een prijs
toe (zie ook de bloemen
links). Hieronder enkele opmerkingen die ik maakte bij wijze
van dankwoord.
Oude geschiedenis, slechte informatie en het internet1In dat vage geheel dat bekendstaat als “het maatschappelijk debat” circuleren allerlei noties over het verleden, ook over de Oudheid. Het aantal onjuiste noties neemt toe, en deze toename is meetbaar. Ik heb een archief van 3400 mailtjes met vragen die ik de afgelopen vijftien jaar heb beantwoord, en zie dat vragen steeds vaker voortkomen uit onjuiste aannames. Er zijn verstorende factoren, maar de trend is een feit. Andere wetenschapsjournalisten herkennen hetzelfde patroon.2De verspreiding van kennis over de Oudheid gaat door verschillende media.
Punt 4 en 5 zijn in feite hetzelfde, aangezien boeken in toenemende mate op het internet worden gebaseerd. 3De reden dat het internet zo’n slechte invloed kan uitoefenen, is de afwezigheid van de universiteiten. Hierin treedt momenteel wel een kentering op - wat de universiteit van Leuven doet, is indrukwekkend (voorbeeld). Maar het is te laat: zoals gezegd is de kwaliteit van de publiekskennis van de Oudheid achteruitgegaan. 4Deze ontwikkeling is niet specifiek voor de oudheidkunde, maar heeft parallellen bij andere disciplines. Er is wantrouwen jegens de wetenschap in het algemeen. Denk aan Climategate, denk aan de door geleerden gecreëerde hysterie rond de Mexicaanse griep, denk aan de getuige-deskundigen rond Lucia de Berk en denk aan de snel dalende reputatie van de economen. Denk ook aan de persberichten van de archeologen, die door geen hond meer worden geloofd (voorbeelden). Ik zeg niet dat de geleerden corrupt zijn - het probleem komt juist voort uit het tegendeel, namelijk dat ze de goede zaak zozeer zijn toegewijd, dat ze vergeten dat ze niet zelden overkomen als een raar stelletje freaks (voorbeeld). Het publiek neigt naar scepsis en de wetenschap heeft een levensgroot geloofswaardigheidsprobleem. 5Onder deze omstandigheden dient elk populariseringsbeleid - neem me dit lelijke woord niet kwalijk - zich eerst te richten op de vraag hoe men zó kan populariseren dat het iets uithaalt. 6Ik voor mij oordeel dat het beleid, op dit moment, niet gericht mag zijn op het verspreiden van kennis, maar op het wegnemen van misverstanden. Niet informeren maar corrigeren. Het ligt vervolgens in de rede dit beleid te richten op de twee voornaamste bronnen van desinformatie: internet en boeken. 7De kennis op het internet kan worden verbeterd als ook de Nederlandse universiteiten meer online gaan. We kunnen hierbij leren van eerdere mislukkingen, zoals Livius.org, dat niet annoteert. 7aDe grootste blunder uit de loopbaan van Jona Lendering is dat hij gehoor gaf aan een viertal Amerikaanse universiteiten die hem verzochten geen geannoteerde teksten online te plaatsen, aangezien die door studenten werden overgenomen in werkstukken. Lendering had het viertal moeten zeggen dat ze naar de hel konden lopen. |
![]() |
|||||||||||
8Academische betaalsites dienen te verdwijnen. Een mooi voorbeeld - niet uit ons vakterrein maar te mooi om te laten liggen - is de affaire-Van der Hoeven, onze voorvorige minister van Onderwijs en Wetenschappen die niet bleek te weten wat de onvolledigheid van een wetenschappelijke theorie inhield. De stukken die creationisten eraan wijdden, zijn allemaal gratis op het internet toegankelijk, terwijl de bijdragen van wetenschappers allemaal achter slot en grendel zitten. Op het internet, waar menige discussie tussen wetenschapper en buitenstaander plaatsvindt, strijdt de wetenschapper met zijn armen gebonden. Op deze manier is populariseren vrijwel onmogelijk. (Intermezzo)Tot nu toe hebben we het gehad over de verspreiding van desinformatie. Ik ga het nu hebben over de oorzaak.9Geen classicus, oudhistoricus, oriëntalist of archeoloog is nog in staat het gehele terrein te overzien. Toch geven classici, oudhistorici, oriëntalisten en archeologen meningen over onderwerpen buiten hun eigenlijke specialisme. Dit gebeurt bij het eerstejaarsonderwijs, dit gebeurt bij het populariseren. 10Dit type desinformatie, ontstaan door de buiten-zijn-specialisme-tredende academicus, komt vaker voor dan pseudowetenschap. Het type is ook minder makkelijk te corrigeren dan pseudowetenschap, aangezien de buiten-zijn-specialisme-tredende academicus een titel als doctor voert. Dat geeft zijn vergissingen gewicht. 11Wie toch meent dat het vertrouwen in de wetenschap afneemt door pseudowetenschap, verwart het opvallende (de gekte van pseudowetenschap) met het representatieve (de veel vaker voorkomende gevolgen van hyperspecialisme). Het is de redenatiefout die Keith Hopkins de Everest Fallacy noemde. Pseudowetenschap is het pseudoargument van academici die een reden zoeken om niet kritisch te kijken naar hun eigen werk. 12De desinformatie van de specialist die zich buiten zijn eigenlijke specialisme begeeft, kan worden opgelost door betere handboeken te schrijven, waaraan teams van minstens tien, twintig mensen werken. Nu gebeurt het veelal door twee of drie auteurs. Ook voor populariserende boeken zou ik ervoor willen pleiten dat de collegiale betrokkenheid groter wordt. Herdrukken dienen minutieus te worden gecorrigeerd door meer dan één auteur. |
|||||||||||||
13Populariseren is een serieus onderwerp dat zorg verdient. Ik nodig de Nederlandse classici en oudhistorici uit ideeën te formuleren over de benadering van het populariseren - informeren of corrigeren? -, over de wijze waarop de kwaliteitscontrole vorm gegeven kan worden en over de doelen die ze zichzelf stellen. Wat archeologen goed kunnen, moet wij toch ook kunnen.14Ik ben blij met de prijs, die ik opvat als een aansporing de website op Leuvens niveau te krijgen. Ik dank het bestuur en de jury voor de onderscheiding, en ik dank u voor uw aandacht. |
©
Jona Lendering for Livius.Org, 2010 Revision: 19 Juni 2010 |
||||||||||||
|
|||||||||||||